A plus 1 unité 1 diagnose

A plus 1 - herhaling - dit moet je over jezelf kunnen schrijven. 

Moi, c'est Madonna. 
Je m'appelle Madonna.
J'ai 62 ans. 
J'habite à Londres.
Je suis anglaise. 
C'est en Angleterre.
J'aime chanter. 
J'ai des chats. 

1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

A plus 1 - herhaling - dit moet je over jezelf kunnen schrijven. 

Moi, c'est Madonna. 
Je m'appelle Madonna.
J'ai 62 ans. 
J'habite à Londres.
Je suis anglaise. 
C'est en Angleterre.
J'aime chanter. 
J'ai des chats. 

Slide 1 - Tekstslide

J'ai - ik heb
J'habite (à) - ik woon (in)
J'aime  - ik houd van/vind leuk
Je suis - ik ben 
c'est  - het is/dat is
en - in
anglais(e)  - engels 
les chats  - de katten
des chats - katten 
chanter  - zingen 

Slide 2 - Tekstslide

Voor de toets moet je het volgende dus kunnen:

Je zelf voorstellen (zie voorbeeld Madonna)
In unité 1 hebben we allerlei oefeningen gedaan hiermee. 
Leer nu verder de woordjes van unité 1 alleen van Frans --> Nederlands (leçon1,2,3). 

Slide 3 - Tekstslide

Verder heb je geleerd pp. 30, 31 kopie boek):
1. de werkwoorden avoir, être, aimer,, habiter
2. 'niet' en 'geen' = ne ... pas 
3. moi, toi, lui, elle  = ik, jij, hij, zij met nadruk
4. in/naar een land of stad: 
en France (vrouwelijk), au Portugal (mannelijk), aux Pays-Bas (meervoud)
5. ik ben frans, duits, engels etc. (français(e), allemand(e), anglais(e). 
6. le, la,l', les = de of het 

Slide 4 - Tekstslide

Hoi, ik ben Madonna
A
Salut, j'ai Madonna
B
Salut, je suis Madonna
C
Salut, elle est Madonna
D
Salut, j'ai Madonna

Slide 5 - Quizvraag

.... 62 ans.
A
Je suis
B
Je m'appelle
C
J'ai
D
J'aime

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Tekstslide

Madonna ... les chats
A
aimons
B
aimes
C
aime
D
aiment

Slide 8 - Quizvraag

Elle ... des chats.
A
a
B
as
C
ont
D
avez

Slide 9 - Quizvraag

Elle a .... chats
(betekenis: zij heeft katten).
A
des
B
les
C
de
D
le

Slide 10 - Quizvraag

Christiano Ronaldo est
un footballeur
A
portugais
B
portugaise
C
Portugal
D
Portugalais

Slide 11 - Quizvraag

Christiano Ronaldo habite ...
(in Engeland)

A
en anglais
B
en Allemagne
C
en allemand
D
en Angleterre

Slide 12 - Quizvraag

Il habite ... Manchester
A
en
B
au
C
à
D
aux

Slide 13 - Quizvraag

Aux Pays-Bas on parle ....
A
néerlandais
B
anglais
C
basque
D
hollande

Slide 14 - Quizvraag

J'aime la pizza ....
A
italien
B
italienne
C
italiene
D
Italie

Slide 15 - Quizvraag

IK (met nadruk) is:
A
je
B
tu
C
moi
D
lui

Slide 16 - Quizvraag

'Hij' met nadruk:
A
lui
B
il
C
elle
D
eux

Slide 17 - Quizvraag

Schrijf op de hele vervoeging van het werkwoord avoir (Justin Bieber)

Slide 18 - Open vraag

Schrijf op de hele vervoeging van het werkwoord être.

Slide 19 - Open vraag