leg opdracht beschrijving uit.
Denk aan een korte toelichting op je verwachtingen bij Begeleid zelfstandig werken, of het terugpakken op regels bij correcties.
scaffolding (zoals doorvragen), en structuur bieden met bijvoorbeeld het vier rondenprincipe.
II. WERKWIJZE BEGELEID ZELFSTANDIG WERKEN (BZW)
Bij begeleid zelfstandig werken (BZW) ligt de nadruk op het gebruik van het geleerde in nieuwe situaties, zodat het kennis flexibeler inzetbaar wordt en dieper wordt verankerd. Daarbij doorlopen leerlingen vier begeleidingsrondes, waarbij de leraar een balans vindt tussen sturing en autonomie. Dit proces ondersteunt zelfregulatie, executieve functies en actief zelfstandig leren.
Ronde 1: Instructie en Structurering
• De eerste ronde start met een duidelijke, complete instructie, zodat leerlingen gedurende een langere periode zelfstandig kunnen werken.
• Naast basisinformatie (zoals taakomschrijving en materialen) moet je een minimumnorm stellen: tot waar moeten leerlingen in ieder geval komen? Dit helpt bij taakinitiatie en tijdsmanagement.
• Mogelijke didactische strategieën in deze fase:
o Explicit Direct Instruction (EDI): heldere uitleg in kleine stappen.
o Success Criteria: aangeven wanneer een opdracht goed is uitgevoerd.
o Timeboxing: tijdsindicaties geven voor verschillende onderdelen van de taak.
o Wat indien klaar: vertel ook wat leerlingen kunnen doen als ze klaar zijn.
Ronde 2: Stimuleren en Activeren
• In deze tweede ronde loop je door de klas , of neem een vaste positie in met goed overzicht, en richt je je op het activeren en motiveren van leerlingen. Dit is een minimale begeleidingsronde, waarin je:
o Controleert of iedereen aan het werk is (engagement monitoring).
o Leerlingen aanmoedigt en hun taakgerichtheid versterkt.
o Iedereen eraan herinnert dat de eerste periode individueel gewerkt wordt.
o Minimale hints geeft zonder inhoudelijk in te grijpen.
o Growth mindset-strategieën toepast, zoals benadrukken dat doorzetten belangrijker is dan meteen het juiste antwoord vinden.
Ronde 3: Inhoudelijke Begeleiding & Scaffolden
• In deze ronde ligt de focus op het inhoudelijk ondersteunen zonder over te nemen. Dit doe je door:
o Zelfverantwoordelijkheid stimuleren: leerlingen zelf laten nadenken voordat je ingrijpt.
o Vragen beantwoorden zonder voorzeggen: helpen door hints te geven in plaats van directe antwoorden.
o Scaffolden: stapsgewijs ondersteuning bieden, afgestemd op de Zone van Naaste Ontwikkeling (ZNO). Dit kan door:
Hardop denken: leerlingen laten uitleggen hoe ze tot een oplossing zijn gekomen.
Doorvragen: “Hoe weet je dat? Kun je dit nog anders uitleggen?”
Hulpmiddelen laten inzetten: laten terugkijken in hun aantekeningen of samenwerken met een klasgenoot (peer tutoring).
o Actief scaffolden: in plaats van wachten op een hulpvraag (passief scaffolden), benader je leerlingen proactief. Je bevraagt hoe ze tot hun antwoorden komen en helpt hen effectiever te werken.
Ronde 4: Nabespreking en Feedback
• In de ronde worden een of meerdere (deel)opdrachten klassikaal besproken en wordt gerichte feedback gegeven. Dit draagt bij aan diepgaand leren en formatief evalueren.
• Effectieve feedback bevat:
o Feed-up: Wat was het doel?
o Feedback: Wat ging goed? Wat kan beter?
o Feed-forward: Wat kun je de volgende keer anders/beter doen?
• Dit kan klassikaal, via peer feedback, of individueel.
• Zelfstandig nakijken of in tweetallen met een antwoordmodel kan ook goed werken.