Voeding, vocht en uitscheiding


 -  
zelfzorg: voeding, vocht en uitscheiding
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les


 -  
zelfzorg: voeding, vocht en uitscheiding

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doelen
Voeding & vocht
Je kunt benoemen waarom het belangrijk is om de zorgvrager te ondersteunen bij de inname van voeding en vocht, en waarom je rekening houdt met de mogelijkheden, wensen en gewoonten van de zorgvrager.

Uitscheiding
Je kunt uitleggen wat er onder uitscheiding wordt verstaan

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke rol heb je bij de voeding- en vocht inname en uitscheiding van een zorgvrager?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vochtbalans
Wat gaat erin en wat komt eruit.
Hoe meten we dit?
Positieve vochtbalans
Negatieve vochtbalans
Voorlichting

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vochtbalans
De vochtbalans van het lichaam is de verhouding tussen de vochtinname en de vochtuitscheiding

De vochtbalans van het lichaam is
Het verschil tussen vochtinname en vochtuitscheiding.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Positief- negatief
Positieve vochtbalans
 Meer vocht naar binnen dan eruit gaat

Negatieve vochtbalans
 Meer vocht eruit dan dat er naar binnen gaat


Slide 6 - Tekstslide

Via huid: 500 – 700 ml
Via ademhaling: 400 ml
Via ontlasting: 80 – 100 ml
Via urine: 1000 – 1600 ml

Uitdroging versus vocht vasthouden
Uitdroging/dehydratie heeft verschillende oorzaken en gaat gepaard met verschillende verschijnselen:
  • verminderde huidturgor
  • aan de slijmvliezen, zoals de mond en de lippen, kun je zien of het lichaam uitgedroogd is.

Een zorgvrager kan ook te veel vocht vasthouden. Dit noemen we vochtretentie.
  • Een opgeblazen gevoel
  • Dikke voeten en vingers, opgezette oogleden
  • Vaak ’s nachts plassen (nycturie)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar denk je aan bij uitscheiding?

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Uitscheiding
Proces waarbij je lichaam overtollige stoffen uit het bloed of lichaamsvloeistof aan de omgeving kwijt raakt.


Doel: in balans houden van het fysiologische evenwicht in het lichaam. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is uitscheiding
A
Afvoeren van afvalstoffen
B
Hoeveelheid vocht in het lichaam

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nette benaming
Mictie

Feaces

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar zou je op letten bij urine?

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat zie je hier?

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een aandoening van het urinestelsel

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Urineweginfectie
  •  Steeds aandrang om te moeten plassen
  • Branderig gevoel bij het plassen
  • Pijn
  • Troebele urine
  • Verwardheid
  • Verhoging of koorts

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De blaas
  • Verzamelplek voor urine
  • Ruim een halve liter bij volwassenen
  • Ouderen en kinderen hebben minder inhoud
  • Bij 300-400 ml. krijgen de hersenen een signaal dat je moet plassen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Urine
Waar let je op!
  • Frequentie (hoe vaak moet iemand plassen?)
  • Hoeveelheid
  • Helderheid
  • Kleur
  • Geur
  • Manier van urineren

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nieren
  • Nieren filteren het bloed
  • Schadelijke stoffen en afvalstoffen worden eruit gehaald
  • Overtollig water en zout wordt uit het lichaam afgevoerd
  • Deze afvalstoffen worden omgezet in urine

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel mictie?
  • Een gezond persoon maakt per dag ongeveer 1000ml tot 1500ml urine aan
  • Normaal gesproken plas je twee tot zes keer per dag
  • Rond 06:00 zijn de nieren het meest actief, op dat moment wordt de meeste urine aangemaakt

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Incontinentie
Wat is incontinentie?
  • Ongewild verlies van urine of ontlasting
  • Geen ziekte maar gevolg van een lichamelijke of psychische aandoening
  • Incontinentie komt op alle leeftijden voor zowel bij mannen als bij vrouwen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaak incontinentie?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat kun je observeren bij feaces? (ontlasting)

Slide 22 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Feaces
Waar let je op bij Feaces/ontlasting?
  • kleur
  • geur
  • vorm
  • frequentie/hoeveelheid
  • bijzonderheden zoals bloed, parasieten, pus


Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Veranderende ontlastingspatroon
Defeceren = ontlasting produceren

Het uitscheidingspatroon kan veranderen door:
  • Schaamte
  • Spanningen
  • Omgevingsfactoren
  • Aandoeningen
  • Medicatie gebruik

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verzorgende  taken
  • Stel een zorgvrager gerust 
  • Navragen intake
  • Urine/ontlasting controleren (arts, sediment, kweek)
  • Duidelijk rapporteren
  • geef veranderingen door
  • evt. starten met een vochtbalans

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Moeite met urineren/mictie
Kan ontstaan door:

  • Omgeving/ privacy
  • (Ongemakkelijke) houding (bijv. liggend, op de po)
  • Niet kunnen ontspannen

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mictie/ defecatie bevorderen
  • (lichaams)Houding
  • Omgeving/ privacy
  • Voldoende vochtinname/ vezelrijk eten
  • Kraan zachtjes laten lopen

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Complicaties (problemen)
Bijvoorbeeld:

  • Retentie
  • Blaasontsteking
  • Obstipatie
  • Uitdroging

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Free e learnring 
https://www.free-learning.nl/modules/incontinentiedermatitis/start.html

Certificaat
Je kunt direct beginnen door onderaan deze pagina op ‘Start’ te klikken. Je hoeft je niet voor te bereiden. Als je 85% van de vragen goed hebt kun je aan het eind een certificaat uitprinten. Al je dat niet haalt kun je de module net zo vaak herhalen als je wilt. Het gaat er immers om dat je zo veel mogelijk leert.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Helderheid
Kleur
Hoeveelheid
Geur
Samenstelling
Pijn
Waar let je op?
Waar let je niet op?

Slide 33 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies