Standaardkostprijs les 1 + 2

Leereenheid 5
Management
Bedrijfseconomie 
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Leereenheid 5
Management
Bedrijfseconomie 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Vandaag
  • 1st uur - 10.10 - 11.00 Uitleg Standaard kostprijs - Quiz + opdracht maken
Pauze
  • 2de uur - 11.15 - 11.50 Verder met opdrachten kostprijs + opdrachten studiewijzer
  • Check out 11.50 - 12.00

Slide 4 - Tekstslide

Wat is de standaard kostprijs?
De standaard kostprijs is de prijs die het kost om een product zelf te maken. Dit helpt een bedrijf te bepalen voor hoeveel een product verkocht moet worden om winst te maken.
 
💡 Verschil met inkoopprijs en standaard kostprijs

• Inkoopprijs = de prijs die je betaalt om een product kant-en-klaar in te kopen.

• Standaard kostprijs = de berekende kosten als je het product zelf maakt.

Slide 5 - Tekstslide

Standaard kostprijs
  • Standaard kostprijs: de prijs die het kost om een product te maken.
  • Constante kosten (C): Kosten die constant blijven als de productie wijzigt.
  • Variabele kosten (V): Kosten die veranderen als de productie wijzigt.
  • Normale productie(N): gemiddelde productie die normaal gehaald wordt
  • Werkelijke productie(W): werkelijk verwachte productie komende periode.
  • Variabele kosten per product zijn vaak bekend (V/W)
  • Standaard kostprijs: = C/N + V/W


Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeld standaard kostprijs
Hoeveel kost het om een product te kunnen maken.
  • Als de standaardkostprijs € 7,- is, kost het dus € 7,- per product om het te produceren.
  • Deze standaard kostprijs van € 7,- zou je kunnen vergelijken met de netto inkoopprijs, als je het product n iet zelf had gemaakt, maar ingekocht had.
  • Bovenop deze standaard kostprijs wordt  een (bruto) winst gezet en vervolgens verkocht.
     

Slide 7 - Tekstslide

Voorbeeld Standaardkostprijs

Contante kosten (C) zijn bepaald op € 400.000,-
Normale productie(N) is berekend op 80.000 stuks.
De variabel kosten per stuk (per product) bedragen € 2,-. Dit is dus al V/W!

Standaard kostprijs = C/N + V/W = 
€400.000 / 80.000 + 2,- = 5,- + 2,- = € 7,-


Slide 8 - Tekstslide

1. Constante kosten passen zich constant aan de productie aan?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

2. Kosten van personeel in vast dienstverband behoren tot de variabele kosten?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 10 - Quizvraag

3. De normale productie bereken je door een gemiddelde van de afgelopen jaren te bereken?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quizvraag

4. V/W staat voor de variabele kosten per product?
A
Juist
B
Onjuist

Slide 12 - Quizvraag

5. Standaard kostprijs = C/W + V/N
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quizvraag

🍕 Voorbeeld: Pizza-onderneming “Pizza Perfecto”
Pizza Perfecto maakt en verkoopt heerlijke pizza’s. De eigenaar wil weten hoeveel een pizza daadwerkelijk kost.

Slide 14 - Tekstslide

Stap 1: Constante kosten (C)
Dit zijn kosten die altijd hetzelfde blijven, ongeacht het aantal pizza’s dat gemaakt wordt. Voor Pizza Perfecto zijn de constante kosten:

Huur van het pand: €3.000 per maand

Loon van de pizzabakker (vast salaris): €2.000 per maand

Verzekeringen en administratiekosten: €1.000 per maand

Totale constante kosten (C) = €6.000 per maand

Slide 15 - Tekstslide

Stap 2: Normale productie (N)
Pizza Perfecto produceert gemiddeld 1.500 pizza’s per maand.

Normale productie (N) = 1.500 stuks

Slide 16 - Tekstslide

Stap 4: Berekening standaard kostprijs
Docent maakt groepjes van ca. 4 studenten.

Vraag 1: Bereken de standaard kostprijs per pizza als de constante kosten €6.000 zijn en de normale productie 1.500 pizza’s per maand. De variabele kosten per pizza bedragen € 2,50 (V/W)

Vraag 2: Wat gebeurt er met de standaard kostprijs per pizza als de normale productie stijgt naar 1.800 pizza’s per maand?


Slide 17 - Tekstslide

Opdracht 6.15 t/m 6.17:
Bespreek en maak opdrachten 6.15 t/m 6.17. Heeft iedereen hetzelfde resultaat? Kijk daarna naar het antwoordblad, begrijpt ieder de berekening? Help elkaar de berekeningen goed te begrijpen.


Slide 18 - Tekstslide

Opdrachten maken
Lever vandaag je concept in van opdracht 1 via de teams opdracht: Wat kost en product echt?
Wat kost een product echt?
Ga naar de studiewijzer in teams en werk verder aan deze opdracht. Lever donderdag 3 april via de teams opdracht je concept in. Deze opdracht wordt onderdeel van je managementdossier.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide