español 8a martes

español 8a martes
Hola. Buenas tardes. 
Cómo estáis? 
Todo bien?

Continuamos con los verbos 
(met de werkwoorden)
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

español 8a martes
Hola. Buenas tardes. 
Cómo estáis? 
Todo bien?

Continuamos con los verbos 
(met de werkwoorden)

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

werkwoorden
regelmatige werkwoorden: vervoeg je altijd op dezelfde manier; er zit logica in.

onregelmatige werkwoorden: vervoeg je elk op een eigen manier; er zit minder logica in; uit het hoofd leren.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

onregelmatige werkwoorden
SER:         soy - eres - es - somos - sois - son 

TENER:   tengo - tienes - tiene - tenemos -tenéis - tienen

ESTAR:    estoy - estás - está - estamos - estáis - están

SER = zijn; TENER = hebben; ESTAR = zich bevinden

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 groepen regelmatige werkwoorden
Er zijn drie groepen regelmatige werkwoorden. 

Werkwoorden die eindigen op -ar. 
Werkwoorden die eindigen op -er 
Werkwoorden die eindigen op -ir. 

voorbeelden uit Unidad 1 en 2 op de volgende dia

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

voorbeelden
-AR:    bailar - caminar - comprar - enviar - escuchar - estudiar - hablar - pagar - reservar - trabajar - viajar 

-ER :    aprender - beber - coger - comer - comprender - leer - vender 

-IR:      abrir - discutir - escribir - vivir 

regelmatige vervoeging 
zie volgende dia

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

stam + uitgang
-AR                                                  -ER                                              -IR
- o                                                      - o                                              - o
- as                                                    - es                                            - es
- a                                                       - e                                              - e
- amos                                              - emos                                     - imos
- áis                                                    - éis                                           - ís
- an                                                     - en                                            - en

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

APRENDER:
jij leert Spaans
A
aprendo español
B
aprendes español
C
aprende español
D
aprendemos español

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

APRENDER:
zij leren Nederlands
A
aprende holandés
B
aprendemos holandés
C
aprendéis holandes
D
aprenden holandés

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

COMPRENDER:
wij begrijpen
A
comprendo
B
comprendes
C
comprende
D
comprendemos

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

COMPRENDER:
Begrijp jij?
A
Comprendo ?
B
Comprendes ?
C
Comprende ?
D
Comprendemos ?

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

LEER:
hij/zij leest
A
leo
B
lees
C
lee
D
leemos

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

ESCRIBIR:
ik schrijf
A
escribo
B
escribes
C
escribe
D
escribimos

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

ESCRIBIR:
wij schrijven
A
escribo
B
escribes
C
escribe
D
escribimos

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

DISCUTIR:
wij discussiëren
A
discute
B
discutimos
C
discutís
D
discuten

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

DISCUTIR:
zij discussiëren
A
discute
B
discutimos
C
discutís
D
discuten

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

COMER:
eten
A
aprender
B
beber
C
coger
D
comer

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

leren
A
aprender
B
beber
C
coger
D
comer

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

lezen
A
aprender
B
comprender
C
leer
D
vender

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

verkopen
A
aprender
B
comprender
C
leer
D
vender

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

schrijven
A
escribir
B
vivir
C
recibir
D
discutir

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

ontvangen
A
escribir
B
vivir
C
recibir
D
discutir

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

COMER

como
comes
come
comemos
coméis
comen
COGER 

cojo
coges
coge
cogemos
cogís
cogen
Bij welk werkwoord zie je iets onregelmatigs?

Slide 23 - Tekstslide

Vaak is alleen de 1-ste persoon onregelmatig. 
COMER
como
comes
come
comemos
coméis
comen
COGER 
cojo*
coges
coge
cogemos
cogís
cogen
*Cojo el autobús = 
ik neem de bus

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VIVIR 

vivo
vives
vive
vivimos
vivís
vivien
SALIR

salgo
sales
sale
salimos
salís
salen
Bij welk werkwoord zie je iets onregelmatigs?

Slide 25 - Tekstslide

Vaak is alleen de 1-ste persoon onregelmatig.
VIVIR 
vivo
vives
vive
vivimos
vivís
vivien
SALIR
*salgo
sales
sale
salimos
salís
salen
*Salgo a las 10 = 
ik vertrek om 10 uur.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschil ?
regelmatig: volgens de regels

onregelmatig: niet (helemaal) volgens de regels

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

COMER 
como
comes
come
comemos
coméis
comen
TENER
tengo
tienes
tiene
tenemos
tenéis
tienen

Slide 28 - Tekstslide

Vaak is alleen de 1-ster persoon onregelmatig. Kijk naar de uitgangen van TENER. 
BEBER
bebo
bebes
bebe
bebemos
bebéis
beben
SER
soy 
eres
es
somos
sois
son

Slide 29 - Tekstslide

SER is heel onregelmatig.
hardop oefenen
In de opdrachten kom je veel korte zinnen tegen. 
Deze zinnen zijn heel geschikt om hardop te oefenen

Ook de woorden en zinnen in de online oefeningen kun je hardop oefenen. (zie volgende dia)

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Link

Deze slide heeft geen instructies

elke dag oefenen
Elke dag rustig en geconcentreerd een beetje oefenen is veel effectiever dan af en toe veel en snel. 

Gebruik de oefeningen in het boek of op itsLearning om hardop te oefenen. 
Gebruik de video-opdrachten om Spaanse woorden en zinnen na te zeggen. 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer moet ik dat doen?
Probeer Spaans te oefenen in het dagelijks leven. 
  • je telefoonummer in het Spaans: cero, seis ...
  • traptreden tellen: un, dos, tres ...
  • dingen benoemen: 
  • es una bicicleta, es mi bicicleta, la bibicleta es grande ... 
  • es una tienda, la tienda es pequeña, la tienda está en el centro de mi pueblo ... 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies