Lees de vraag en je antwoord als je een vraag dus fout had.
het ik iets fout gerekend, wat wel goed is, omcirkel dan jouw antwoord.
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1
In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 40 min
Onderdelen in deze les
Alleen een markeerstift op tafel
Kijk zelf na of er goed is nagekeken.
Lees de vraag en je antwoord als je een vraag dus fout had.
het ik iets fout gerekend, wat wel goed is, omcirkel dan jouw antwoord.
Slide 1 - Tekstslide
Open je boek op blz. 82
Maak een begrippenlijst;
van alle blauwe woorden van blz. 82 + 83
(op een los blad/in een schrift)
timer
5:00
Slide 2 - Tekstslide
Basisstof 1 Je omgeving waarnemen
zintuig; een orgaan dat op prikkels reageert
prikkel; een invloed uit de omgeving op een organisme
zintuigcellen; cellen in de zintuigen die zijn aangesloten op zenuwen
impuls; elektrisch signaal dat van de zintuigen door zenuwen naar de hersenen wordt geleid
zintuigstelsel; alle zintuigen samen
warmtezintuigen; reageren wanneer de huid in aanraking komt met iets wat warmer is dan de huid
koudezintuigen; reageren wanneer de huid in aanraking komt met iets wat kouder is dan de huid
drukzintuigen; reageren wanneer er op de huid wordt gedrukt
tastzintuigen; reageren op lichte aanrakingen
pijnpunt; uiteinde van bepaalde zenuwen waarmee je pijn waarneemt
Slide 3 - Tekstslide
Boek voor nu dicht op tafel
Slide 4 - Tekstslide
Planning
openingsopdracht = 5.1 afronden
Leerdoelen + uitleg 5.3
opdrachten maken 5.3
Leerdoelen + uitleg 5.4
Huiswerk opgeven + daar alvast mee starten
Slide 5 - Tekstslide
5.3
Slide 6 - Tekstslide
Leerdoelen
Ik kan uitleggen hoe het gehoor- en gezichtszintuig werken.
Ik kan de delen van het oor benoemen met hun functie.
Ik kan de bouw en de werking van het oog beschrijven.
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Video
het oor
Slide 9 - Tekstslide
Het Oog (buitenkant)
Slide 10 - Tekstslide
Het Oog (binnenkant)
Slide 11 - Tekstslide
Pupilreflex
Buurman of buurvrouw sluit de ogen voor 5 seconden.
De ander kijkt goed naar de ogen.
Open je ogen. Let op de pupillen!
Wissel om!
Slide 12 - Tekstslide
Bij zwak licht wordt de pupil juist groter.
Bij veel licht wordt de pupil klein.
Slide 13 - Tekstslide
Werking van ogen
Lichtstralen gaan eerst door de lens. De lens kan boller en platter worden. Op die manier zorgt de lens ervoor dat de lichtstralen precies op de gele vlek vallen. Je ziet dan scherp. De lens keert het beeld ook om, maar dat wordt weer ´rechtgezet' door je hersenen.
Slide 14 - Tekstslide
Bijziend / Verziend
Bijziend -> ziet goed dichtbij;
Ooglens te bol of oogbol te lang
Verziend -> ziet goed verweg;
Ooglens te plat of oogbol te kort
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Video
Ga nu aan de slag met het maken van:
Maak online van thema 5 - van basisstof 5.3 opdracht 1 t/m 5 + 7 + 8 + 9AB (blz. 102 t/m 108)
Bekijk dit filmpje als je afwezig was tijdens de uitleg (X) of als je 5.3 moeilijk vindt; https://www.youtube.com/watch?v=JzKoldVkIFQ&list=PLr1tx9agautFk9ERSWim57BNugXbeI63P&index=3
timer
10:00
Slide 17 - Tekstslide
Boek dicht op je tafel
Slide 18 - Tekstslide
Leerdoelen 5.4
Ik kan de bouw en functies van het zenuwstelsel beschrijven.
Ik kan de bouw van zenuwcellen en zenuwen beschrijven.
Slide 19 - Tekstslide
Bouw zenuwstelsel
Centrale zenuwstelsel (CZ): hersenen en ruggenmerg.
Zenuwen: Verbinden CZ met alle lichaamsdelen.
Slide 20 - Tekstslide
Het ruggenmerg bestaat uit zenuwen
Slide 21 - Tekstslide
Werking zenuwstelsel
- Even bedenktijd............
- Wat zie je hier gebeuren en hoe lopen de prikkels/ impulsen enz.
Slide 22 - Tekstslide
Werking zenuwstelsel
Zintuigen vangen de prikkels op.
Zintuigcellen zetten deze om in impulsen.
Impulsen gaan via de zenuwen naar het ruggenmerg.
Slide 23 - Tekstslide
Werking zenuwstelsel
4. Impulsen gaan via het ruggenmerg naar de hersenen.
5. De hersenen verwerken de impulsen wat zorgt voor bewustzijn.
Slide 24 - Tekstslide
Werking zenuwstelsel
6. Nieuwe impulsen gaan via de zenuwen naar de spieren en klieren.
7. De spieren en klieren zorgen voor bepaalde reactie.
(bewegen en speeksel maken)
Slide 25 - Tekstslide
Het zenuwstelsel heeft dus 2 functies:
verwerken van de impulsen die van de zintuigen af komen
regelen van de werking van spieren en klieren
Slide 26 - Tekstslide
Zenuwcellen
Het zenuwstelsel bevat miljoenen zenuwcellen.
Elke zenuwcel is opgebouwd uit een cellichaam en uitlopers.
Slide 27 - Tekstslide
Zenuwen
In het lichaam wordt nooit één impuls via één uitloper naar het CZ of naar een spier of klier geleid.
In werkelijkheid worden via duizenden uitlopers tegelijk impulsen geleid.
Slide 28 - Tekstslide
Zenuwen
De uitlopers liggen bij elkaar in een zenuw. Elke uitloper in een zenuw is omgeven door een dun laagje. Dat laagje isoleert de uitlopers van elkaar. Om de zenuw heen ligt ook weer een stevige laag die bescherming biedt.
Slide 29 - Tekstslide
Ga aan de slag met het maken van:
Maak van thema 5 -
Maak online van basisstof 5.3 opdracht 1 t/m 5 + 7 + 8 + 9AB
Maak in je werkboek van 5.4 - opdracht 1 + 5 EN
Maak online van 5.4 - opdracht 2+3+4+6+7+8
Wat niet af is, wordt automatisch huiswerk voor volgende les!
Slide 30 - Tekstslide
Wat is het verschil tussen een prikkel en een impuls?
timer
2:30
Slide 31 - Open vraag
Wat is het verschil tussen iets horen/zien en iets waarnemen?
timer
3:00
Slide 32 - Open vraag
Hoe heten de verschillende lagen van de huid?
timer
2:30
Slide 33 - Open vraag
Welke route legt het geluid af totdat het een impuls wordt?
Slide 34 - Open vraag
Wat is de functie van het netvlies?
A
Het oog voorzien van voedingsstoffen
B
Het licht omzetten in een impuls
C
Zorgen dat je scherp ziet
D
De impulsen vervoeren naar de hersenen?
Slide 35 - Quizvraag
Jan-Klaas zit altijd achterin de klas, maar hij kan het bord niet goed zien? Hij gaat naar de opticien om zijn ogen op te laten meten. Wat zal de opticien tegen hem zeggen en hem adviseren?