les 5 B2n Tiere 1

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 17 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Willkommen im Deutschunterricht 5



Thema 2: Tiere
op tafel:
boek 3
etui, papier
snelhechter 

Wat doen wij in deze les:
- stille startopdracht 
- klassikaal over dieren + werktijd
- stille ontspanning (mogelijkheid de SO in te zien/afspraak over inhalen)
- herhaling persoonsvormen
- volgende SO na de meivakantie



Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel
  1. Je hebt voorbeelden, hoe jij korte zinnen in het Duits kunt maken.
  2. Je kent "IDEWIS" en "FEESTTENTEN" (nog)
  3. Je weet dat het bewaren van de woordenlijst belangrijk is.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

STILLE START
Lees de tekst op kopie 6:
Warum können Frösche so lange tauchen?

Wat betekent de koptekst? Schrijf het eronder.
Onderstreep de woorden, die je kunt vertalen.

timer
5:00
stil


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg: lesen & sprechen over dieren
Wij gaan lezen en schrijven over het uiterlijk van dieren.
Jij maakt werkstuk met woordenboek en laptop vanaf volgende les over je "lievelingsdier" - "een fabeldier"...voor een cijfer. (na de meivakantie inleveren)

Wat moet je hiervoor kunnen?
persoonsvormen in de tegenwoordige tijd + hoe moet je bijvoeglijke naamwoorden aanpassen aan het geslacht.



Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

grammatica Nederlands

Het is de bruine kat.
Het is een bruine kat.

MAAR
Het is het bruine konijn.
Het is een bruin konijn(o).
grammatica Duits

  • Das ist die braune Katze(v).
  • Das ist eine braune Katze(v).
  • Das ist der braune Hund(m).
  • Das ist ein brauner Hund(m).
  • Das ist das braune Kaninchen(o).
  • Das ist ein braunes Kaninchen(o).

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welches Tier siehst Du?
  • Das ist ein beiges Kamel (o).
  • Das Kamel hat einen Kopf (m).
  • Das Kamel hat einen Schwanz (m).
  • Das Kamel hat vier gute Pfoten (mv).
  • Das Fell (o) ist beige-braun.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welches Tier siehst Du?
  • Ich sehe eine Katze (v).
  • Die Katze hat eine kleine Nase (v).
  • Die Katze hat ein weiches Fell (o).
  • Die Katze hat 4 weiche Pfoten (mv)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

AAN DE SLAG 1
Maak met een partner:

1. Neem samen een dier.
2. Schrijf met behulp van de woordenlist (kopie 6) en voorbeelden op kopie 7 vier zinnen over dit dier.
timer
10:00
stil


Wij vergelijken dit en dan hebben jullie 15 minuten ontspanning.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Korte ontspanning

Je blijft op je plaats zitten.
Je mag op je laptop.  
Het geluid staat uit.
Je praat alleen met je buurman/vrouw heel zachtjes.
timer
10:00
inhalen & toets inzien

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

herhaling: ezelsbruggetje = IDEWIS
persoonlijke voornaamwoorden:
  • ich
  • du
  • er/sie/es
  • wir
  • ihr
  • sie/SIE
ik
jij/u
hij/zij/het
wij
jullie
zij
  • I
  • D
  • E
  • W
  • I
  • S

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

IDEWIS + Feesttenten - Regel
STAMM + UITGANG (en deze is helemaal regelmatig!)
Wat is de stam van: 
machen -
leben -
schwimmen - 
lächeln - 




  • mach
  • leb
  • schwimm
  • lächel

Slide 12 - Tekstslide

Slay

IDEWIS + Feesttenten - Regel
Ook in het Duits maak je de persoonsvorm door 
STAMM + UITGANG (en deze is helemaal regelmatig!)
Je gebruikt het ezelsbruggetje bij het oefenen.

(uitzondering: haben, sein + andere hulpwerkwoorden)

Slide 13 - Tekstslide

Slay

AAN DE SLAG 2
Werk met je buurman/buurvrouw samen

Open je Textarbeitsbuch 3, blz. 10
Maak Aufgabe (opdracht) 2b, 2c
Maak blz. 15 Aufgabe 10a, 10b
Maak de opdracht op de kopie 8
Hulp nodig? - Steek je vinger op!  

timer
15:00
stil


Wij vergelijken - wir vergleichen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik - hebben wij dit bereikt?
Nieuwe woordenlijst: Bewaar deze goed in je snelhechter, je hebt hem bij de schrijfopdrachten nodig.
Je weet het thema voor de volgende weken.
Je kent (nog) "IDEWIS" en "FEESTTENTEN" 



Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

"feesttenten - regel" = Ezelsbruggetje om de juiste uitgang te onthouden

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies