Thema 6 basisstof 5 Mens en milieu deel 2

6.5 Het broeikaseffect
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

6.5 Het broeikaseffect

Slide 1 - Tekstslide

Eerst wat (huiswerk)vragen
Pak je boek en schrift erbij 

Slide 2 - Tekstslide

Wat is een voorbeeld van een monocultuur?
A
Een akker waarop afwisselend aardappelen en tarwe worden verbouwd.
B
Een boomgaard met verschillende appel- en perenbomen.
C
Een akker waarop al jaren maïs wordt verbouwd.
D
Een weiland waarin gras en verschillende bloemen groeien.

Slide 3 - Quizvraag

Wat zullen de twee grootste bronnen van duurzame energie
in Nederland zijn?
A
Biomassa en windenergie
B
Biomassa en zonne-energie
C
Windenergie en zonne-energie

Slide 4 - Quizvraag

Mensen zorgen via vervuiling en uitputting voor milieuproblemen.
Wat is uitputting?
A
Het verdwijnen van mineralen uit de bodem, door intensieve landbouw.
B
Dat de stikstof uit mest terecht komt in het grondwater en in de lucht.
C
Het vervuilen van de bodem door de chemische industrie.
D
Wanneer de mens stoffen uit het milieu haalt, zoals grondstoffen.

Slide 5 - Quizvraag

Leerdoelen
  • Je kunt enkele oorzaken en gevolgen van klimaatverandering beschrijven.
  • Je kunt uitleggen hoe het versterkt broeikaseffect ontstaat.
  • Je kunt de gevolgen van de opwarming van de aarde benoemen.
  • Je begrijpt de impact op de natuur wanneer de biodiversiteit afneemt. 

Slide 6 - Tekstslide

Het broeikaseffect
Dampkring/atmosfeer: laag (dunne deken van lucht) om aarde die het klimaat bepaald. 
Deze laag is 1000km dik.

Slide 7 - Tekstslide

Wie weet het?
De dampkring is opgebouwd uit vier lagen.
Welke laag hoort daar niet bij?
A
Massasfeer
B
Troposfeer
C
Stratosfeer
D
Ionosfeer

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Video

Wat is GEEN broeikasgas?
A
N2O (lachgas)
B
CO2 (koolstofdioxide)
C
CH4 (methaan)
D
H2S (waterstofsulfide)

Slide 10 - Quizvraag

Het broeikaseffect
Door broeikaseffect gemiddeld 15℃ op de aarde

Zonder de dampkring = -18 ℃

meer broeikasgassen  versterkt broeikaseffect

Slide 11 - Tekstslide

Het broeikaseffect is een
natuurlijk proces
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Het versterkt broeikaseffect
Gevolgen versterkt broeikaseffect:
  • klimaatverandering --> steeds warmer op aarde 
           - zeespiegel stijgt
           - voedselvoorziening komt in gevaar
           - diersoorten en plantensoorten sterven uit. 
 

Slide 13 - Tekstslide

Door klimaatverandering stijgt de zeespiegel. Hoe komt dat?
A
Het zeewater warmt op. Daardoor zet het water uit en neemt het meer ruimte in beslag.
B
Doordat de ijskappen op Groenland en de Zuidpool en gletsjers smelten.
C
Zowel antwoord A als B
D
Het juiste antwoord staat er niet bij.

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Wat zijn kantelpunten in het klimaat?
A
Kantelpunten zijn gebeurtenissen die, als ze gebeuren, een nog grotere en onomkeerbare invloed hebben op het opwarmen van de aarde.
B
Kantelpunten zijn gebeurtenissen die invloed hebben op het opwarmen van de aarde.
C
Kantelpunten zijn de invloeden van de industrie en luchtvaart die invloed hebben op het opwarmen van de aarde.
D
Kantelpunten zijn de invloeden van de mens op de aarde, zoals uitstoot van koolstofdioxide en de grootschalige veeteelt.

Slide 17 - Quizvraag

Laatste vraag: Als de Westantarctische ijskap volledig smelt, hoeveel meter stijgt de zeespiegel dan?
A
1/2 meter
B
1 meter
C
2 meter
D
3 meter

Slide 18 - Quizvraag

Maak jij je zorgen over
klimaatverandering?
Schrijf ook op waarom wel of niet!

Slide 19 - Woordweb

HUISWERK
Bestudeer 6.5 

en maak 1 t/m 3, 5 en 7

Slide 20 - Tekstslide