Verhoudingen

1 / 16
volgende
Slide 1: Video
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 5 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Bij ziekenhuisopnames van militairen is de verhouding tussen het aantal oorlogsverwondingen en het aantal ziekte en ongevallen 20 : 80
vraag: Wat is de kleinste verhouding hiervan?

Slide 2 - Open vraag

Bij ziekenhuisopnames van militairen is de verhouding tussen het aantal oorlogsverwondingen en het aantal ziekenhuis opnamen ... : ....
Noteer de kleinste verhouding.

Slide 3 - Open vraag

Bij ziekenhuisopnames van militairen is de verhouding tussen het aantal ziekte en verwondingen en het aantal ziekenhuis opnamen ... : ....
Noteer de kleinste verhouding.

Slide 4 - Open vraag

Vraag: Hoelaat moeten jullie uiterlijk vertrekken vanuit de kamp? Reken uit met een verhoudingstabel.
Om de marstest te kunnen doorstaan moet je met de groep van je kamp naar de Kazerne marcheren met een grote rugzak. Je legt een afstand van 15 km af. De marstempo is 6 km per uur. Je wordt met de groep om 10.00 verwacht bij de kazerne.

Slide 5 - Tekstslide

Noteer de kleinste verhouding 
De verhouding tussen de orange en de witte paaseitjes is .... : .....

Slide 6 - Tekstslide

Noteer de kleinste verhouding
De verhouding tussen de groene - en de aantal paaseitjes is ..... : ......

Slide 7 - Tekstslide

Wat is de kleinste verhouding tussen de hoeveelheid gangen en het aantal
bezoekers per uur?


Er wordt een evenement gehouden waar je als beveiliger aanwezig moet zijn.
Op het terrein zijn er 5 gangen met poortjes aanwezig.
In de 5 gangen kunnen er per uur 75 bezoekers doorheen.
  

Slide 8 - Tekstslide

Hoeveel minuten doe je over de weg van je huis naar het evenement?
Je moet je aanmelden om 16.00 bij het evenement . Om op tijd aan te komen ga je met je fatbike. Je gaat met een gemiddelde snelheid van 25 km per uur. De afstand is 20 km.

Slide 9 - Tekstslide

b. Hoe laat moet je uiterlijk uit huis om op tijd aanwezig te zijn?

Slide 10 - Open vraag

Kijk naar de 9 bij de dieselprijs
Vraag: wat is de waarde daarvan?
Geef antwoord in euro's en of centen

Slide 11 - Tekstslide

28 --14 =....

Slide 12 - Open vraag

-13--18 =

Slide 13 - Open vraag

-6,7 + 8 =...

Slide 14 - Open vraag

Vul in < , > of = -3 X8 .... 4 x 4

Slide 15 - Open vraag

51,2 : 8 =

Slide 16 - Open vraag