2.2-2.4 Formatieve toets

Oefenvragen
Extra les
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Oefenvragen
Extra les

Slide 1 - Tekstslide

Welk bestanddeel van het bloed neemt zuurstof op uit de longblaasjes?
A
rode bloedcel
B
witte bloedcel
C
bloedplaatje
D
bloedplasma

Slide 2 - Quizvraag

welke stof vind je niet in je bloedplasma?
A
glucose
B
eiwitten
C
fibrinogeen
D
de bloedcellen

Slide 3 - Quizvraag

Rode bloedcellen worden extra aangemaakt door productie van het hormoon ...
A
EPO
B
Renine
C
Calcitriol

Slide 4 - Quizvraag

Het bloed van slagaders stroomt terug naar het hart
A
juist
B
onjuist

Slide 5 - Quizvraag

Etter/pus bestaat uit ...
A
bloedplaatjes en gedode bacteriën
B
witte bloedcellen en gedode bacteriën
C
witte bloedcellen en bloedplaatjes
D
witte bloedcellen en antistoffen

Slide 6 - Quizvraag

Een hartinfarct ontstaat door trombose in een kransslagader.
Deze bewering is ...
A
juist
B
onjuist

Slide 7 - Quizvraag

De lever is verbonden met 3 bloedvaten. Hieronder staan 4 bloedvaten vermeld.
Welke hoort er niet in thuis
A
leverader
B
poortader
C
onderste holle ader
D
leverslagader

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Cholesterol kan de kransslagaders verstoppen.
Deze bewering is ...
A
juist
B
onjuist

Slide 10 - Quizvraag

Waardoor ontstaat slagaderverkalking?

Slide 11 - Open vraag

Roken kan leiden tot een hartinfarct. Deze bewering is ....
A
juist
B
onjuist

Slide 12 - Quizvraag

Tijdens de hartpauze zijn ....
A
de hartkleppen gesloten en de halvemaanvormige kleppen gesloten
B
de hartkleppen open en de halvemaanvormige kleppen gesloten
C
de hartkleppen gesloten en de halvemaanvormige kleppen open
D
de hartkleppen open en de halvemaanvormige kleppen open

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

bij het samentrekken van de kamers zijn de ...
A
de hartkleppen gesloten en de halvemaanvormige kleppen gesloten
B
de hartkleppen gesloten en de halvemaanvormige kleppen open
C
de hartkleppen open en de halvemaanvormige kleppen gesloten
D
de hartkleppen open en de halvemaanvormige kleppen open

Slide 15 - Quizvraag

Slide 16 - Tekstslide

waar zit welke klep?
A
halvemaanvormige kleppen zitten tussen de kamers en de slagaders, hartkleppen tussen de boezems en de kamers
B
halvemaanvormige kleppen zitten tussen boezems en de kamers hartkleppen tussen de kamers en de slagaders

Slide 17 - Quizvraag

de hartkleppen openen en sluiten
A
doordat spiertjes die eraan zitten, samentrekken en sluiten
B
door het drukverschil tussen de ruimten waartussen ze zich bevinden

Slide 18 - Quizvraag

In welk bloedvat stroomt bloed dat weinig koolstofdioxide bevat?
A
longslagader
B
poortader
C
nierader
D
aorta

Slide 19 - Quizvraag

Waarom wordt er bij bloeddonatie bloed uit een armader en niet een armslagader afgenomen?
A
de bloeddruk in de armader is hoger dan in de armslagader
B
de bloeddruk is lager in de armader dan in de armslagader
C
het bloed in de armader is zuurstofarm en in de armslagader is zuurstofrijk
D
het bloed in de armader is zuurstofrijk en in de armslagader is zuurstofarm

Slide 20 - Quizvraag

bloedvaten met zuurstofarm bloed worden in tekeningen ingekleurd met een blauwe kleur
A
juist
B
onjuist

Slide 21 - Quizvraag

in werkelijkheid is zuurstofarm bloed
A
donkerrood
B
lichtrood

Slide 22 - Quizvraag

De onderdruk noemen we ook wel de systolische bloeddruk
A
juist
B
onjuist

Slide 23 - Quizvraag

je kunt aan de dikte van de wand van een bloedvat zien met welk type bloedvat je te maken hebt
A
juist
B
onjuist

Slide 24 - Quizvraag

de poortader vervoert bloed
A
van de lever naar de verteringsorganen
B
van de verteringsorganen naar de lever

Slide 25 - Quizvraag