In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Examen Nederlands
VMBO 4 BB
Slide 1 - Tekstslide
Examen Nederlands
Slide 2 - Woordweb
Inhoud van het examen
Leesvaardigheidje krijgt teksten waarbij je vragen moet beantwoorden.
Kijk- & luistervaardigheid je krijgt filmpjes waarbij je vragen moet beantwoorden.
E-mailje moet een e-mail schrijven.
OF
Tekst schrijven je moet een artikel of brief schrijven.
Slide 3 - Tekstslide
Wat neem je mee?
Woordenboekverklarend Nederlands
Oortjes / koptelefoonjust in case...
Slide 4 - Tekstslide
Leesvaardigheid
Er zijn een aantal teksten die je moet lezen. Daarna beantwoord je zowel open vragen als meerkeuzevragen.
Slide 5 - Tekstslide
Stappenplan
Fase 1 Oriënterend lezen
Bekijk titel, tussenkopjes, afbeeldingen & bron
Bedenk voor jezelf wat het onderwerp is en wat je er al van weet.
Lees de eerste en laatste alinea.
Bedenk voor jezelf hoe de tekst ongeveer in elkaar zal zitten.
Slide 6 - Tekstslide
Stappenplan
Fase 2 Intensief lezen
Lees de vragen.
Lees iedere alinea, omcirkel signaalwoorden en onderstreep de kernzin.
Fase 3 Vragen beantwoorden
Lees de vraag nogmaals.
Is het een open vraag of meerkeuzevraag?
Slide 7 - Tekstslide
Open vragen
Leg uit/verklaar
geef een uitleg in eigen woorden.
Noem twee... / Welke twee...
schrijf 2 dingen op.
Niet meer, niet minder.
Citeer een zin
letterlijk overschrijven uit de tekst.
"Eerste twee ... laatste twee." (r. 23)
Slide 8 - Tekstslide
Meerkeuze
Lees eerst alleen de vraag.
Lees nog een keer het tekstgedeelte.
Zoek in de tekst zelf het antwoord op de vraag.
Vergelijk jouw antwoord met de antwoorden bij de vraag.
Slide 9 - Tekstslide
Doel
Wat wil de schrijver bereiken bij de lezers?
Voorbeelden van tekstdoelen:
Informeren
Activeren
Overtuigen
Amuseren
Slide 10 - Tekstslide
Wat is het tekstdoel van een advertentie?
A
Informeren
B
Activeren
C
Overtuigen
D
Amuseren
Slide 11 - Quizvraag
Wat is het tekstdoel van een krantenartikel?
A
Informeren
B
Activeren
C
Overtuigen
D
Amuseren
Slide 12 - Quizvraag
In een overtuigende tekst vind je vooral...
A
feiten
B
meningen
C
feiten & meningen
Slide 13 - Quizvraag
In een informerende tekst vind je vooral...
A
feiten
B
meningen
C
feiten & meningen
Slide 14 - Quizvraag
Feiten & meningen
Slide 15 - Tekstslide
"Het mooiste gevoel voor mij is als het busje van de postbode komt aanrijden", aldus sneakerfreak Mathijs (18).
A
Feit
B
Mening van de schrijver
C
Mening van een ander
Slide 16 - Quizvraag
De sneaker uit 2005 is ontworpen door de Nederlandse Piet 'Parra' Jansen.
A
Feit
B
Mening van de schrijver
C
Mening van een ander
Slide 17 - Quizvraag
Waar de één duizenden euro's betaalt voor een afgetrapt paar sneakers, wil ik er nog niet dood in gevonden worden.
A
Feit
B
Mening van de schrijver
C
Mening van een ander
Slide 18 - Quizvraag
Hoofdgedachte
Stel jezelf de volgende vraag:
Wat is het belangrijkste wat in de tekst over het onderwerp wordt gezegd?
De hoofdgedachte staat vaak in de inleiding of het slot.
Slide 19 - Tekstslide
Tekstverbanden
Vragen over tekstverbanden:
Wat is het verband tussen alinea 4 en 5?
Wat is de functie van alinea 5 ten opzichte van alinea 5?
Belangrijk = ken de verbanden + signaalwoorden!
Slide 20 - Tekstslide
Tegenstelling
Oorzaak-gevolg
Voorwaarde
Reden
toch
echter
hoewel
indien
tenzij
wanneer
daardoor
doordat
omdat
namelijk
immers
Slide 21 - Sleepvraag
Slide 22 - Tekstslide
Kijk- en luistervaardigheid
Tijdens je examen bekijk je een aantal filmpjes. Hierbij krijg je bijvoorbeeld een stukje uit een documentaire of discussieprogramma te zien. Daarna beantwoord je zowel open vragen als meerkeuzevragen.
Slide 23 - Tekstslide
Stappenplan
Bekijk het filmpje aandachtig.
Lees de vraag.
Kijk het stukje film terug en bedenk wat het antwoord is.
Lees nogmaals de vraag en de antwoorden.
Kies het juiste antwoord.
Op de volgende pagina vind je een website waar je kunt oefenen.
Slide 24 - Tekstslide
www.schooltv.nl
Slide 25 - Link
E-mail
E-mail schrijven
Slide 26 - Tekstslide
Slide 27 - Video
Stappenplan
Formuleer een duidelijk onderwerp.
Typ een correcte aanhef en denk aan de komma.
Alinea 1: geef aan waarom je de e-mail stuurt.
Alinea 2: geef meer informatie over het onderwerp.
Alinea 3: vertel wat je verwacht van de ontvanger.
Formuleer een nette slotgroep en schrijf je naam eronder.
Slide 28 - Tekstslide
Beoordeling
Inhoud: staan alle punten die gevraagd worden in je e-mail?