4.4 Hoe maak je winst?

Gedragsverwachtingen

Verantwoord:                       Tijdens mijn uitleg: STILTE
                                                    Actief luisteren
Vriendelijk:                            Elkaar laten uitpraten
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 44 min

Onderdelen in deze les

Gedragsverwachtingen

Verantwoord:                       Tijdens mijn uitleg: STILTE
                                                    Actief luisteren
Vriendelijk:                            Elkaar laten uitpraten

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen                                 

Je weet aan het eind van de les ....

- wat een ondernemer is
- wat het verschil is tussen arbeidsintensief en 
kapitaalintensief
- wat afzet en omzet is




My Skills:
#12 Initiatief tonen en pro-actief zijn
#8 Samenwerken en overleggen


Slide 2 - Tekstslide

De productiekosten voor het maken van 35 taarten is € 175,00. Hoeveel is de kostprijs per product?

Slide 3 - Open vraag

Kapitaalgoederen zijn:
A
Het werk dat mensen doen.
B
Dingen die je nodig hebt om te produceren zoals natuur en arbeid.
C
Dingen uit de natuur, zoals grondstoffen
D
Hulpmiddelen bij de productie. Denk aan machines.

Slide 4 - Quizvraag

Wat is arbeidsproductiviteit?
A
Computers nemen de productie over
B
hoeveelheid producten die een werknemer kan maken in bepaalde tijd
C
machines nemen het zware werk over van mensen

Slide 5 - Quizvraag

Ondernemer
Als je met je eigen bedrijf je geld verdient, ben je een ondernemer.

Je kunt ook mensen in dienst hebben die bij jouw bedrijf werken. 

Slide 6 - Tekstslide

Bij wat voor bedrijven wordt er weinig met
machines gewerkt en juist veel met de hand?

Slide 7 - Woordweb

Kapitaalintensief vs Arbeidsintensief
Kapitaalintensief
Arbeidsintensief

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Afzet & omzet 
  • Het aantal producten dat je verkocht hebt, is de afzet.

  • Het totaalbedrag dat je met de verkopen ontvangt, is de omzet


Omzet = afzet x verkoopprijs

Slide 10 - Tekstslide

Afzet
Afzet = omzet : verkoopprijs: 


Slide 11 - Tekstslide

4.4
Maak opdracht 1, 4, 6, 7 (blz. 128-131)

Tijd: 15 minuten
Hoe: zelfstandig, in stilte

Klaar? maak opgave 8
timer
15:00

Slide 12 - Tekstslide

Leerdoelen: reflectie




Je weet aan het eind van de les ....

- wat een ondernemer is
- wat het verschil is tussen arbeidsintensief en
kapitaalintensief
- wat afzet en omzet is

Slide 13 - Tekstslide