5.4 Het zenuwstelsel

timer
3:30
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

timer
3:30

Slide 1 - Tekstslide

timer
3:30

Slide 2 - Tekstslide

Herhaling 5.3
pupilreflex
werking oog

Slide 3 - Tekstslide

Kringspieren in je iris zorgen voor?
A
pupilreflex: pupil verkleinen
B
pupilreflex: pupil vergroten

Slide 4 - Quizvraag

Een bijziend persoon kan niet ... zien.
A
In de verte
B
Dichtbij

Slide 5 - Quizvraag

Waarvoor dient de pupilreflex?
A
regelen van de hoeveelheid licht die op het netvlies valt
B
scherpstellen van het beeld
C
verspreiden van traanvocht over de ogen
D
produceren van traanvocht

Slide 6 - Quizvraag

Welk nummer geeft de lens aan?
A
8
B
7
C
6
D
5

Slide 7 - Quizvraag

H 5.4 ZENUWSTELSEL

Slide 8 - Tekstslide

Leerdoelen
Je kunt de bouw en functies van het zenuwstelsel beschrijven
Je kunt de bouw van zenuwcellen en zenuwen beschrijven
Je kunt een reflexboog beschrijven

Slide 9 - Tekstslide

Centrale zenuwstelsel

Het centrale zenuwstelsel bestaat uit  de hersenen en de ruggenmerg


Slide 10 - Tekstslide

De werking van het zenuwstelsel

Slide 11 - Tekstslide

Zenuwcellen
Zenuwstelsel bevat miljoenen zenuwcellen
  • Zenuwcel: cellichaam en uitlopers
  • Cellichaam: bevind de kern
  • Uitlopers: geleiden de impulsen

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Het ruggenmerg

zenuwen verbonden met het ruggenmerg. 

Het ruggenmerg begint bij de hersenen en eindigt in de lendenwervels.

Slide 14 - Tekstslide

Ruggenmerg
begint bij de hersenen en eindigt in de lendenwervels.

Slide 15 - Tekstslide

Reflexen



Reflex= Snelle onbewuste reactie op een bepaalde prikkel

Reflexboog= de weg die de impulsen afleggen





Slide 16 - Tekstslide

Reflex (en reflexboog)
Reflexboog


Zenuwcellen

Slide 17 - Tekstslide

Wat is een prikkel?
A
Iets wat je voelt als je iets scherps aanraakt.
B
Een signaaltje dat van buitenaf komt.
C
Een signaaltje dat vervoert wordt door je lichaam.
D
Een onderdeel van het centraal zenuwstelsel.

Slide 18 - Quizvraag

Waaruit bestaat je centraal zenuwstelsel?
A
Hersenen
B
Hersenen en ruggenmerg
C
Hersenen en zenuwen
D
Ruggenmerg en zenuwen

Slide 19 - Quizvraag

Wat is een reflex?
A
Een vaste snelle reactie op een bepaald impuls
B
Een vaste snelle reactie op een bepaalde prikkel
C
Een afwisselende snelle reactie op een bepaalde prikkel
D
Een afwisselende trage reactie op een bepaalde impuls

Slide 20 - Quizvraag

Wat is een reflex?
A
Je steekt je hand uit als je rechtsaf gaat.
B
Je steekt je handen uit als je valt.
C
Je steekt je hand uit als begroeting
D
Je gooit een bal naar een tegenspeler.

Slide 21 - Quizvraag

Zenuwen
Meerdere uitlopers van zenuwcellen liggen bij elkaar: vormt een zenuw.
Elke uitloper is omringd door een isolerend laagje.
Om een zenuw zit bindweefsel

Slide 22 - Tekstslide

Plenda
(1mh4: maandag 24-3!)

Bio § 5.4: opdr 1 - 9
Nu beginnen! 





Slide 23 - Tekstslide