4A H4 - Volledige mededinging

1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 51 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze periode
- Hoofdstuk 4 behandelen (toets H3 en H4 in TW3)
- Experiment graanmarkt
- Examenopgaves oefenen
- 2 uur in de week les, i.p.v. 3

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 4
Volledige mededinging (marktvormen)
Boek open op blz. 105

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4.1 Volledige mededinging
Op welke markt hebben individuele vragers en aanbieders geen invloed op de prijs?

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op een markt
  • Komen vraag en aanbod van goederen en diensten samen 


Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Conrete markt
Abstracte markt

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Marktvorm
  • Een marktvorm is het geheel van omstandigheden waaronder ondernemingen met elkaar concurreren.
  • Kenmerken marktvormen
  1. Aantal aanbieders
  2. Aard van het product (homogene of heterogene producten)
  3. Prijsbepalende factoren
Marktvorm
  • Een marktvorm is het geheel van omstandigheden waaronder ondernemingen met elkaar concurreren.
  • Kenmerken marktvormen

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Marktvorm
  • Een marktvorm is het geheel van omstandigheden waaronder ondernemingen met elkaar concurreren.
  • Kenmerken marktvormen
Verschil homogeen en heterogeen product
  • Homogeen product:
    Producten die van elke afnemer hetzelfde zijn in de ogen van de consument.
  • Heterogeen product:
    Producten die van elke afnemer verschillend zijn in de ogen van de consument.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Marktvorm
  • Een marktvorm is het geheel van omstandigheden waaronder ondernemingen met elkaar concurreren.
  • Kenmerken marktvormen
  1. Homogeen product
  2. Veel aanbieders
  3. Veel vragers
  4. (Collectieve) Vraag en aanbod bepalen de prijs
  5. De aanbieder is een hoeveelheidsaanpasser
Marktvorm volledige mededinging

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een perfecte markt?
  • Bij een perfecte markt komen vraag en aanbod altijd bij elkaar (=marktmechanisme)
  • Er is een evenwichtsprijs

    De marktvorm volkomen concurrentie is de enige perfecte markt. Kenmerken: veel aanbieders, veel vragers en een homogeen product 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De perfecte markt
Marktwerking zorgt voor een evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid. Marktwerking zorgt ervoor dat de prijs altijd terugkomt in de evenwichtssituatie.

  • Surplus maximaal, doelmatigheid maximaal = perfecte markt. 
  • Betalingsbereidheid = vraaglijn
  • Leveringsbereidheid = aanbodlijn
  • Marginale kostenlijn --> volkomen concurrentie = aanbodlijn

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld: markt voor bloemen op een grote bloemenveiling, zoals FloraHolland
Waarom past dit bij volkomen concurrentie?
  1. Veel aanbieders en vragers: Er zijn duizenden kwekers die hun bloemen aanbieden en veel kopers (zoals bloemisten) die op de veiling inkopen.
  2. Homogene producten: Een bos rode rozen van een bepaalde kwaliteit is niet onderscheidend van een vergelijkbare bos van een andere kweker.
  3. Vrije toetreding en uittreding: Kwekers kunnen relatief eenvoudig hun bloemen aanbieden via de veiling, en kopers kunnen gemakkelijk participeren.
  4. Perfecte markttransparantie: Op de veilingklok wordt de prijs en beschikbaarheid van bloemen realtime weergegeven, wat betekent dat iedereen dezelfde informatie heeft.

Slide 16 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schema blz. 107 & kenmerken volledige mededinging op blz. 108.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
- Maken 4.2, 4.4, 4.5
    - Met degene die naast je zit aan de slag, overleggen mag
    - Vragen? > Lees samen de vraag nog een keer door > Aan mij vragen
    -  Maak de opdrachten in je schrift
Klaar?
- Nakijken van de opgaven 
- Oefenopgaves maken


Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4.2 Marktevenwicht en prijsontwikkeling
Hoe komt door vraag en aanbod een prijs tot stand?
Boek open op blz. 112

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We willen graag een... marktevenwicht

Op het snijpunt van de vraag- en aanbodlijn is er 
een marktevenwicht.

Bij het marktevenwicht hoort de evenwichtsprijs.


Bij de evenwichtsprijs hoort de evenwichtshoeveelheid.
Marktevenwicht:
Situatie op de markt waarbij vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn.
Evenwichtsprijs:
De prijs waarbij vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn.
Evenwichtshoeveelheid:
De gevraagd en aangeboden hoeveelheid bij de evenwichtsprijs.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Marktevenwicht
Het snijpunt van de vraag- en aanbodlijn is het marktevenwicht. We noemen dat het evenwichtspunt.

Bij dit marktevenwicht hoort:
- de evenwichtsprijs
- de evenwichtshoeveelheid.

Hierbij geldt: Qa = Qv

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evenwichtsprijs
De evenwichtsprijs bereken je door Qa=Qv
              (door de balansmethode)
De evenwichtshoeveelheid bereken je door de evenwichts-prijs op de plek van P in de Qa of de Qv formule in te vullen

Qa = aangeboden hoeveelheid
Qv = gevraagde hoeveelheid                                 P = prijs

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evenwichtsprijs berekenen 

  • Qa = 2P – 20 en Qv = -3P + 100

    Evenwichtsprijs berekenen > Qa = Qv
  • 2P – 20 = -3P + 100 
  • 5P – 20 = +100 
  • 5P = 120 
  • P = 120/5 = 24 euro 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Evenwichtshoeveelheid berekenen 

  • Qa = 2P – 20 en Qv = -3P + 100

    Evenwichtsprijs = €24
    De evenwichtshoeveelheid bereken je door de evenwichtsprijs in de Qa of de Qv formule in te vullen

Qv >    2 * 24 - 20 = 28 stuks                      óf
Qa >   -3 * 24 + 100 = 28 stuks

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld blz. 113 en 114

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vraagoverschot
Vraagoverschot

  • Bij P = 20
  • Qa = 3.750
  • Qv = 6.000

Wat zal er met de prijs gebeuren bij een vraagoverschot?

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Marktevenwicht

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdr. 4.12

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschuiving op de markt
Wat gebeurd er met de evenwichtsprijs als er veel meer aanbieders op de markt komen?

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De aanbodlijn verschuift naar rechts

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschuiving aanbodlijn bij minder aanbieders

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
- Maken 4.2, 4.4, 4.5 (4.1)
- Maken 4.11a, 4.12a,c, 4.13 (4.2)
    - Met degene die naast je zit aan de slag, overleggen mag
    - Vragen? > Lees samen de vraag nog een keer door > Aan mij vragen
    -  Maak de opdrachten in je schrift
Klaar?
- Nakijken van de opgaven 
- Oefenopgaves maken


Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4.3 Marktevenwicht en bedrijfsevenwicht
Wat betekent de marktprijs voor de winst van de individuele onderneming?
Boek open op blz. 118

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volkomen concurrentie en maximale winst
De marktprijs is 20,- = snijpunt Qa=Qv 
> P=20 (=prijsafzetfunctie)
Qa
Qv
De individuele aanbieder heeft geen invloed op prijs
Dus prijs = 20 

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Theorie lezen op pagina 118 en 119

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
- Maken 4.11a, 4.12a,c, 4.13 (4.2)
- Maken 17, 18, 20 (4.3)
    - Met degene die naast je zit aan de slag, overleggen mag
    - Vragen? > Lees samen de vraag nog een keer door > Aan mij vragen
    -  Maak de opdrachten in je schrift
Klaar?
- Nakijken van de opgaven 
- Oefenopgaves maken


Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4.4 Economisch surplus en volledige mededinging
Hoe beïnvloeden prijzen de verdeling van het economisch surplus?
Boek open op blz. 124

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Consumenten- en producenten surplus

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Economisch surplus = CS + PS
Consumentensurplus = 
verschil betalingsbereidheid en prijs die betaalt wordt

Producentensurplus = 
verschil leveringsbereidheid en prijs die ontvangen wordt

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pareto optimum
Hier is CS + PS maximaal
Niemand kan zijn positie verbeteren 
zonder dat dit ten koste gaat van de ander

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lezen en bekijken grafiek, op blz. 125

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samengevat
  • Bij marktevenwicht is er sprake van een Pareto optimum: de consumenten + producentensurplus bij elkaar opgeteld is maximaal
  • Het totale welvaartsverlies bij  een andere prijs dan de evenwichtsprijs heet de Harberger driehoek

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Economen zeggen dat de vrije marktwerking het meest optimaal is.
Alle productiefactoren (KANO) worden op de meest efficiënte manier ingezet.

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Optimale allocatie
  • = de best mogelijke verdeling van de beschikbare productiefactoren.
  • Het economisch surplus is (Pareto) maximaal. 
  • De prijzen zijn zo laag mogelijk.
  • De productie is zo groot mogelijk.
  • De marktprijs komt overeen met de marginale kosten van de marginale aanbieder.

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
- Maken 4.23
    - Met degene die naast je zit aan de slag, overleggen mag
    - Vragen? > Lees samen de vraag nog een keer door > Aan mij vragen
    -  Maak de opdrachten in je schrift
Klaar?
- Nakijken van de opgaven 
- Oefenopgaves maken


Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4.4 Economisch surplus en volledige mededinging
Hoe beïnvloeden prijzen de verdeling van het economisch surplus?
Boek open op blz. 126

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lezen blz. 126

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maken opgave 4.25

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies