gezegde: alle werkwoorden uit de zin
onderwerp: degene die/dat het gezegde uitvoert
lijdend voorwerp: degene/datgene wat iets ondergaat in de zin
meewerkend voorwerp: degene/datgene die/dat iets krijgt. Soms staat er al het woord aan in de zin of je kunt het ervoor plaatsen
Ik geef (aan) mijn moeder een bos bloemen