H6.3_Hoe sta jij ervoor op de markt?

Hoofdstuk 6 
Productie en markt
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 6 
Productie en markt

Slide 1 - Tekstslide

Huiswerk bespreken
Plusopdrachten: 6 t/m 9 (blz 180) Rekenopdrachten: 3 t/m 11 (blz 182)

Slide 2 - Tekstslide

H6.3: Hoe sta jij ervoor op de markt?

Programma:
  • Doorlezen paragraaf 6.3
  • Lesdoelen par. 6.3
  • Uitleg en instructie
  • Huiswerk volgende les
  • Volgende les: Herhaling/reflectie en bespreken huiswerk

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen: na de les weet je.....
  • Wat vraag en aanbod is
  • Wat het verschil is tussen afzet en omzet en hoe je de omzet berekent
  • Wat een marktaandeel is.
  • Hoe een bedrijf het marktaandeel kan vergroten
  • Wat het verschil is tussen brutowinst en nettowinst en hoe je ze berekent

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Uitleg en instructie...

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Marketingmix

Slide 13 - Tekstslide

vragen?

Slide 14 - Tekstslide

Maken opdrachten 
Maken van opdrachten 2 t/m 5 (blz. 130-131)



timer
10:00

Slide 15 - Tekstslide

Bespreken opgave 2 t/m 5

Slide 16 - Tekstslide

Huiswerk volgende les
Maken Par.6.3: 
Opdrachten  4 t/m 11

Slide 17 - Tekstslide

Huiswerk bespreken
Maken Par.6.3:
Opdrachten 4 t/m 11

Slide 18 - Tekstslide

Reflectie: Zijn de lesdoelen behaald?
  • Wat vraag en aanbod is
  • Wat het verschil is tussen afzet en omzet en hoe je de omzet berekent
  • Wat een marktaandeel is.
  • Hoe een bedrijf het marktaandeel kan vergroten
  • Wat het verschil is tussen brutowinst en nettowinst en hoe je ze berekent

Slide 19 - Tekstslide

Als er in Nederland ineens een grote hoeveelheid goud wordt gevonden, zal de prijs van goud…
A
Stijgen
B
Dalen
C
Gelijk blijven

Slide 20 - Quizvraag

Waarom is een camping in Spanje in juli duurder dan in november?
A
De vraag is kleiner
B
De vraag is groter
C
Het aanbod is kleiner
D
Het aanbod is groter

Slide 21 - Quizvraag

De verkoopprijs is €19,80
De afzet is 45.000
Bereken de omzet

Slide 22 - Open vraag

Wat betekent het begrip ‘afzet’?
A
Het aantal producten dat je hebt verkocht
B
Hoeveel geld er binnen is gekomen
C
Hoeveel je uiteindelijk hebt verdiend
D
Dat je bent opgelicht

Slide 23 - Quizvraag

Je hebt afgelopen maand 120 clownsneuzen verkocht. Deze kocht je in voor € 0,80 en verkocht je voor € 1,20.
Hoeveel bedroeg de omzet afgelopen maand?
A
€48
B
€96
C
€144
D
€1,20

Slide 24 - Quizvraag

Van een winkel die handelt in rechtersokken is het volgende bekend:
Omzet: € 80.000
Inkoopwaarde: € 45.000
Personeelskosten: € 15.000
Huur: € 4.000
Reclamekosten: € 3.000
Energiekosten: € 2.500 Bereken de totale brutowinst.
A
€35.000
B
€20.000
C
€13.500
D
€10.500

Slide 25 - Quizvraag

Van een winkel die handelt in linkersokken is het volgende bekend:
Afzet: 160.000 sokken
Verkoopprijs: € 0,50
Inkoopprijs: € 0,30 Personeelskosten: € 12.000
Huur: € 5.000
Reclamekosten: € 2.000
Energiekosten: € 1.500 Bereken de totale nettowinst.
A
€48.000
B
€32.000
C
€13.000
D
€11.500

Slide 26 - Quizvraag

Jeroen kreeg vorig jaar van zijn boekhouder de volgende gegevens:
Personeelskosten: € 15.000
Huur: € 4.000
Reclamekosten: € 3.000
Inkoopwaarde: € 45.000
Energiekosten: € 2.500
Brutowinst € 20.000 Bereken de omzet van afgelopen jaar.
A
€89.500
B
€86.500
C
€65.000
D
€25.000

Slide 27 - Quizvraag

Huiswerk volgende les
Plusopdrachten: 10 t/m 13 (blz 181) Rekenopdrachten: 12 t/m 15 (blz 183)


Slide 28 - Tekstslide