Foutieve samentrekking

Formuleerfouten
Foutieve samentrekking
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Formuleerfouten
Foutieve samentrekking

Slide 1 - Tekstslide

Wat is een samentrekking?
Een samentrekking is een zin waarin een woord of een woorddeel wordt weggelaten uit een zinsdeel (of woordgroep), omdat hetzelfde woord al eens in de zin voorkomt. 

  • Bij woorddelen: voor- en nadelen 
  • Bij woorden: korte (...) en lange broeken 
  • Bij zinsdelen: [Jan koopt boeken] en [Piet (...) cd's.]

Slide 2 - Tekstslide

Een goede samentrekking
Als je twee zinnen aan elkaar plakt met en of maar, mag je de delen die hetzelfde zijn in de tweede zin alleen weglaten als:

  • de betekenis hetzelfde is
  • de vorm hetzelfde is (enkelvoud/meervoud)
  • de grammaticale functie hetzelfde is (onderwerp, lijdend voorwerp)

Slide 3 - Tekstslide

Verschil in betekenis
  1. De herderinnetjes hielden een kudde.

  2. De herderinnetjes hielden van ieder schaap.

  3. De herderinnetjes hielden een kudde en (...) (...) van ieder schaap.

Slide 4 - Tekstslide

Verschil in betekenis
In zin 1 en 2 geldt voor De herderinnetjes dat betekenis, vorm en functie hetzelfde zijn. De herderinnetjes mag dus weggelaten worden.

Hielden betekent in zin 1 in stand houden, verzorgen. In zin 2 betekent hielden liefhebben. Omdat de betekenis verschilt, mag je hielden niet weglaten in zin 3.

Slide 5 - Tekstslide

Verschil in betekenis
Fout
De herderinnetjes hielden een kudde en (...) (...) van ieder schaap.

Goed
De herderinnetjes hielden een kudde en (...) hielden van ieder schaap.

Slide 6 - Tekstslide

Verschil in vorm
  1. Het vervallen huis werd afgebroken.

  2. De oude schuren werden gesloopt.

  3. Het vervallen huis werd afgebroken en de oude schuren (...) gesloopt. 

Slide 7 - Tekstslide

Verschil in vorm
In zin 1 is de persoonsvorm enkelvoudig en in zin 2 is de persoonsvorm meervoudig. Daarom mag werden in zin 3 niet worden weggelaten.


Slide 8 - Tekstslide

Verschil in vorm
Fout
Het vervallen huis werd afgebroken en de oude schuren gesloopt.

Goed
Het vervallen huis werd afgebroken en de oude schuren werden gesloopt.

Slide 9 - Tekstslide

Verschil in grammaticale functie
  1. De computer is stuk.

  2. De computer is dus naar een reparateur gebracht.

  3. De computer is stuk en (...) (...) dus naar een reparateur gebracht.

Slide 10 - Tekstslide

Grammaticale functie

In zin 1 en 2 heeft de computer dezelfde betekenis, dezelfde vorm (enkelvoud) en dezelfde grammaticale functie. De computer mag dus in zin 3 worden weggelaten.


Slide 11 - Tekstslide

Ontleed de zinsdelen!

  1. De computer is stuk.

  2. De computer is dus naar een reparateur gebracht.

    Wat voor soort gezegdes?

Slide 12 - Tekstslide

Grammaticale functie
Is in zin 1 is de persoonsvorm van een naamwoordelijk gezegde. Daar is is een koppelwoord. In zin 2 is is echter persoonsvorm van een werkwoordelijk gezegde, zodat is daar een hulpwerkwoord is. 

Is heeft dus niet in beide zinnen dezelfde grammaticale functie. Is mag dus niet worden weggelaten in zin c.

Slide 13 - Tekstslide

Grammaticale functie
Fout
De computer is stuk en (...) (...) dus naar een reparateur gebracht.

Goed
De computer is stuk en (...) is dus naar een reparateur gebracht.

Slide 14 - Tekstslide

Sinterklaas had acht bier en een mijter op.
A
foutieve samentrekking
B
goede samentrekking

Slide 15 - Quizvraag

De docent leidde het nieuwe onderwerp in en de leerlingen om de tuin.
A
foutieve samentrekking (grammaticaal verschil)
B
goede samentrekking
C
foutieve samentrekking (betekenisverschil)
D
geen samentrekking

Slide 16 - Quizvraag

In de toetsweek worden er lange en korte toetsen afgenomen.
A
goede samentrekking
B
foutieve samentrekking

Slide 17 - Quizvraag

Jouw idee in de ideeënbus vond de jury het origineelste en zal spoedig gerealiseerd worden.
A
foutieve samentrekking
B
goede samentrekking

Slide 18 - Quizvraag

De Eerste Kamer heeft de wet aangenomen en geldt vanaf 1 januari.
A
Goede samentrekking
B
foutieve samentrekking

Slide 19 - Quizvraag

Ik moet en zal slagen dit jaar, want ik wil echt niet blijven zitten in klas 3.
Extra info
Het gaat in deze zin om de samentrekking van 'Ik moet en zal'.
A
geen samentrekking
B
foutieve samentrekking
C
goede samentrekking

Slide 20 - Quizvraag

Is de volgende zin een samentrekking?
'Marc zit op voetbal en Faisal ook.'
A
Ja
B
Nee

Slide 21 - Quizvraag

Is de samentrekking juist of onjuist?

Alice maakte de bedden op en daarna het ontbijt klaar.
A
juist
B
onjuist

Slide 22 - Quizvraag

Welke foutieve samentrekking?
''Zijn broek kostte tachtig euro, maar vind ik niet mooi.''
A
Verschil in grammaticale functie
B
Verschil in getal
C
Verschil in betekenis

Slide 23 - Quizvraag

Is de samentrekking juist of onjuist?

Het huiswerk was niet moeilijk en heb ik onder de les al afgemaakt.
A
juist
B
onjuist

Slide 24 - Quizvraag

Verbeter de onderstaande foutieve samentrekking:
In onze straat wordt een verkeersdrempel aangelegd en huizen gebouwd.

Slide 25 - Open vraag

Verbeter de onderstaande foutieve samentrekking:
Het lukte haar niet de beste te blijven en begon nerveus te worden.

Slide 26 - Open vraag

Welke woorden of woorddelen kun je samentrekken?
Schrijf de hele zin op met de samentrekking.

De ouders van Bilal zijn aardige mensen en zijn behulpzame mensen

Slide 27 - Open vraag

Liesbeth is keeper en veel te vinden op het trainingsveld.
























De juf wordt toegezongen door alle leerlingen en de lokalen versierd.

Wij bieden u een baan aan en hopen u volgende week te zien.

A
de samentrekking is goed
B
het is niet dezelfde functie
C
het is niet dezelfde betekenis
D
het is niet hetzelfde getal

Slide 28 - Quizvraag

De bouwvakker draait de panelen om en de moeren aan.
























De juf wordt toegezongen door alle leerlingen en de lokalen versierd.



A
de samentrekking is goed
B
het is niet dezelfde functie
C
het is niet dezelfde betekenis
D
het is niet hetzelfde getal

Slide 29 - Quizvraag

Wat is een foutieve samentrekking?

Slide 30 - Woordweb