ASM les 19 herhalingsles motorische leren + transfers

ASM les 19 herhalingsles motorische leren + transfers
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
Keuzedeel ASMMBOStudiejaar 3,4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

ASM les 19 herhalingsles motorische leren + transfers

Slide 1 - Tekstslide

Motorisch leren 
Impliciete leervormen van het ASM: 
  • Analogie leren
  • Foutloos leren
  • Differentieel leren
  • Externe focus
  • Imitatie leren
  • Cognitieve dubbeltaak




Slide 2 - Tekstslide

Welke 3 vormen van motorisch leren hebben we vorige week behandeld?
F............ leren, A.............. leren, D......... leren

Slide 3 - Open vraag

Foutloos leren
Analogie leren
Differentieel leren
Op veel verschillende manieren een beweging oefenen
Vanuit een beeldspraak een beweging uitvoeren
Beweging zo aanbieden dat er weinig fouten worden gemaakt

Slide 4 - Sleepvraag

Wat is het verschil tussen impliciet en expliciet leren?

Slide 5 - Open vraag

Impliciet vs. Expliciet 
Impliciet leren: 
Een vaardigheid aanleren zonder enige kennis over de bewegingsuitvoering 

Expliciet leren: 
een vorm van leren waarbij men zich gedetailleerd bewust is van wat er precies gebeurd. 

Slide 6 - Tekstslide

Expliciet leren
De sporter kan aangeven welke regels gebruikt worden bij de bewegingsuitvoering. 

De sporter kan het hoe, wat en wanneer van de verschillende deelhandelingen beschrijven. 

Slide 7 - Tekstslide

Impliciet leren
De sporter heeft voldoende kennis om de taak met succes  uit te voeren. 

Bewuste kennis omtrent eventuele deelbeweging is echter niet voorhanden en kan niet worden geproduceerd. 

Slide 8 - Tekstslide

Geef een omschrijving van foutloos leren:

Slide 9 - Open vraag

Foutloos leren
Leren met een zo groot mogelijke reductie aan fouten. 

Er wordt gepoogd het vereiste prestatieniveau in toenemende mate op te voeren met een gelijkblijvend foutenpercentage. 

Er mogen dus wel fouten gemaakt worden, maar de kans op een fout wordt systematisch klein gehouden. 

Slide 10 - Tekstslide

Geef een omschrijving van analogie leren:

Slide 11 - Open vraag

Analogie leren
Leren aan de hand van beeldspraak. 

Geef aan hoe een beweging of een essentieel deel van de beweging wordt uitgevoerd zonder daarbij allerlei expliciete regels te noemen. 

Slide 12 - Tekstslide

Geef een omschrijving van differentieel leren:

Slide 13 - Open vraag

Differentieel leren
Ontwikkeld vanuit de basisgedachte; "een ideale beweging bestaat niet". 

Elk sportend lichaam zit anders in elkaar en daardoor moet je niet streven naar één optimale manier van bewegen. 

Veel gebruik van variatie en fluctuatie die optreden in de bewegingsuitvoering. 

Wordt een groot beroep gedaan op aanpassingsvermogen.


Slide 14 - Tekstslide

Leg in je eigen woorden uit wat een transfer in motorisch leren betekent:

Slide 15 - Open vraag

Transfers of learning
5 Transfers of learning:
  • Movement
  • Physical conditioning
  • Concept
  • Competence
  • Perception

Slide 16 - Tekstslide

Tactiek vanuit de ene sport gebruiken in een andere sport is:
A
Transfer of movement
B
Transfer of perception
C
Transfer of concept
D
Transfer of competence

Slide 17 - Quizvraag

Noem een voorbeeld van een transfer of movement:

Slide 18 - Open vraag

Fietsen kan aerobe capaciteit van schaatsers verbeteren is:
A
Transfer of movement
B
Transfer of perception
C
Physical conditioning
D
Transfer of competence

Slide 19 - Quizvraag

CA val(len) onder de volgende transfer of learning:
A
Movement
B
Concept
C
Physical conditioning
D
Movement en physical conditioning

Slide 20 - Quizvraag

Een beweegbaan moet:
A
Thematisch, concentrisch, veelzijdig
B
Concentrisch, veelzijdig en overal toe te passen
C
Overal toe te passen, complex, thematisch
D
Concentrisch, thematisch, overal toe te passen

Slide 21 - Quizvraag

Transfer of movement
Hierbij hebben we het over:
  • Basic Movement Skills (BMS)
  • Coordinative Abilities (CA)

Overdracht bewegingstechniek bijvoorbeeld: vergelijkbare bewegingen als serveren tennis en gooien van een bal.

Slide 22 - Tekstslide

Transfer of Physical conditioning
Hierbij gaat het voornamelijk om:
  • Coordinative Abilities (CA)
  • Conditions Of Movement (COM)

Fysieke paralellen, bijvoorbeeld fietsen kan aerobe capaciteit van schaatsers verbeteren.

Slide 23 - Tekstslide

Transfer of concept
Hier gaat het over:
  • Strategieën
  • Regels waar aan gehouden moet worden
  • Richtlijnen binnen de sport

conceptuele vergelijkingsmogelijkheid, bijvoorbeeld basketbal en korfbal hebben deels vergelijkbare regels.

Slide 24 - Tekstslide

Transfer of Competence
Hier kun je denken aan:
  • Sociaal
  • Emotioneel
  • Mentaal

Geestelijke weerbaarheid, bijvoorbeeld omgaan met tegenslagen of kunnen functioneren in een team.

Slide 25 - Tekstslide

Transfer of perception
Hierbij kun je denken aan:
  • Tactiek
  • Keuzes maken
  • Patronen herkennen
Contextuele vergelijkingsmogelijkheid, bijvoorbeeld hockeyers en voetballers halen vergelijkbare informatie uit hun omgeving (positiespel, afstanden).

Slide 26 - Tekstslide

Geef een voorbeeld van de transfer of physical conditioning:

Slide 27 - Open vraag

Geef een voorbeeld van de transfer of perception:

Slide 28 - Open vraag

Geef een voorbeeld van de transfer of movement:

Slide 29 - Open vraag

Slide 30 - Tekstslide