Vraagwoorden

1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Vraagwoorden

Slide 2 - Tekstslide

Het doel van deze les
- Je weet wat vraagwoorden zijn.
- Je gebruikt vraagwoorden goed in spreken, lezen, schrijven      
    en   luisteren.

Slide 3 - Tekstslide

Welke vraagwoorden ken je al?

Slide 4 - Woordweb

Vraagwoorden
• Wie                                                   • Waarom
• Wat                                                   • Hoelang
• Waar                                                • Welke
• Hoeveel                                          • Hoe lang
• Wanneer
• Hoe




Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Wie?
Wie is zij?
Wie zit naast jou?

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Wat?
Wat heb je in je tas?
Wat lees je?

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Waar?
Waar kom je vandaan?
Waar woon je?

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Hoeveel?
Hoeveel kinderen heb je?
Hoeveel pennen heb je?

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Wanneer?
Wanneer ga je naar school?
Wanneer heb je een afspraak?

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Hoe?
Hoe ga je naar school?

andere situaties..
Hoe laat is het?
Hoe oud ben je?
Hoe duur zijn de tomaten?

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Hoe maak je een vraagzin?

Slide 19 - Tekstslide

Na een vraagwoord komt bijna altijd een werkwoord.
Waar woon je?
Hoe gaat het?
Wie ben jij?

Slide 20 - Tekstslide

... maar bij hoeveel niet.
Hoeveel broers en zussen heb je?


Slide 21 - Tekstslide

Opdracht
Welke vraagwoorden gebruik je in de volgende vragen?

Slide 22 - Tekstslide

Vraag: .... ga je naar Amsterdam?

Antwoord: Ik ga met de trein naar Amsterdam.

Slide 23 - Open vraag

vraag: ......... koop je op de markt?

Antwoord: Ik koop twee kilo uien.
A
Wie
B
Hoe
C
Waar
D
Wat

Slide 24 - Quizvraag

Maak een goede vraag met het vraagwoord "Wie".

Slide 25 - Open vraag

Maak een goede vraag met het vraagwoord "Wanneer".

Slide 26 - Open vraag

Nu gaan we verder met de groepsopdrachten...

Slide 27 - Tekstslide