In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen, tekstslide en 1 video.
Lesduur is: 15 min
Onderdelen in deze les
Werkwoordspelling
Ik herhaal de regels van de werkwoordspelling
Slide 1 - Tekstslide
Wat is het verschil tussen de werkwoorden in de onderstaande zin? 1. Mijn tante verwent haar dochters enorm. 2. Mijn tante heeft haar dochters enorm verwend.
Slide 2 - Open vraag
Slide 3 - Video
Mijn broertje (beheersen) de werkwoordspelling nog niet zo goed.
Slide 4 - Open vraag
Afgelopen weken ... (besteden) we veel tijd aan werkwoordspelling.
A
besteden
B
besteede
C
besteedden
D
besteeden
Slide 5 - Quizvraag
Het ... (gebeuren, tt) regelmatig dat men fouten maakt in werkwoordspelling.
A
gebeurd
B
gebeurt
C
gebeurdt
D
gebeurdde
Slide 6 - Quizvraag
Weet je wel wat het .... (betekenen) als je werkwoordspelling echt beheerst!
A
betekend
B
betekent
C
betekende
D
betekente
Slide 7 - Quizvraag
... (vinden) jij werkwoordspelling moeilijk om te leren?
A
Vindt
B
Vind
C
Vint
D
Vintd
Slide 8 - Quizvraag
Dit kun je toch niet van alle leerlingen ... (verwachten)?
Slide 9 - Open vraag
Er is een nieuwe trainer die speciaal de talenten ... (begeleiden)