Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
Klare Taal les 29 scheidbare werkwoorden
Les 29
Scheidbare werkwoorden
1 / 38
volgende
Slide 1:
Tekstslide
NT2
ISK
In deze les zitten
38 slides
, met
interactieve quizzen
,
tekstslides
en
1 video
.
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Les 29
Scheidbare werkwoorden
Slide 1 - Tekstslide
Kijk naar de zinnen.
Mijn moeder
wast
de borden
af
.
De trein
komt
om 12.00 uur
aan
.
Wij
nemen
morgen taart
mee
.
Hij
stuurt
het pakje
op
.
Welke werkwoorden zie je?
Slide 2 - Tekstslide
Mijn moeder
wast
de borden
af
. - > afwassen
De trein
komt
om 12.00 uur
aan
. - > aankomen
Wij
nemen
morgen taart
mee
. - > meenemen
Hij
stuurt
het pakje
op
. - > opsturen
- > dit noemen we:
scheidbare werkwoorden
Slide 3 - Tekstslide
www.tiktok.com
Slide 4 - Link
Slide 5 - Video
scheidbare werkwoorden
scheidbaar werkwoord
ander woord
werkwoord
schoonmaken
=
schoon
+
maken
aankomen
=
aan
+
komen
meenemen
=
mee
+
nemen
Slide 6 - Tekstslide
Zo gebruik je scheidbare werkwoorden
schoonmaken
Ik
maak
de kamer
schoon
.
omdraaien
Hij
draait
de pannenkoek
om
.
meenemen
Zij
neemt
haar tas
mee
.
uitleggen
De docent
legt
de opdracht
uit
.
Je schrijft eerst het
werkwoord
.
Het
andere woordje
komt aan het einde van de zin.
Slide 7 - Tekstslide
af + wassen =...........
Slide 8 - Open vraag
mee + nemen =........
Slide 9 - Open vraag
op + bellen = ...............
Slide 10 - Open vraag
Wat is een scheidbaar werkwoord?
A
maken
B
schoon
C
schoonmaken
Slide 11 - Quizvraag
Wat is een scheidbaar werkwoord?
A
op
B
hangen
C
ophangen
Slide 12 - Quizvraag
Wat is een scheidbaar werkwoord?
A
in
B
vullen
C
invullen
Slide 13 - Quizvraag
Zoek het scheidbare werkwoord in de zin.
Slide 14 - Tekstslide
Wij nodigen de buren uit voor het feest.
A
nodigen
B
de buren
C
het feest
D
nodigen uit
Slide 15 - Quizvraag
Zij doet de lamp aan.
A
zij
B
doen
C
doet aan
D
de lamp
Slide 16 - Quizvraag
Het meisje trekt haar kleren aan.
A
trekt aan
B
het meisje
C
trekt
D
haar kleren
Slide 17 - Quizvraag
Ik ruim de kleding op.
A
ruim
B
op
C
de kleding
D
ruim op
Slide 18 - Quizvraag
Hij staat 's ochtends om 8 uur op.
A
staat
B
staat op
C
op
D
's ochtends
Slide 19 - Quizvraag
Wat is het hele werkwoord?
Slide 20 - Tekstslide
Ik doe de computer uit.
A
uitdoen
B
doen
C
de computer
D
uit
Slide 21 - Quizvraag
Zij maakt de keuken schoon.
A
de keuken
B
maken
C
schoon
D
schoonmaken
Slide 22 - Quizvraag
De jongen pakt zijn cadeau uit.
A
pakken
B
uitpakken
C
jongen
D
uit
Slide 23 - Quizvraag
De docent geeft elke dag les.
A
lesgeeft
B
docent
C
lesgeven
D
geven
Slide 24 - Quizvraag
Ik hang mijn jas op aan de kapstok.
A
ophangen
B
hangen
C
aanhangen
D
kapstok
Slide 25 - Quizvraag
Welke zin is goed?
A
De kinderen opruimen het speelgoed.
B
De kinderen ruimen op het speelgoed.
C
De kinderen ruimen het speelgoed op.
D
De kinderen op het speelgoed ruimen.
Slide 26 - Quizvraag
Welke zin is goed?
A
Hij afmaakt zijn huiswerk.
B
Hij maakt af zijn huiswerk.
C
Hij maakt zijn huiswerk af.
D
Hij af zijn huiswerk maakt.
Slide 27 - Quizvraag
Welke zin is goed?
A
De docent kijkt na de toetsen.
B
De docent kijkt de toetsen na.
C
De docent nakijkt de toetsen
D
De docent na de toetsen kijkt.
Slide 28 - Quizvraag
Hij.............de wc ........
(schoonmaken)
Slide 29 - Open vraag
Zij.........het boek.......
(opruimen)
Slide 30 - Open vraag
Ik.............om 8 uur........
(opstaan)
Slide 31 - Open vraag
Wij..........het licht..............
(aandoen)
Slide 32 - Open vraag
Praat samen - maak hele zinnen
1. Wat doe je na het eten?
(afwassen)
2. Wat doen mensen in hun vakantie?
(uitrusten)
3. Wat doe je als je naar buiten gaat?
(aantrekken)
4. Wat doe je als de telefoon gaat?
(opnemen)
5. Wat doe je met een woordenboek?
(opzoeken)
Slide 33 - Tekstslide
-Bij de vervoeging van scheidbare werkwoorden komt het eerste stukje van het hele werkwoord achteraan.
-Bij gebruik van een hww, komt het hele ww achteraan.
Slide 34 - Tekstslide
Slide 35 - Tekstslide
Slide 36 - Tekstslide
Slide 37 - Tekstslide
Weet je nu wat scheidbare werkwoorden zijn?
😒
🙁
😐
🙂
😃
Slide 38 - Poll
Meer lessen zoals deze
Klare Taal les 29 scheidbare werkwoorden
February 2025
- Les met
38 slides
NT2
ISK
Klare Taal les 29 scheidbare werkwoorden
12 hours ago
- Les met
38 slides
NT2
ISK
scheidbare werkwoorden
January 2025
- Les met
13 slides
NT2
ISK
Scheidbare werkwoorden
February 2025
- Les met
23 slides
Nederlands
ISK
Taalcompleet A2 - Thema 6
17 days ago
- Les met
16 slides
Nederlands
ISK
Taalcompleet A2 - Thema 6
November 2024
- Les met
20 slides
Nederlands
ISK
Taalcompleet A2 - Thema 6
February 2025
- Les met
20 slides
Nederlands
ISK
Scheidbare werkwoorden
February 2025
- Les met
22 slides
Nederlands
ISK