BBL 20 januari

Dagbesteding
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
zorgMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Dagbesteding

Slide 1 - Tekstslide

Er zijn veel verschillende visies op menselijk gedrag en dagbesteding. Deze visies kunnen een kader voor je zijn bij het begeleiden van je cliënt bij zijn dagbesteding.
In het boek staan 5 benaderingen: 
  • psychodynamische, 
  • behavioristische, 
  • cognitieve, 
  • humanistische  
  • biologische.
  • In de volgende uitleg zijn er 2 meer!

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

De mens heeft een aangeboren vermogen om te willen groeien en ontwikkelen
A
psychodynamische benadering
B
Humanistische benadering
C
Cognitieve benadering
D
Behavioristische benadering

Slide 5 - Quizvraag

Onze omgeving beïnvloedt ons gedrag en de besteding van onze tijd
A
Biologische benadering
B
Psychodynamische benadering
C
Behavioristische benadering
D
Humanistische benadering

Slide 6 - Quizvraag

Hersengebieden kunnen positief beinvloed worden door medicijnen, technieken, operaties en oefeningen
A
Biologische benadering
B
Humanistische benadering
C
Cognitieve benadering
D
Behavioristische benadering

Slide 7 - Quizvraag

Leg uit wat behaviorisme met reclame te maken heeft

Slide 8 - Open vraag

waar denk je aan bij vraaggericht werken
(vraaggestuurd werken)

Slide 9 - Woordweb

vraaggericht / gestuurd werken
Vanuit het idee van empowerment, het stimuleren van cliënten om zelf verantwoordelijkheid te dragen en zelfredzaamheid te tonen, moet de cliënt in staat zijn om zijn zegje te doen. Op die manier kun jij als beroepskracht maatschappelijke zorg met een passend zorg- of ondersteuningsaanbod komen. 

Slide 10 - Tekstslide

wat vraagt vraaggericht werken van jou? denk aan hoe je de ondersteuning gaat geven & Wat dit voor jou als professional inhoudt (denk aan beroepshouding aspecten)

Slide 11 - Open vraag

hulpvraag van wie???
Vaak zijn er meerdere, soms niet echt aan te wijzen eenheden die, in meerdere of mindere mate, invloed hebben op de hulpvraag van de cliënt. 
Denk aan:

  • de samenleving
  • de instelling
  • het individu


Slide 12 - Tekstslide

De hulpvraag
Arend heeft aangegeven dat hij het moeilijk vindt om planning te krijgen in zijn huishoudelijke taken en dat hij daardoor achterstallig werk heeft. Het wordt voor hem dan nog moeilijker. Zijn broer lijkt zich daar niet erg druk om te maken en heeft ook geen last van de rotzooi. Hij schuift het wel opzij en vindt dan een plekje waar hij kan zitten en eten. Vanuit de Wmo komt er iemand om hem te ondersteunen. Deze staat na een week weer buiten. Arend is niet gediend van haar aanpak. Bij binnenkomst ging ze direct een schoonmaakploeg inschakelen, want er zou een gevaar voor de volksgezondheid zijn en het huis moest ontsmet worden!

Slide 13 - Tekstslide

De vraag achter de vraag
Vaak is de hulpvraag van de samenleving en de instelling wel duidelijk, maar is die van de cliënt onduidelijk of zelfs onbekend. Mag Arend zijn eigen hulpvraag formuleren? Of weet jij bij voorbaat al wat goed is voor Arend en wat zijn hulpvraag dus zou moeten zijn? De vraag is of de vraag waar de cliënt mee binnenkomt ook werkelijk de echte vraag is. Of durft hij de echte vraag misschien niet te stellen? Of is er nog geen hulpvraag maar alleen een probleem? Ben je als hulpverlener in staat de cliënt zijn eigen hulpvraag te leren ontdekken en te verwoorden?

Slide 14 - Tekstslide

vraaggerichtwerken en de hulpvraag
Om vraaggericht te werken en vanuit deze visie achter de hulpvraag te komen zijn de volgende zaken belangrijk:
  1. Inleven
  2. verantwoordelijkheid dragen
  3. Aansluiten

Slide 15 - Tekstslide

vraaggericht werken
Ga naar teams en open het bestand in les 7:
Vraaggericht werken.

Dit document gaan we samen doornemen.

Slide 16 - Tekstslide

hoe doe jij het?
maak n verslag waarin je beschrijft hoe jij vraaggericht werkt, of zou willen werken. Doe dit aan de hand van een concreet voorbeeld hoe je dit doet met een client/deelnemer.
Benoem wat je nog moeilijk vindt en wat je al goed afgaat.
Dit presenteer je in de groep.

Slide 17 - Tekstslide

Wat heb je geleerd?

Slide 18 - Woordweb

hoe vond je deze les?
010

Slide 19 - Poll