VT Ouderenzorg MV p3-4 wk 4+5 - Psychogeriatrische problemen - dementie, delier, depressie

VT Ouderenzorg




Psychogeriatrische problemen
  • Dementie
  • Delier
  • Depressie
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
PathologieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

VT Ouderenzorg




Psychogeriatrische problemen
  • Dementie
  • Delier
  • Depressie

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Hoofdleerdoel
De student beschrijft wat de oorzaak, de verschijnselen en de behandelingen zijn bij psychogeriatrische problemen.
Subleerdoelen week 4 + 5:
De student:
10. Legt in eigen woorden uit hoe de diagnose van dementie kan worden gesteld.
11. Legt in eigen woorden uit waar de behandeling bij dementie uit bestaat .
12. Legt in eigen woorden uit wat Korsakov is en wat het verschil hiervan is met andere vormen van dementie.
13. Legt in eigen woorden uit wat een depressie is.
14. Legt in eigen woorden uit wat een delier is.
15. Benoemt vijf risicofactoren voor het krijgen van een delier.
16. Benoemt vier uitlokkende factoren voor het krijgen van een delier.
17. Benoemt zes symptomen van een delier.
18. Benoemt drie vragen om een patiënt op delier te screenen.
19. Benoemt vier verschillen tussen een delier en dementie.


Slide 2 - Tekstslide

Vorige les
Wat weet je nog over de lesstof van de vorige les?

--> 8 quizvragen
Let op: je hebt beperkt de tijd om elke quizvraag te beantwoorden

Slide 3 - Tekstslide

Wat is de oorzaak van lewy-body dementie?
A
verstoorde bloedvoorziening in de hersenen
B
abnormale eiwitaanslag in de hersenen
C
afsterven van hersencellen door genetische oorzaak
D
eiwitaanslag in combinatie met atrofie in de hersenen

Slide 4 - Quizvraag

Wat is de oorzaak van frontotemporale dementie?
A
verstoorde bloedvoorziening in de hersenen
B
abnormale eiwitaanslag in de hersenen
C
afsterven van hersencellen door genetische oorzaak
D
eiwitaanslag in combinatie met atrofie in de hersenen

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een van de eerste verschijnselen bij vasculaire dementie?
A
geheugenverlies
B
verstoord gedrag en verandering persoonlijkheid
C
aandachtsstoornissen
D
dit verschilt per persoon / is niet te zeggen

Slide 6 - Quizvraag

Wat is een van de eerste verschijnselen bij de ziekte van Alzheimer?
A
geheugenverlies
B
verstoord gedrag en verandering persoonlijkheid
C
aandachtsstoornissen
D
dit verschilt per persoon / is niet te zeggen

Slide 7 - Quizvraag

Hoe verloopt het ziekteproces bij de vasculaire dementie?
A
geleidelijke achteruitgang
B
trapsgewijze achteruitgang
C
de situatie blijft gelijk/stabiel

Slide 8 - Quizvraag

Stelling: Mensen met frontotemporale dementie hebben vaak nog wel ziekte inzicht
A
waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Bij welke vorm van dementie is een van de mogelijke verschijnselen: loopstoornissen net als bij Parkinson?
A
Alzheimer
B
Frontotemporale dementie
C
Vasculaire dementie
D
Lewy body dementie

Slide 10 - Quizvraag

Hoe heet het verschijnsel waarbij iemand personen, voorwerpen of geuren niet meer herkent?
A
Afasie
B
Apraxie
C
Agnosie
D
Decorumverlies

Slide 11 - Quizvraag

Diagnose
  • Anamnese en heteroanamnese
  • MMSE
  • neurologisch en neuropsychologisch
     onderzoek
  • MRI scan

Slide 12 - Tekstslide

Behandeling dementie
  • (Nog) niet te genezen
  • Achteruitgang en symptomen remmen
  • Zorgverleners:
  • Verzorgende
  • Verpleegkundige
  • Arts
  • Fysiotherapeut
  • Ergotherapeut
  • Logopedist


  • Psycholoog
  • Geriater
  • Gastvrouw/Gastheer
  • Muziektherapeut
  • Activiteitenbegeleider
  • Zorgcoördinator

  • Psycholoog
  • Voedingsassistent
  • Vrijwilliger
  • Podotherapeut

Slide 13 - Tekstslide

Syndroom van Korsakov

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Verschijnselen
  • Geheugenverlies
  • Moeite met tijd en plaats
  • Moeite met personen herkennen
  • Confabuleren (eerlijk liegen)

  • Problemen met lopen en evenwicht
  • Tot niets komen (apathie)
  • Agressief of wantrouwend gedrag


Slide 17 - Tekstslide

Syndroom van Korsakov
Wat is het verschil met dementie?

Slide 18 - Tekstslide

Werkvorm: bekend-benieuwd-bewaard
  • in tweetallen
  • je krijgt een papier met een tabel met 3 kolommen

Wat is de bedoeling:

  • Schrijf in de kolom "bekend" wat je al weet over depressie en delier
  • Schrijf in de kolom "benieuwd" wat je nog niet weet en wat je graag zou willen weten over depressie en delier
  • De kolom "bewaard" laat je nog leeg, die vul je aan het einde van de les in

Slide 19 - Tekstslide

Depressie
  • stemmingsstoornis die zich kenmerkt door een verlies van levenslust of een zwaar terneergeslagen stemming 
  • minimaal 2 weken één van beide of beide symptomen 

  • ongeveer 20% van de mensen met dementie

Slide 20 - Tekstslide

Depressie
Wanneer een depressie?
Er moeten ten minste vijf symptomen tegelijk aanwezig zijn, bijna elke dag gedurende ten minste twee weken

Symptomen:
  • sombere stemming
  • weinig interesse in activiteiten
  • geen plezier meer beleven
  • te veel of te weinig eten
  • slapeloosheid of te veel slapen
  • vermoeidheid
  • vreemd gedrag
  • buitensporig schuldgevoel
  • gevoel van nutteloosheid

Slide 21 - Tekstslide

Delier
  • Een delier is verwardheid die binnen
     enkele uren tot dagen ontstaat
     
  • Iemand met een delier kan
     opgewonden en onrustig zijn.
     Of juist stil en teruggetrokken.
     
  • Een delier kan ontstaan door een
     ziekte, een operatie, een ongeval of
     medicijnen
     
  • Altijd een lichamelijke oorzaak!



Slide 22 - Tekstslide

Delier
Risicofactoren
  • leeftijd > 70 jaar
  • cognitieve stoornissen
  • visusstoornissen en gehoorstoornissen 
  • stoornissen in ADL
  • gebruik van alcohol en opiaten (pijnstilling)
     
Uitlokkende factoren
  • infectie en koorts 
  • uitdroging
  • gebruik van meerdere medicijnen tegelijkertijd 
  • serum-elektrolytstoornissen (met name natrium en kalium) 




Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Delier en Dementie: verschillen

Slide 26 - Tekstslide

Werkvorm: bekend-benieuwd-bewaard
  • in tweetallen
  • je pakt weer je papier met de tabel erbij

Wat is de bedoeling:

  • Schrijf in de kolom "bewaard" wat je te weten bent gekomen over depressie en delier

Slide 27 - Tekstslide

Quiz
Berg je papier met de tabel (bekend-benieuwd-bewaard) op.

Er volgen nu een aantal quizvragen over delier en depressie.
Let op: je hebt beperkt de tijd om elke quizvraag te beantwoorden

Slide 28 - Tekstslide

Een depressie is een...
A
psychische stoornis
B
stemmingsstoornis

Slide 29 - Quizvraag

Hoeveel symptomen moeten er ten minste tegelijk aanwezig zijn, wil je het een depressie noemen?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 30 - Quizvraag

Wat is GEEN symptoom van een depressie?
A
verlies van interesse
B
veel dromen
C
slaapproblemen
D
vreemd gedrag

Slide 31 - Quizvraag


De oorzaak van een delier is...
A
altijd lichamelijk
B
altijd geestelijk
C
soms lichamelijk en soms geestelijk

Slide 32 - Quizvraag


Wat is de duur van een delier?
A
uren tot dagen
B
meerdere maanden
C
meerdere jaren

Slide 33 - Quizvraag


Hoe is het verloop bij een delier?
A
Langdurig progressief
B
Symptomen fluctueren, vaak toename in de avond en nacht
C
Dagschommelingen, vaak 's ochtends meer klachten dan s avonds

Slide 34 - Quizvraag

Zijn zorgvragers met dementie een doelgroep waarmee jij in de toekomst graag zou willen werken?
0100

Slide 35 - Poll

Nog vragen m.b.t. de leerdoelen?
Hoofdleerdoel
De student beschrijft wat de oorzaak, de verschijnselen en de behandelingen zijn bij psychogeriatrische problemen.

Subleerdoelen week 5:
De student:
13. Legt in eigen woorden uit wat een depressie is.
14. Legt in eigen woorden uit wat een delier is.
15. Benoemt vijf risicofactoren voor het krijgen van een delier.
16. Benoemt vier uitlokkende factoren voor het krijgen van een delier.
17. Benoemt zes symptomen van een delier.
18. Benoemt drie vragen om een patiënt op delier te screenen.
19. Benoemt vier verschillen tussen een delier en dementie.



Slide 36 - Tekstslide

Opdracht
  • In Teams staat een opdracht voor jullie klaar. Het is een kennisquiz in  Forms.
  • Weet je het antwoord op een vraag niet, zoek deze dan op in je aantekeningen of Traject. 
  • Let op: je kan de kennisquiz maar één keer maken.

Slide 37 - Tekstslide

Klaar met de opdracht in Forms?
  •  Ga naar Traject en maak de opgaven van de
       module Pathologie - Delier (Verpleeg- verzorgingshuizen, thuiszorg 1 - Thema 3, hoofdstuk 12)

Slide 38 - Tekstslide

Afsluiting
Doen na de les:
  • opdracht  verder maken/afronden 
  • uitwerken leerdoelen uit de LOEP
  • voorbereiden voor de volgende les door:
      in Traject digiboek Verpleeg-       verzorgingshuizen, thuiszorg 1 - Thema 6   hoofdstuk 17 te lezen

Slide 39 - Tekstslide