7.4 Dichtheid

7.4 Dichtheid
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

7.4 Dichtheid

Slide 1 - Tekstslide

Voor de les begint: 
  • Printen handout
  • Printen oefenopdrachten
  • Link exitticket in de classroom: https://exitticket.nl/ticket/te0lqdwx
Start van de les:
  • Notitie boekje
  • Magister
  • Nova
  • LessonUp
  • Oefenopdrachten
  • Classroom
Wat gaan we doen vandaag?


  • Voorkennis en leerdoelen               5 min
  • Uitleg 7.4 Dichtheid                           10 min
  • Oefenopdrachten                              10 min
  • Opdr. 1 t/m 13 van 7.4                        20 min
  • Afsluiten                                                  5 min

Slide 2 - Tekstslide

Uitleggen wat we gaan doen en hoe lang dit duurt. Benoemen dat klas actief mee doet met de uitleg, zodat we er snel door heen kunnen.
Voorkennis
Dichtheid
Massa
Volume
Zinken, zweven en drijven

Slide 3 - Tekstslide

Vragen aan de klas:
Wat zegt de dichtheid over een stof?
Wat is de massa van een stof?
Op welke manier kan je de massa van een stof bepalen?
Wat is het volume van een stof?
Op welke twee manieren kan je het volume van een stof bepalen?
Hoe bereken je de dichtheid van een stof?
Wanneer zinkt, drijft of zweeft een stof?
Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wanneer dichtheid belangrijk is bij de keuze van materialen.
  • Je kunt de massa en het volume van vaste stoffen en vloeistoffen bepalen.
  • Je kunt berekeningen uitvoeren met dichtheid, massa en volume.
  • Je kunt op basis van de dichtheid uitleggen wanneer een voorwerpt zinkt, zweeft en drijft.

PLUS-stof
  • Je kunt uitleggen welke twee factoren invloed hebben op de dichtheid van water.

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen alleen doorlezen aangeven dat we aan het eind van de les checken of ze dit ook echt kunnen.
Licht of zwaar
Hoe zwaar een stof is wordt aangegeven met de dichtheid. Bij bepaalde toepassingen is het belangrijk dat het materiaal een kleine of juist een grote dichtheid heeft. 

Een surfboard moet bijvoorbeeld gemaakt worden van een materiaal met een kleine dichtheid. Een anker juist met een materiaal van een grote dichtheid.

Slide 5 - Tekstslide

Controle vragen: Voor een vliegtuig wordt aluminium gebruikt. Leg aan de hand van de stofeigenschappen uit waarom aluminium gebruikt wordt.

Waarom wordt lood gebruikt als ballast om schepen stabiel te laten varen?

Slide 6 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Dichtheid
Ieder stof heeft zijn eigen dichtheid. 
De dichtheid geeft aan hoe zwaar de stof is

Hiervoor moet je eerlijk vergelijken door van alle stoffen een blokje van 1 cm3 te nemen.





Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dichtheid bepalen
dichtheid=volumemassa

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dichtheid formule
ρ=Vm
Grootheid
Symbool
Eenheid
Symbool
dichtheid
ρ
gram per kubieke centimeter
g/cm3
massa
m
gram
g
volume
V
kubieke centimeter
cm3

Slide 9 - Tekstslide

Dit moet je op de toets uit je hoofd leren, anders kan je rekenopdrachten niet maken.
=
dichtheid
De formule van dichtheid
timer
0:45
volume
massa
/
*

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij deze formule -- dichtheid = massa/volume.
In welke eenheid is dichtheid?
A
gram
B
massa
C
g/cm3
D
ml/g

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dichtheid?
A
De hoeveelheid stof per 1 gram
B
De hoeveelheid stof die je weegt
C
De hoeveelheid stof per 1 cm3
D
De hoeveelheid stof die je ziet

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe bepaal je de dichtheid van een stof? (34)
dichtheid =
A
massa x volume
B
volume x massa
C
massa : volume
D
volume : massa

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Massa en volume
Massa = hoe zwaar is een voorwerp.
Dit meet je met een weegschaal.


Volume = de ruimte die een voorwerp inneemt.
Dit kan je bepalen met l x b x h of met de 
onderdompelmethode.
Onthou: 1 cm3 = 1 mL

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volume = lengte × breedte × hoogte
Onderdompelmethode: je dompelt een voorwerp onder in water, waardoor het water stijgt. De stijging is het volume.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dichtheid bepalen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dichtheid bepalen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Met welke formule kan je de dichtheid berekenen?
A
massa x volume
B
massa : volume
C
volume x massa
D
volume : massa

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bereken de massa van een koperen blokje van 4,3 cm³. De dichtheid is 8,6 g/cm³. Bereken de massa.
A
0,5 gram
B
2,0 gram
C
37 gram

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De massa = 15 g.
De dichtheid = 3 g/cm³
Bereken het volume.
A
15 : 3 = 5 cm3
B
3 : 15 = 0,2 cm3
C
15 x 3 = 45 cm3

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De massa = 15 g.
De dichtheid = 3 g/cm3
Bereken het volume.
A
15 : 3 = 5 cm3
B
3 : 15 = 0,2 cm3
C
15 x 3 = 45 cm3

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De dichtheid = 2,5 g/cm³.
Het volume = 4 cm³.
Bereken de massa.
A
4 : 2,5 = 1,6 g
B
2,5 : 4 = 0,625 g
C
2,5 x 4 = 10 g

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De dichtheid van goud is 19,3 kg/cm3

Bereken de massa van 2 cm3 goud.
A
40 g
B
0,0386 kg
C
0,04 kg
D
38,6 g

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een blokje heeft een massa van 5 gram en een volume van 2 cm3. Bereken de dichtheid.
A
5 g/cm3
B
10 g/cm3
C
7 g /cm3
D
2,5 g/cm3

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De massa = 15 g.
De dichtheid = 3 g/cm³
Bereken het volume.
A
15 : 3 = 5 cm³
B
3 : 15 = 0,2 cm³
C
15 x 3 = 45 cm³

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gebruik de dichtheid van water. Bereken de massa van 5 kubieke centimeter van het water.
A
1 g
B
5 g
C
5 kg
D
0,20 g

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een blokje heeft een massa van 5 gram en een volume van 2 cm3. Bereken de dichtheid.
A
5 g/cm3
B
10 g/cm3
C
7 g /cm3
D
2,5 g/cm3

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een voorwerp heeft een massa van 20 gram en een volume van 10 cm3. Bereken de dichtheid.
A
200 g/cm3
B
2 g/cm3
C
0,5 g/cm3
D
10 g/cm3

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De massa = 15 g.
De dichtheid = 3 g/cm3
Bereken het volume.
A
5 cm3
B
2 cm3
C
45 cm3
D
18 cm3

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De dichtheid = 2,5 g/cm3.
Het volume = 4 cm3.
Bereken de massa.
A
1,6 g
B
0,625 g
C
10 g
D
1,5 g

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bereken de massa van een koperen blokje van 4,3 cm3. De dichtheid is 8,6 g/cm3. Bereken de massa.
A
0,5 gram
B
2,0 gram
C
37 gram

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De dichtheid = 2,5 g/cm3.
Het volume = 4 cm3.
Bereken de massa.
A
4 : 2,5 = 1,6 g
B
2,5 : 4 = 0,625 g
C
2,5 x 4 = 10 g

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je hebt een autootje gekocht voor je neefje. Het heeft een volume van 35 cm3. De dichtheid van het autootje is 5 g/cm3. Hoe zwaar is het autootje?
Maak de berekening op een blaadje voor je het antwoord invult!
A
175 gram
B
7 gram
C
5 gram
D
0.14 gram

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen
                            Maak de oefenopdrachten goed binnen de tijd.
                            Vergeet de berekening niet op te schrijven.
                            Hieronder kun je nog even spieken.
ρ=Vm
Grootheid
Symbool
Eenheid
Symbool
dichtheid
ρ
gram per kubieke centimeter
g/cm3
massa
m
gram
g
volume
V
kubieke centimeter
cm3
timer
10:00

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zinken, zweven en drijven
Of een voorwerp blijft drijven, zweeft of zinkt hangt af van de dichtheid:

  • Heeft het materiaal van het voorwerp een kleinere dichtheid als de vloeistof drijft het.
  • Hebben het materiaal en de vloeistof dezelfde dichtheid, dan zweeft  het.
  • Heeft het materiaal van het voorwerp een grotere dichtheid als de vloeistof zinkt het.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De dichtheid van de badeend is ...... dan/als de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De dichtheid van de sleutel is ......... dan/als de dichtheid van water
A
Groter
B
Kleiner
C
Gelijk
D
Geen idee

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De dichtheid van ijs is ....
dan de dichtheid van water





















































































































De dichtheid van ijs is ....... dan de dichtheid van water.
A
GROTER
B
KLEINER

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Samenvatting
timer
2:30

Slide 39 - Tekstslide

Lees binnen de tijd door.
Aan de slag:

In deze les heb je tenminste opdracht 1 t/m 9 van 7.4 af.
HW voor de volgende les is 1 t/m 13 en test jezelf van 7.4

Alles af? Laat dit bij je docent checken, dan mag je wat voor jezelf doen.
timer
20:00

Slide 40 - Tekstslide

Ga aan het werk met de opdrachten. Deze heb je in de les af, zo niet in je eigen tijd inhalen. 

Eerste 5 min zelfstandig werken, dus niet overleggen, daarna zachtjes fluisteren.
Afsluiten
Ga naar de website hieronder en vul de vragen in.

https://exitticket.nl/ticket/te0lqdwx

De link staat ook op de classroom (afsluiting 7.4).

Slide 41 - Tekstslide

Leerlingen vullen exitticket in.