V6 BE Herhaling sparen

Eindwaarde en contante waarde
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 65 min

Onderdelen in deze les

Eindwaarde en contante waarde

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma

Theorie eindwaarde en contante waarde
maken examenopgaven

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen een spaarrekening en een spaardeposito?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eindwaarde

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kareem stort € 3.500,- op een spaardeposito met een looptijd van 20 jaar. De rente bedraagt 2,5% per jaar over het oorspronkelijk ingelegde bedrag en wordt aan het einde van elk jaar bijgeschreven op de betaalrekening van Kareem. Er vinden geen stortingen en opnames plaats. Bereken hoeveel rente Kareem in totaal ontvangt gedurende de looptijd (€ x.xxx)

Slide 8 - Open vraag

Gedurende de looptijd van het spaardeposito ontvangt Kareem 3.500 x 0,025 x 20 = € 1.750 rente.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Moses stort op 1 mei 2023 € 1.700 op een spaarrekening. De interest bedraagt 0,2% per maand en wordt aan het einde van de maand bijgeschreven. Op 1 augustus 2023 verlaagt de bank de rente naar 0,05% per maand. Op 1 oktober stort Moses € 500. Op 31 januari 2024 neemt hij € 300 op. Bereken het saldo op 1-4-2024 (€ x.xxx,xx)

Slide 10 - Open vraag

Na de storting op 1 oktober is het saldo gelijk aan 1.700 x 1,002³ x 1,0005² + 500 = 2.211,93
Na de opname op 31 januari 2024 is het saldo gelijk aan 2.211,93 x 1,0005⁴ - 300 = 1.916,36
Op 1 april 2024 is het saldo op de spaarrekening gelijk aan 1.916,36 x 1,0005² = € 1.918,28
Contante waarde

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Contante waarde
d


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Claudia opent een spaarrekening als ze 50 wordt. Op haar 65e wil zij €100.000 gespaard hebben. De interest bedraagt 2,4% per jaar. Bereken hoeveel zij bij het openen van de rekening moet storten om na 15 jaar €100.000 te hebben. (€ x.xxx,xx)

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Contante waarde
d

E = 100.000
i = 0,024
n = 15
100.000 x (1 + 0,024)-15 = €70.064,92

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Contante waarde van een reeks

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld contante waarde van een reeks

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Contante waarde van een reeks





Contante waarde = K x S

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Contante waarde van een reeks 





Contante waarde = K x S

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bereken de contante waarde per 31 december 2021

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel is S?
(met 7 decimalen)

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de
contante waarde?
(€ x.xxx,xx)

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Sarah wil van 1 januari 2022 tm 31 december 2024 op wereldreis. Hiervoor wil zij in die periode elke keer op 1 januari (in 2022, 2023 & 2024) €10.000 opnemen . De jaarlijkse interest is 4,5%. Bereken het bedrag dat Sarah op haar rekening moet hebben op 1 januari 2022 (VOOR het opnemen van het eerste bedrag). (€ x.xxx,xx)

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Contante waarde

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Jesse wil van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2024 op wereldreis. Hiervoor wil hij in die periode elke keer op 1 januari (in 2022, 2023 & 2024) €10.000 opnemen. De jaarlijkse interest is 4,5%. Bereken het bedrag dat Jesse op zijn rekening moet hebben op 1 januari 2020. (€ x.xxx,xx)

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Contante waarde

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maken 
Sparen H5, opgave 4 en 5

 vraag 29 van 2024-I op pagina 309

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pauze 10 minuten

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies