H3L55 - 2THF - Woensdag - 3.7 Grammatica zinsdelen - lijdende en bedrijvende vorm

Welkom 2THF : )


Planning van dit uur
  • Stillezen
  • Huiswerk bespreken: opdracht 1 en 2 van het werkblad
  • Herhaling lijdend en bedrijvende vorm 
  • Samen oefenen door alvast de eerste zin van opdracht 3 en 4 samen te maken of alvast zelfstandig in stilte werken: maak opdracht 3 t/m 5 van het werkblad. 

Aan het einde van deze les
  • weet je weer wat het verschil tussen de lijdende en bedrijvende vorm is;
  • kan je een zin omzetten van de lijdende naar de bedrijvende vorm;
  • weet je waarom het belangrijk is deze theorie te kennen. 

Nederlands
timer
10:00
Aankomende toetsen en opdrachten:
  • Elevator pitch
  • Repetitie hoofdstuk 3 (toetsweek begin april)
  • Boektok (vrijdag 9 mei)
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom 2THF : )


Planning van dit uur
  • Stillezen
  • Huiswerk bespreken: opdracht 1 en 2 van het werkblad
  • Herhaling lijdend en bedrijvende vorm 
  • Samen oefenen door alvast de eerste zin van opdracht 3 en 4 samen te maken of alvast zelfstandig in stilte werken: maak opdracht 3 t/m 5 van het werkblad. 

Aan het einde van deze les
  • weet je weer wat het verschil tussen de lijdende en bedrijvende vorm is;
  • kan je een zin omzetten van de lijdende naar de bedrijvende vorm;
  • weet je waarom het belangrijk is deze theorie te kennen. 

Nederlands
timer
10:00
Aankomende toetsen en opdrachten:
  • Elevator pitch
  • Repetitie hoofdstuk 3 (toetsweek begin april)
  • Boektok (vrijdag 9 mei)

Slide 1 - Tekstslide

Opdracht 1
1. In een lijdende (passieve) zin doet het onderwerp zelf niets, maar het onderwerp ondergaat de handeling.
2. In een lijdende (passieve) zin staat een door-bepaling of die kun je erbij denken.
3. In een lijdende (passieve) zin staat altijd een vorm van het werkwoord worden of zijn + een voltooid deelwoord.

Slide 2 - Tekstslide

Opdracht 2
  1. Sommige van mijn klasgenoten leren hun leerstof met muziek of smartphone op de achtergrond > bedrijvend
  2. Andere worden door hun moeder verwend met snacks tijdens het leren > lijdend
  3. Ik word het liefst door niets of niemand gestoordlijdend
  4. Laatst werd ik op de vaste telefoon opgebeld tijdens het schrijven van een
    opstel >  lijdend
  5. Een beetje geïrriteerd nam ik de telefoon op bedrijvend
  6. Een vriend wilde graag met datzelfde opstel geholpen worden lijdend
  7. Toen heb ik mijn principes even aan de kant geschoven bedrijvend

Slide 3 - Tekstslide

Stel: een politicus (iemand die werkt in de politiek) zegt:

De situatie is niet goed ingeschat.



Is deze zin lijdend of bedrijvend

Slide 4 - Tekstslide

De situatie is niet goed ingeschat door... wie?

door-bepaling erbij denken
De situatie is niet goed ingeschat door ons.

Slide 5 - Tekstslide

De situatie is niet goed ingeschat:
lijdende zin
  1. Het onderwerp doet zelf niets, maar ondergaat de handeling
  2. Er staat een door-bepaling in of die kun je erbij bedenken
  3. De zin bevat een vorm van het hulpwerkwoord worden of zijn + voltooid deelwoord 

Slide 6 - Tekstslide

De situatie is niet goed ingeschat door ons.

Hoe maak je hier een bedrijvende zin van?

Slide 7 - Tekstslide

door-bepaling wordt onderwerp

Slide 8 - Tekstslide

De situatie is niet goed ingeschat door ons 

Wij hebben de situatie niet goed ingeschat.
wordt

Slide 9 - Tekstslide

Lijdend en bedrijvend



Waarom kiest een politicus voor de lijdende zin? 
Lijdende zin
Bedrijvende zin
De situatie is niet goed ingeschat.
Wij hebben de situatie niet goed ingeschat. 

Slide 10 - Tekstslide

Samenvatting lijdende zin
  1. Het onderwerp doet zelf niets, maar ondergaat de handeling
  2. Er staat een door-bepaling in of die kun je erbij bedenken
  3. De zin bevat een vorm van het hulpwerkwoord worden of zijn + voltooid deelwoord 

Slide 11 - Tekstslide

Wat moet je kunnen op de repetitie?
  • Herkennen wat een lijdende en bedrijvende vorm is
  • Kunnen vertellen wat de lijdende en bedrijvende vorm is 
  • Een lijdende zin in de bedrijvende vorm zetten. En andersom.

Slide 12 - Tekstslide