H3L53 - 2THF - Donderdag - 3.7 Grammatica zinsdelen - lijdende en bedrijvende vorm

Welkom 2THF : )


Planning van dit uur
  • Stillezen
  • Huiswerk bespreken: opdracht 1 van 3.7 Grammatica zinsdelen 
  • Uitleg lijdend en bedrijvende vorm (LessonUp)
  • Zelfstandig werken: maak opdracht 1 en 2 van het werkblad. Klaar? Werk verder aan opdracht 3 t/m 5 van het werkblad. 

Aan het einde van deze les
  • weet je wat het verschil tussen de lijdende en bedrijvende vorm is. 

Nederlands
timer
10:00
Aankomende toetsen en opdrachten:
  • Elevator pitch (vanaf 7 maart) 
  • Boektok (vrijdag 21 maart) 
  • Repetitie hoofdstuk 3 (toetsweek begin april) 
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom 2THF : )


Planning van dit uur
  • Stillezen
  • Huiswerk bespreken: opdracht 1 van 3.7 Grammatica zinsdelen 
  • Uitleg lijdend en bedrijvende vorm (LessonUp)
  • Zelfstandig werken: maak opdracht 1 en 2 van het werkblad. Klaar? Werk verder aan opdracht 3 t/m 5 van het werkblad. 

Aan het einde van deze les
  • weet je wat het verschil tussen de lijdende en bedrijvende vorm is. 

Nederlands
timer
10:00
Aankomende toetsen en opdrachten:
  • Elevator pitch (vanaf 7 maart) 
  • Boektok (vrijdag 21 maart) 
  • Repetitie hoofdstuk 3 (toetsweek begin april) 

Slide 1 - Tekstslide

Bas pakt zijn tas uit.

Wie is degene die iets doet - actief is - in deze zin?
A
Bas
B
zijn tas

Slide 2 - Quizvraag

Bas pakt zijn tas uit.

Wat is het onderwerp in deze zin?
A
Bas
B
zijn tas

Slide 3 - Quizvraag

De tas wordt door Bas uitgepakt.

Wie is degene die iets doet - actief is - in deze zin?
A
Bas
B
de tas

Slide 4 - Quizvraag

De tas wordt door Bas uitgepakt.

Wat is het onderwerp in deze zin?
A
Bas
B
De tas

Slide 5 - Quizvraag

Het onderwerp is dus niet altijd degene die iets doet in de zin

Slide 6 - Tekstslide

Het onderwerp in de zin verricht (doet) de handeling uit het werkwoordelijk gezegde
Het onderwerp in de zin ondergaat de handeling uit het werkwoordelijk gezegde (onderwerp doet zelf niks)

Slide 7 - Tekstslide

Actief/bedrijvend

Jara laat de hond uit.

Jara = onderwerp
De hond = lijdend voorwerp
Passief/lijdend

De hond wordt uitgelaten.

De hond = onderwerp

Slide 8 - Tekstslide

Actief/bedrijvend

Jara laat de hond uit.

Jara = onderwerp
De hond = lijdend voorwerp
Passief/lijdend

De hond wordt uitgelaten door Jara.

De hond = onderwerp
'door Jara' = door-bepaling / bijwoordelijke bepaling

Slide 9 - Tekstslide

Lijdende zin
  • Worden of zijn + voltooid deelwoord

  • Worden = onvoltooid / niet afgelopen
    De hond wordt door Jara uitgelaten

  • Zijn = voltooid / afgelopen
    De hond is door Jara uitgelaten 

Slide 10 - Tekstslide

Samenvatting lijdende zin
  1. Het onderwerp doet zelf niets, maar ondergaat de handeling
  2. Er staat een door-bepaling in of die kun je erbij bedenken
  3. De zin bevat een vorm van het hulpwerkwoord worden of zijn + voltooid deelwoord 

Slide 11 - Tekstslide

'De werking van de nieren wordt uitgelegd.'

A
Bedrijvende/actieve zin
B
Lijdende/passieve zin

Slide 12 - Quizvraag

                    o
De werking van de nieren | wordt | uitgelegd: lijdende zin
  1. Het onderwerp doet zelf niets, maar ondergaat de handeling
  2. Er staat een door-bepaling in of die kun je erbij bedenken (door de docent) 
  3. De zin bevat een vorm van het hulpwerkwoord worden of zijn + voltooid deelwoord 

Slide 13 - Tekstslide

'Jan maakt de oefeningen.'
A
Bedrijvende/actieve zin
B
Lijdende/passieve zin

Slide 14 - Quizvraag

   o
Jan | maakt | de oefeningen: bedrijvende zin
  1. Het onderwerp doet zelf iets
  2. Er staat geen door-bepaling in en die kun je er niet bij bedenken
  3. De zin bevat geen vorm van het hulpwerkwoord worden of zijn + voltooid deelwoord 

Slide 15 - Tekstslide

'De oefeningen worden gemaakt.'
A
Bedrijvende/actieve zin
B
Lijdende/passieve zin

Slide 16 - Quizvraag

             o
De oefeningen | worden | gemaakt: lijdende zin
  1. Het onderwerp doet zelf niets, maar ondergaat de handeling
  2. Er staat een door-bepaling in of die kun je erbij bedenken (door de leerlingen) 
  3. De zin bevat een vorm van het hulpwerkwoord worden of zijn + voltooid deelwoord 

Slide 17 - Tekstslide

'Het boek is aan hem gegeven door zijn opa.'
A
Bedrijvende/actieve zin
B
Lijdende/passieve zin

Slide 18 - Quizvraag

       o                                                      
Het boek | is | aan hem | gegeven | door zijn opa : lijdende zin
  1. Het onderwerp doet zelf niets, maar ondergaat de handeling
  2. Er staat een door-bepaling in of die kun je erbij bedenken (door zijn opa) 
  3. De zin bevat een vorm van het hulpwerkwoord worden of zijn + voltooid deelwoord 

Slide 19 - Tekstslide

'Ik geef hem een compliment.'
A
Bedrijvende/actieve zin
B
Lijdende/passieve zin

Slide 20 - Quizvraag

o
Ik | geef | hem | een compliment: bedrijvende zin
  1. Het onderwerp doet zelf iets
  2. Er staat geen door-bepaling in en die kun je er niet bij bedenken
  3. De zin bevat geen vorm van het hulpwerkwoord worden of zijn + voltooid deelwoord 

Slide 21 - Tekstslide

'Het compliment is in ontvangst genomen.'
A
Bedrijvende/actieve zin
B
Lijdende/passieve zin

Slide 22 - Quizvraag

       o                                                      
Het compliment | is | in ontvangst | genomen : lijdende zin
  1. Het onderwerp doet zelf niets, maar ondergaat de handeling
  2. Er staat een door-bepaling in of die kun je erbij bedenken (door de ontvanger) 
  3. De zin bevat een vorm van het hulpwerkwoord worden of zijn + voltooid deelwoord 

Slide 23 - Tekstslide

Wat moet je kunnen op de repetitie?
  • Herkennen wat een lijdende en bedrijvende vorm is
  • Kunnen vertellen wat de lijdende en bedrijvende vorm is 
  • Een lijdende zin in de bedrijvende vorm zetten. En andersom.

Slide 24 - Tekstslide