Les 2: H2S2 samenleving, hofstelsel en horigheid

De Middeleeuwen
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisBasisschoolMiddelbare schoolGroep 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

De Middeleeuwen

Slide 1 - Tekstslide

Tijdvak 3: monniken en ridders
het jaar 500 tot 1000

Slide 2 - Tekstslide

Vroege middeleeuwen
500 - 1000
Motte kasteel
Late middeleeuwen
1100 - 1500
Het Muiderslot

Slide 3 - Tekstslide

Vroege middeleeuwen 500 - 1000
Tijd van verval
Late middeleeuwen 1100 - 1500
Tijd van opkomende handel, steden en staten

Slide 4 - Tekstslide

Leg uit wat het feodale/leenstelsel was.

Slide 5 - Open vraag

H2S1: Hoe zag een domein eruit?

Slide 6 - Open vraag

tot het jaar 500:
Val West-Romeinse rijk
Vanaf het jaar 500:
verschilllende rijken

Slide 7 - Tekstslide

Centrale munt
Karel de Grote stelde 1 munt in. Dit was makkelijk: want nu kon iedereen met dezelfde munt betalen en was het duidelijker hoeveel iets waar was. 
Leenmannen
Onderwijs
Karel de Grote zette scholen op waar jonge mannen konden leren lezen, schrijven en het christendom.

Slide 8 - Tekstslide

Hoofddoel 2: Begrijpen van de rol en impact van horigheid en het domeinstelsel in de middeleeuwse samenleving. (GS) 
Subdoel 2.1: Ik kan uitleggen hoe het leven op een domein werkte. 
Subdoel 2.2: Je kunt de agrarische samenleving beschrijven aan de hand van het hofstelsel en het verschijnsel horigheid.  
Subdoel 2.3: Ik kan uitleggen welke rol ridders hadden in de samenleving. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Een leenman bestuurde dus het gebied dat hij in leen had van de koning. Ergens in dat leen bewoonde de leenman zelf een versterkte boerderij of kasteel. Ook ridders hadden vaak een stuk grond. Op dat eigen landgoed of domein stond het huis van zo'n edelman. Op zijn domein mocht elke edelman zelf de regels bepalen. Voor de boeren was hij hun landheer. En bij zijn dood erfde zijn oudste kind. Hierover had de koning niets te zeggen.

Slide 11 - Tekstslide

Via het leenstelsel 'leende' een ridder, hertog of man van adel een stuk grond van de koning.

Slide 12 - Tekstslide

Op de grond van elke landheer werkten horigen (onvrije boeren). Zij kregen bescherming van hun landheer. 

Slide 13 - Tekstslide

S2.2: Je kunt de agrarische samenleving beschrijven aan de hand van het hofstelsel en het verschijnsel horigheid.
1. landheer laat horigen (onvrije boeren) op zijn hofstelsel (land) leven en werken. Hij beschermt de horigen tegen invallen/dieven.
Agrarische samenleving:
 - Veel mensen werkten in de landbouw en woonden in kleine dorpen.
2. horigen zijn verplicht om huur, herendiensten (hekken bouwen, kleding repareren, deel van de oogst) af te staan. Ook mogen ze niet zomaar hun land verlaten.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Verder: Tijd voor Geschiedenis
Hoofdstuk 6:  Licht op de middeleeuwen
6.2 Karel de Grote, vader van Europa

Slide 16 - Tekstslide

Subdoel 2.2: Je kunt de agrarische samenleving beschrijven aan de hand van het hofstelsel en het verschijnsel horigheid.
Drieslagstelsel: Bij het drieslagstelsel werd de landbouwgrond in 3 stukken (akkers) verdeeld. Er werd ook nog een andere verdeling in drieën gemaakt, nl. in 3 jaren. Waarop het ene jaar zomergraan en het tweede jaar wintergraan werd verbouwd. Het derde jaar lieten de boeren de grond braak liggen, zodat de landbouwgrond zich kon herstellen.

Slide 17 - Tekstslide

2.2 Horigen mochten niet zomaar op het land wonen en werken. In ruil voor bescherming moesten ze:
Oogst
Het land bewerken en een deel van de oogst aan hun heer geven. 
Herendiensten
Verplichte taken uitvoeren: hekken timmeren, eieren geven, wegen bijhouden, kleding repareren.
Huur
Huur betalen voor de landbouwgrond

Slide 18 - Tekstslide

S4: Ik kan uitleggen welke eigenschappen ik belangrijk vind voor een leider. (i) 
Opdracht: subdoel 4
Kies 3 eigenschappen uit die je belangrijk vindt voor een leider. Geef per eigenlijk een argument waarom je dit eigenschap belangrijk vindt. Schrijf dit op in je schrift --> Subdoel 4

Klaar?
Hoofdstuk 3: monniken en ridders
Paragraaf 3.2: leenstelsel en hofstelsel
Opdracht: allemaal

Slide 19 - Tekstslide

Vanaf het jaar 500:
verschilllende rijken
- De Romeinse wegen werden niet meer onderhouden, zodat het lastig werd om te reizen.

- Er bleven weinig mensen over die konden lezen en schrijven.

- Geld was er eigenlijk niet meer en daarom ontstond er ruilhandel.

Slide 20 - Tekstslide

En toen kwam daar in 768......
Karel de Grote
Karel de Grote wilde zijn rijk op een nieuwe manier besturen.

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Link

Het leenstelsel
Leenstelsel
Karel de Grote stelde leenmannen aan. Deze mannen waren van adel en mochten een (leen)gebied besturen. In ruil moesten zij trouw en loyaal zijn aan Karel de Grote. 

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

S1: Ik kan uitleggen hoe het leenstelsel werkte. (r)
Leenstelsel
Karel de Grote stelde leenmannen aan. Deze mannen waren van adel en mochten een (leen)gebied besturen. In ruil moesten zij trouw en loyaal zijn aan Karel de Grote. 

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide