Th12 Uitscheiding Nier Havo5 Formuleervragen oefenen

Th12 Uitscheiding Havo 5
Nier
 Formuleervragen oefenen
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Th12 Uitscheiding Havo 5
Nier
 Formuleervragen oefenen

Slide 1 - Tekstslide

Oefenen formuleervragen
De volgende opdrachten komen uit recente eindexamens Havo. Het zijn vooral opdrachten waarbij gevraagd wordt naar een uitleg voor minstens 2 punten.

Bij een uitleg of verklaring wordt gevraagd naar opeenvolgende oorzaak-gevolgstappen. Elk punt dat je kunt krijgen voor de vraag is dan een stap (let op, soms krijg je 1 punt pas voor 2 kleine stappen). Bij beredeneren moet je biologische kennis gebruiken en vaak combineren met kennis uit de bron (tekst of gegevens) om een stelling te onderbouwen of ondersteunen. 

Kijk je antwoorden kritisch na m.b.v. het antwoordmodel. Let op dat je alle denkstappen moet noteren voor een punt en dat je biologische begrippen in het antwoord moet gebruiken of uitleggen. 

Slide 2 - Tekstslide

Vraag 1 Stamcellen als behandeling voor diabetes 
Wekenlang was Sarah zo vermoeid dat zij ’s middags een dutje moest doen. Ook dronk ze enorme hoeveelheden water, maar had dan daarna nog steeds dorst. Omdat ze veel moest plassen, ging ze vaak wel drie keer per nacht haar bed uit. Na een zoektocht op internet las ze dat deze symptomen karakteristiek zijn voor diabetes.


Veel drinken en veel plassen zijn bij diabetes een gevolg van de verhoogde concentratie glucose in de voorurine en daardoor ook in de urine. 
Leg uit hoe de hoge glucoseconcentratie van de voorurine leidt tot een grotere hoeveelheid urine. (2p)

Slide 3 - Tekstslide

Veel drinken en veel plassen zijn bij diabetes een gevolg van de verhoogde concentratie glucose in de voorurine en daardoor ook in de urine.
Leg uit hoe de hoge glucoseconcentratie van de voorurine leidt tot een grotere hoeveelheid urine. (2p)

Slide 4 - Open vraag

Antwoordmodel (2p)
Uit het antwoord moet blijken dat 
 • de osmotische waarde van de voorurine verhoogd is 1p
 • (waardoor) minder (terug)resorptie van water kan optreden 1p

Slide 5 - Tekstslide

Hoeveel punten denk je dat je hebt gehaald?
A
0
B
1
C
2
D
ik weet het echt niet

Slide 6 - Quizvraag

Vraag 2  Energiedrankjes (1)
Mario en Hannah drinken, net als veel andere jongeren, regelmatig een energiedrankje. Toch is het gebruik van energiedrankjes niet zonder risico’s: steeds meer jongeren komen met hartproblemen in het ziekenhuis. Hannah is wielrenster. Tijdens haar ritten drinkt ze soms een blikje energiedrank om haar vocht- en brandstofvoorraad aan te vullen.
Energiedrankjes (energydrinks) bevatten een hoge concentratie suiker en cafeïne. Daarnaast zijn andere oppeppende stoffen toegevoegd. Mario drinkt energiedrankjes wanneer hij tot diep in de nacht doorleert voor een proefwerk. Hij heeft ervaren dat dit zijn concentratie vergroot en hem wakker houdt.Een half uur na het drinken van een energiedrankje zijn vrijwel alle cafeïnemoleculen opgenomen in Mario’s bloed. In de lever wordt een deel van de cafeïne afgebroken. 

Slide 7 - Tekstslide

Vraag 2  Energiedrankjes (2)
Hannah’s trainster raadt Hannah af nog langer energiedrank te drinken tijdens het sporten, omdat het uitdroging kan veroorzaken. Doordat cafeïne de afgifte van antidiuretisch hormoon (ADH) beïnvloedt, leidt gebruik van energiedrankjes tot een toename van de wateruitscheiding.

Licht toe welke invloed cafeïne heeft op de afgifte van ADH en verklaar hoe dit in de nieren leidt tot een toename van de wateruitscheiding. (2p)



Slide 8 - Tekstslide

Doordat cafeïne de afgifte van antidiuretisch hormoon (ADH) beïnvloedt, leidt gebruik van energiedrankjes tot een toename van de wateruitscheiding.
Licht toe welke invloed cafeïne heeft op de afgifte van ADH en verklaar hoe dit in de nieren leidt tot een toename van de wateruitscheiding. (2p)

Slide 9 - Open vraag

Antwoordmodel (2p)
Uit het antwoord moet blijken dat
• cafeïne de afgifte van ADH remt 1p
• (waardoor) de terugresorptie/reabsorptie afneemt (waardoor meer water wordt uitgescheiden) 1p

Slide 10 - Tekstslide

Hoeveel punten denk je dat je hebt gehaald?
A
0
B
1
C
2
D
ik weet het echt niet

Slide 11 - Quizvraag

Vraag 3 Magere melk na het sporten is beter dan sportdrank 
Bij langdurig zweten verlies je veel vocht. Drinken kan dit vochtverlies opheffen.
Het zweet dat je verliest, bevat in vergelijking met het lichaamsvocht, minder
zouten. Een isotone sportdrank heeft dezelfde osmotische waarde als onze
lichaamsvloeistof.

 Leg uit dat deze osmotische waarden niet meer gelijk zijn na de inspanning,
waarbij men 1,8% van het lichaamsgewicht aan vocht heeft verloren. (2p)

Slide 12 - Tekstslide

Leg uit dat deze osmotische waarden niet meer gelijk zijn na de inspanning,
waarbij men 1,8% van het lichaamsgewicht aan vocht heeft verloren. (2p)

Slide 13 - Open vraag

Antwoordmodel (2p)
Het antwoord dient de notie te bevatten dat
• we tijdens het sporten meer water verliezen dan zouten (in vergelijking
met ons lichaamsvocht) 1p
• de osmotische waarde van ons plasma zal stijgen (en de osmotische
waarde van de sportdrank dan niet meer gelijk is / lager is dan die van
ons lichaamsvocht) 1p

Slide 14 - Tekstslide

Hoeveel punten denk je dat je hebt gehaald?
A
0
B
1
C
2
D
ik weet het echt niet

Slide 15 - Quizvraag