WISK X HOOFDSTUK 1 Getallen 1 - Les 1.4 Getallenlijn

WISK - X
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Secundair onderwijs

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

WISK - X

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 1
HOOFDSTUK 1 
GETALLEN 1 
LES 1.4
De getallen lijn

Slide 2 - Tekstslide

Uitleg tekens in je boek
Nieuwe woorden.
Oefening met de klas.
Nazeggen.
Leren.
Invuloefening/trek een lijn
Kleuren.
Oefening met een vraag.
Oefening met zoeken.
Oefening waarbij met een liniaal getekend wordt.
Oefening waarbij de rekenmachine gebruikt wordt.
Spel. 

Slide 3 - Tekstslide

Een getallenlijn is een lijn met daarop de getallen op volgorde van klein naar groot.
de lijn                  = 
de getallen       = 1,2,3,4.............8,34, 230, 1000
klei                       = 

groot                   = 

Slide 4 - Tekstslide

2 voorbeelden van getallenlijn

Slide 5 - Tekstslide

Nieuwe woorden
10  -  tien
20 - twintig
30  - dertig
40  - veertig  
50  - vijftig
60  - zestig
70 - zeventig
80 - tachtig
90 - negentig
100 - honderd


Nieuwe woorden
  • de lijn
  • groot
  • klein
  • de volgorde
  • de getallenlijn

Slide 6 - Tekstslide

Schrijf de nieuwe woorden in jouw taal.
de lijn / groot / klein / de volgorde / de getallenlijn

Slide 7 - Open vraag

Nazeggen
De docent spreekt de nieuwe woorden uit. Zeg na.
  • de lijn
  • groot
  • klein
  • de volgorde
  • de getallenlijn

Slide 8 - Tekstslide

Sleep het getal naar de juiste plek op de getallenlijn.
795
760
800
775
790
770
785

Slide 9 - Sleepvraag

20
30
10
40
50
E
B
D
A
C

Slide 10 - Sleepvraag

Zet de getallen op volgorde van klein naar groot
    A
    B
    C
    D
    E
    F
19
1
17
0,75
4
1,4

Slide 11 - Sleepvraag

sleep de getallen naar de juiste plek
131
73
123
58
254

Slide 12 - Sleepvraag

Hieronder zie je getallen op 
Hier onder zie je kleine getallen op de getallenlijn
Soms hebben kleine getallen een eigen naam. Getallen als ¼ , ½ en ¾ heten breuken. 

Slide 13 - Tekstslide

symbool
uitspraak
0,25
nul komma vijfentwintig
0,5
nul komma vijf
0,75
nul komma vijfenzeventig
¼   
een vierde
½
een vierde
¾
drie vierde

Slide 14 - Tekstslide

Nazeggen
De docent spreekt de nieuwe woorden uit. Zeg na.
  • nul komma vijfentwintig
  • nul komma vijf
  • nul komma vijfenzeventig
  • een vierde
  • een tweede
  • drie vierde

Slide 15 - Tekstslide

De getallen op de getallenlijn staan op volgorde van klein naar groot. Het kleinste getal staat vooraan. 
Het grootste staat achteraan,

Slide 16 - Tekstslide

Nieuwe woorden
10  -  tien
20 - twintig
30  - dertig
40  - veertig  
50  - vijftig
60  - zestig
70 - zeventig
80 - tachtig
90 - negentig
100 - honderd


Nieuwe woorden
  • de kwart
  • half / halve
  • heel / hele
  • de breuk - de breuken
  • vooraan
  • midden
  • achteraan
  • grootst
  • kleinst

Slide 17 - Tekstslide

Nazeggen
De docent spreekt de nieuwe woorden uit. Zeg na.
  • de kwart
  • half / halve
  • heel / hele
  • de breuk - de breuken
  • vooraan
  • midden
  • achteraan
  • grootst
  • kleinst

Slide 18 - Tekstslide

Doe samen met de klas
  • Zorg dat jij met en je klasgenoten op volgorde van klein naar groot staan, je mag niet praten.
  • Wie is de kleinste van de klas?
  • Wie is de grootste van de klas?
  • Wie staat er in het midden?

Slide 19 - Tekstslide

>, <, =
Bij wiskunde worden er symbolen gebruikt om aan te geven of iets groter of kleiner is.  Soms zijn getallen even groot (hetzelfde)

Slide 20 - Tekstslide

Nieuwe woorden
symbool
Nederlands
is groter dan
<
is kleiner dan
=
is even groot als

Slide 21 - Tekstslide

Schrijf de nieuwe woorden in jouw taal.
is groter / is kleiner dan / is even groot als

Slide 22 - Open vraag

3...?....8
21...?...21
0...?...10
0,5...?...1
17...?...12
Sleep naar de goede plek
19,4...?...29,4
90...?...14
0,2...?...0,2
5...?...2
10,1...?...13,5
<
>
=
>
<
>
>
=
<
>

Slide 23 - Sleepvraag

Nazeggen
De docent spreekt de nieuwe woorden uit. Zeg na.
  • is groter dan
  • is kleiner dan
  • is even groot als

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Taak 1.4 1.4 Getallenlijn
  • Maak de taken van Blz. 32 tot en met blz. 35
  • Doe dit in stilte (stoplicht)

  • Heb je de taken niet af dan is het huiswerk
  • Als je de taken af hebt laat je dit aftekenen/zien.

Slide 26 - Tekstslide

Uitleg tekens in je boek
Nieuwe woorden.
Oefening met de klas.
Nazeggen.
Leren.
Invuloefening/trek een lijn
Kleuren.
Oefening met een vraag.
Oefening met zoeken.
Oefening waarbij met een liniaal getekend wordt.
Oefening waarbij de rekenmachine gebruikt wordt.
Spel. 

Slide 27 - Tekstslide