6.2. Pruiken en problemen in de achttiende eeuw

6.2 Pruiken en problemen in de achttiende eeuw
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 75 min

Onderdelen in deze les

6.2 Pruiken en problemen in de achttiende eeuw

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet jij al over de Franse Revolutie?

Slide 3 - Woordweb

Leerdoelen
De leerdoelen van deze les zijn:

  • Je kunt uitleggen waarom het bestuur van Lodewijk XVI in de problemen komt.
  • Je kunt uitleggen waarom de bourgeoisie ontevreden is over de standenmaatschappij.
  • Je kunt continuïteit en verandering onderscheiden.

Slide 4 - Tekstslide


L'État, c'est Moi

  • absolutisme (Ancien Regime).
  • Lodewijk XIV was een Franse koning met absolute macht. 
  • droit divin
  • ZIjn opvolgers Lodewijk XV & Lodewijk XVI die waren ook absoluut vorst 

Slide 5 - Tekstslide

Lodewijk XV
Lodewijk XVI

Slide 6 - Tekstslide

Het hofleven van Versailles

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Belasting?
Non!

Slide 9 - Tekstslide

De eerste stand
  • De geestelijkheid: de mensen van de kerk. Zij zorgden dat de mensen in de hemel zouden komen. 

Slide 10 - Tekstslide

De tweede stand

  • De edelen: de mensen van adel. Zij zorgen voor het bestuur en de verdediging van het land. 

  • De koning vertrouwde hen niet, want?



Slide 11 - Tekstslide

De derde stand
  • De boeren en de burgers. Zo had je de rijke burgerij, de bourgeoisie.
  • De derde stand had alle plichten



Slide 12 - Tekstslide

pachtboeren

Slide 13 - Tekstslide

  Ongelijkheid
  • Hoge belastingen voor de boeren 
  • Ook in de steden onrustiger: armoede groot en slechte arbeidsomstandigheden.
  • Vooral de bourgeoisie (rijke burgers) spreekt zich hiertegen uit



Slide 14 - Tekstslide

Ontevredenheid Bourgeoisie
  • Geen inspraak
De rijke burgers, als leden van de derde stand, geen enkele zeggenschap hadden in het bestuur. 

  • Ongelijke belastingverdeling
De bourgeoisie had geen inspraak in het bestuur, maar betaalde wel een groot deel van de belastingen.

Slide 15 - Tekstslide

Ontevredenheid Bourgeoisie
    • Ongelijke rechtspraak
    Burgers en boeren kregen zwaardere straffen opgelegd voor overtredingen dan edelen en geestelijken.

    • Geen aandacht voor de handel
    De overheid deed geen moeite om de handel te bevorderen, tot grote ergernis van de kooplieden.

    Slide 16 - Tekstslide

    Salon bijeenkomst verlichting denkers

    Slide 17 - Tekstslide

    Koffiehuis

    Slide 18 - Tekstslide

    Huiswerk
    Alle opdrachten 6.2, succes!

    Slide 19 - Tekstslide