NAH

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Heeft iemand een idee waar NAH voor staat? Zo ja, weet je wat/wat denk je dat het inhoudt?

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In eigen woorden: wat is volgens jou hersenletsel?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Draait het meisje met de klok mee? Dan gebruikt je meer de rechterzijde van je hersenen. 
Draait ze tegen de klok in? Dan gebruik je meer de linkerzijde van je hersenen.


Ervaringsoefening samenwerking hersenhelften:

De meeste mensen zien haar met de klok mee draaien. 

Door goed te kijken kan je het meisje de andere kant op laten draaien. 
Richt je aandacht op deze tekst en begin te lezen. Op het moment zit je in de linkerhelft van je hersenen want daar zit het analytische denken, daar lees je geschreven taal. Als het goed is dan is het meisje van draairichting veranderd. 
Probeer het maar "Het is echt mogelijk"!
 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Het volgende beeld kan als heftig worden ervaren..

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

NAH
Afwijking of beschadiging van de hersenen die na de geboorte door ziekte of door andere oorzaken is ontstaan.

Niet aangeboren hersenletsel wordt in twee verschillende vormen onderscheiden.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Traumatisch hersenletsel
Niet traumatisch hersenletsel
Zuurstofgebrek
Ongeluk
Tumor
Val van de trap
Vergiftiging door alcohol of drugs
Mishandeling

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Traumatisch hersenletsel
  • Letsel van buitenaf

  • Zonder schedelletsel (Zwaar voorwerp/klap tegen                                              het hoofd, shaken baby-syndroom, (onge)val); 
  • Met schedelletsel (Ongeval, binnendringen                                                voorwerp (kogel/steekwapen)).
Phineas Gage (1823-1860)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Niet traumatisch hersenletsel
  • Ontstaan door een proces of aandoening in het lichaam

  • Cerebro Vasculair Accident (CVA ofwel beroerte);
  • Tumor;
  • Bijna-verdrinking;
  • Reanimatie;
  • Vergiftiging (drugs/alcohol);
  • Ontsteking hersenen (encefalitis)/Ontsteking hersenvliezen (meningitis);

  • Epilepsie.  

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

hersenstichting.nl

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen
  • Het leven van ervoor en erna (Breuk in de levenslijn);
  • Grotere afhankelijkheid;
  • Soms gedwongen verhuizen;
  • Kleinere wereld;
  • Problemen in relaties;
  • Gevolgen voor werk;
  • Zichtbare en niet-zichtbare gevolgen;
Gevolgen afhankelijk van:
- Plaats;
- Soort; 
- Grootte;

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Neglect syndroom

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijn onderstaande gevolgen zichtbaar of juist niet?
Zichtbaar gevolg
Niet zichtbaar gevolg
Verlamming of uitval

Coördinatieproblemen
Overbewegelijkheid en spasmes
Zintuigelijke problemen
Spraakproblemen
Slik- en kauwproblemen
Incontinentie
Uitputtende vermoeidheid/ slaapproblemen
Overprikkeling / prikkelgevoeligheid
Afasie (Taalstoornis)
Cognitieve problemen
Executieve problemen; planning, overzicht
Agnosie / neglect / apraxie
Gedrags of emtieverandering

Slide 16 - Sleepvraag

Agnosie / neglect / apraxie
Agnosie: dingen zien, horen proeven, ruiken en voelen maar het niet meer kunnen plaatsen
Neglect: je merkt niet wat er links of rechts gebeurd
Apraxie: je weet niet in welke volgorde je iets moet doen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Begeleiding
  • Stimuleer zelfredzaamheid;
  • Pas je tempo aan (Geduld!);
  • Toon empathie en reageer rustig;
  • Observeren;
  • Rouwverwerking;
  • Structuur bieden;
  • Speel in op ontremd gedrag;
  • Vergeet de naasten niet! 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies