test katern 7 1.1 en 1.2

Wat is een belangrijke indicator voor economische groei?
A
De werkloosheidscijfers
B
Het bruto binnenlands product (bbp)
C
De inflatie
D
De rentestand
1 / 17
volgende
Slide 1: Quizvraag
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

Wat is een belangrijke indicator voor economische groei?
A
De werkloosheidscijfers
B
Het bruto binnenlands product (bbp)
C
De inflatie
D
De rentestand

Slide 1 - Quizvraag

Wat is geen productiefactor
A
Arbeid
B
Kapitaal
C
Kennis
D
Natuur

Slide 2 - Quizvraag

Wat wordt bedoelt met de toevoegde waarde van een bedrijf?
A
De omzet van een bedrijf min de loonkosten
B
De waarde die een bedrijf toevoegt aan ingekochte goederen en diensten
C
De winst van een bedrijf na aftrek van belastingen
D
De totale waarde van alle geproduceerde goederen in een land

Slide 3 - Quizvraag

Wat is het primair inkomen?

Slide 4 - Open vraag

Hoe bereken je het netto binnenlands inkomen (nbi)?
A
Bruto binnenlands product (bbp) minus afschrijvingen
B
Toegevoegde waarde plus subsidies
C
Primair inkomen minus belastingen
D
Bruto binnenlands product plus rente-inkomsten uit het buitenland

Slide 5 - Quizvraag

Welke van de volgende methoden wordt NIET gebruikt om het bruto binnenlands product (bbp) te berekenen?
A
De objectieve methode
B
De subjectieve methode
C
De bestedingsmethode
D
De inkomensmethode

Slide 6 - Quizvraag

Lukt het je om een economische kringloop te teken? Probeer eens...

Slide 7 - Open vraag

Welke identiteit geeft het particuliere spaarsaldo weer?
A
(S-I) + (B-O)
B
E-M
C
(S-I) -(B-O)
D
S-I

Slide 8 - Quizvraag

Waar staat de C voor in de economische kringloop
A
consumptie
B
consument
C
cultuur
D
centraal

Slide 9 - Quizvraag

Van een economische kringloop met bedrijven, gezinnen, overheid en buitenland bedraagt: - saldo buitenland +50 miljard
- saldo overheid -80 miljard
- investeringen van bedrijven 120 miljard

Hoeveel zijn de besparingen van gezinnen?
A
10 miljard
B
90 miljard
C
170 miljard
D
250 miljard

Slide 10 - Quizvraag

In de economische kringloop verdienen we geld aan het buitenland door:
A
Y
B
I
C
E
D
M

Slide 11 - Quizvraag

In de economische kringloop geven gezinnen geld uit aan:
A
Consumptie, belasting en sparen
B
Consumptie en belasting
C
Consumptie, sparen en investeren
D
Consumptie, export en import

Slide 12 - Quizvraag

In de economische kringloop staat deze letter voor inkomen van gezinnen:
A
Y
B
I
C
E
D
M

Slide 13 - Quizvraag

Met welke letter en/of lettercombinaties kun je het nationaal spaarsaldo aflezen?
A
c-d
B
g-i-j
C
i-j
D
g

Slide 14 - Quizvraag

particulier spaarsaldo bedraagt
A
1
B
9
C
8
D
-1

Slide 15 - Quizvraag

Het nationaal spaarsaldo bedraagt
A
0
B
6
C
12
D
-1

Slide 16 - Quizvraag

In de economische kringloop staat het symbool I voor de:
A
Import
B
Indirecte belastingen
C
Sparen
D
Investeringen

Slide 17 - Quizvraag