BSM Quiz

BSM Quiz
13 vragen over Bewegen en Samenleving
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
Bewegen sport en maatschappijMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

BSM Quiz
13 vragen over Bewegen en Samenleving

Slide 1 - Tekstslide

Hoe hadden jullie gesport als je in de tijd van de Grieken en romeinen ?

Slide 2 - Open vraag

Wat was de rol van monniken in de middeleeuwse samenleving?
A
soldaten trainen
B
onderwijzen en opvoeden
C
boerderijen beheren
D
architectuur ontwikkelen

Slide 3 - Quizvraag

Welke lichamelijke activiteit had géén plek in het onderwijssysteem van die tijd?
A
paardrijden
B
worstelen
C
schaatsen
D
lichamelijke oefeningen

Slide 4 - Quizvraag

In welk jaar werden de eerste moderne Olympische Spelen georganiseerd?
A
1850
B
1896
C
1924
D
1904

Slide 5 - Quizvraag

Wat betekent ‘versporting’ van de samenleving?
A
Sport wordt steeds sneller en professioneler
B
Sport wordt minder prestatiegericht.
C
Mensen sporten minder dan vroeger
D
Sport verdwijnt uit de media.

Slide 6 - Quizvraag

Wat is een kenmerk van ongeorganiseerde sport?
A
Je traint op vaste tijden met een coach.
B
Je sport zonder lid te zijn van een club
C
Je doet altijd mee aan wedstrijden
D
Je betaalt contributie aan een vereniging

Slide 7 - Quizvraag

Hoeveel minuten fysieke activiteit per dag wordt geadviseerd voor kinderen van 5 tot 17 jaar?
A
30
B
60
C
90
D
120

Slide 8 - Quizvraag

Wat is een voordeel van krachttraining voor oudere volwassenen?
A
Het verbetert de gezondheid van het hart
B
Het vermindert het risico op vallen
C
Het verhoogt de flexibiliteit
D
Het verlaagt de bloeddruk aanzienlijk

Slide 9 - Quizvraag

Wat was vroeger de geldleveraars van de sportclubs?
A
Het sponsorgeld van de bedrijven
B
De verkoop van uitzendrechten
C
Contributie
D
Reclame

Slide 10 - Quizvraag

Wat was de belangrijkste verandering bij de sportclubs door de groei van economische belangen?
A
De clubs werden sneller geleid door professionele managers
B
De sporters minder tijd hadden om de sport te doen vanwege verplichten
C
De clubs minder aandacht kregen op sociaal media.
D
Kwamen steeds meer vrijwilligers met meer verantwoordelijkheden

Slide 11 - Quizvraag

Wat hebben wetenschappelijke ontwikkelingen van de groei van sport bijgedragen?
A
De sporters hoeven minder te trainen
B
De regels zijn bij sommige sporten aangepast
C
Ze hebben geholpen bij het maken van beter sportmateriaal en trainingsmethoden
D
Sporters krijgen minder aandacht op de media

Slide 12 - Quizvraag

Hoe helpt bewegingsleer bij sportinnovatie?
A
Door de techniek van atleten te verbeteren
B
Door sportregels te veranderen
C
Door nieuwe balsporten te bedenken
D
Door sporters sterker te maken zonder training

Slide 13 - Quizvraag

Welke innovatie helpt tennissers bij het bepalen of een bal in of uit is?
A
VAR
B
Doellijntechnologie
C
Hawkeye
D
Smart Racket

Slide 14 - Quizvraag