3.3 Van nat naar droog

3.2 Van warm naar koud - herhaling
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

3.2 Van warm naar koud - herhaling

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe verder van de evenaar, hoe ... het wordt.
A
kouder
B
warmer
C
natter
D
droger

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Door de draaiing van de aarde om de zon ontstaan er ...
A
dag en nacht
B
seizoenen
C
regens
D
zonnestralen

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe hoger, hoe ...
A
kouder
B
warmer
C
natter
D
droger

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij de evenaar is het?
A
Warm
B
Koud

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe hoger de breedteligging, hoe warmer het wordt.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de breedteligging?
A
De afstand tot de noordpool
B
De afstand tot de evenaar
C
De afstand tussen twee breedtepunten
D
De ligging ten opzichte van een breedtelijn

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij hoge bergen ligt er 'eeuwige sneeuw' hoe kan dit?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Op 1000 meter hoogte is de temperatuur 14 ⁰C. Wat is de temperatuur op 2000 meter hoogte?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

3.3 Van nat naar droog

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • je weet wat neerslag is en hoe dit ontstaat
  • je kent het verschil tussen de korte en lange kringloop 
  • je begrijp waarom er in sommige gebieden bijna geen neerslag valt
  • je weet hoe stijgingsregen, stuwingsregen en frontale regen ontstaan

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is er neerslag?

Slide 12 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Als het water is verdampt en hoog in de atmosfeer afkoelt gaat het condenseren. Hierdoor ontstaan wolken. 
Deze wolken kunnen gelijk weer leeg regenen boven de zee of waaien richting het land. 
Al het water vanuit het land komt samen in de zee. 
In de zee verdampt het meeste water en begint de reis van het water weer opnieuw. Het blijft altijd inbeweging!
Waterkringloop
De korte waterkringloop
Water verdampt boven zee, het water condenseerd wolken en regent weer leeg boven de zee. 
De Lange waterkringloop
Water verdampt boven zee, de wolken waarin het verdampte water zich heeft verzameld waait land inwaarts en de neerslagt valt op het land of boven in de bergen. 
Via verschillende manieren (gletsjers, rivieren en grondwater) stroomt het water weer terug naar zee. 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Er bestaat zowel een korte als een lange waterkringloop
A
Juist
B
Onjuist

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De korte waterkringloop duurt langer omdat die over land gaat.
A
juist
B
onjuist

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de korte waterkringloop?
A
De waterkringloop boven een rivier
B
De waterkringloop op een berg
C
De waterkringloop boven zee
D
De waterkringloop in de wolken

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De waterkringloop begint met.......
A
Condenseren
B
Verdampen
C
Infiltratie
D
Erosie

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zie je op de afbeelding?
A
De korte waterkringloop
B
De lange waterkringloop

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij zowel de lange als de korte waterkringloop komt het water uiteindelijk terug in
A
De zee
B
Het grondwater
C
De rivieren
D
Gletsjers

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de motor achter de waterkringloop?
A
De zon
B
De zee
C
Neerslag
D
De mens

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Soorten regen
Drie soorten neerslag:                            
- stuwingsregen
- stijgingsregen
- frontale regen. 

Regen ontstaat door opstijgende vochtige lucht. Teveel waterdamp verandert later in dtruppels. 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Stijgingsregen
Gebieden met stijgingsregens zijn goed te herkennen, hier is altijd regen. 
Deze gebieden komen voor bij de evenaar

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stuwingsregen

Slide 25 - Tekstslide

Als wind onderweg op een gebergte stuit, kan de lucht maar één kant op: omhoog. Neerslag die ontstaat door stijgende lucht tegen een gebergte, noem je stuwingsregen

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Frontale regen
Koude en warme lucht ontmoeten elkaar
op gematigde breedte. 

Warme lucht wordt gedwongen te stijgen 
-> frontale regen

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ligging hoge en lage luchtdrukgebieden op aarde
                  Frontale regen                                                                        Frontale regen  

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de woorden naar het juiste begrip. Welke woorden horen er bij het weer? En welke horen er bij het klimaat? 
Weer
Klimaat
De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment en op een bepaalde plaats.
Het gemiddelde weer in een gebied, berekend over een periode van dertig jaar.
Hagel, sneeuw, regen = neerslag
Een blauwe lucht en een zonnetje
Gemiddeld het hele jaar nooit kouder dan 18 graden
Neerslag in alle seizoenen

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Meer regen ontstaat door...
A
Koude lucht
B
Warme lucht

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stijgingsregen
Frontale regen
Stuwingsregen

Slide 31 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zon
Opwarming
Lucht stijgt
Wolkvorming en regen
Zonnestralen

Slide 32 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke soort is geen vorm van regen?
A
stuwingsregen
B
duwingsregen
C
stijgingsregen
D
frontale regen

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste volgorde bij het ontstaan van regen?
A
verdamping - afkoeling - condensatie
B
afkoeling - verdamping - condensatie
C
condensatie-afkoeling-verdamping
D
afkoeling - verdamping - condensatie

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan welke zijde van de berg valt er regen?
A
Lijzijde
B
Loefzijde

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welk klimaat valt de meeste regen?
A
Landklimaat
B
Zeeklimaat
C
Tropisch klimaat
D
Koud klimaat

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke soort regen kom je tegen in een berg?
A
Stijgingsregen
B
Stuwingsregen
C
Frontale regen

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk soort regen komt voor bij ons op gematigde breedte?
A
stuwingsregen
B
stijgingsregen
C
frontale regen

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In de tropen regent het veel. Hoe noemen we deze soort regen?
A
Stuwingsregen
B
Stijgingsregen
C
Frontale regen

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor soort regen
wordt er in dit plaatje
afgebeeld?
A
Stijgingsregen
B
Stuwingsregen
C
Frontaleregen

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag!
Lezen: 3.3 
Maken: 3.3 opdracht 2 t/m 6
Klaar? Herhaling opdrachten of quizlet
timer
10:00

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies