HEY 4.1 Future

HEY 4.1 Future
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

HEY 4.1 Future

Slide 1 - Tekstslide

Book review
Deadline 4/4
Mondeling of video?

Slide 2 - Tekstslide

Future
Future

Slide 3 - Tekstslide

FUTURE: will/shall
Wanneer?
Wanneer iets in de toekomst gaat gebeuren
Hoe?
will + hele ww
Voorbeeld?
Maybe I will buy new jeans.
!!: will not = won't 
Negatieve zin: I will not buy new jeans
Positieve zin: I will buy new jeans
Vraagzin: Shall I buy new jeans

Slide 4 - Tekstslide

FUTURE: to be + going to
Wanneer? een bestaand plan. Vb. een plan om te gaan reizen
                        duidelijke aanwijzingen dat iets gaat gebeuren
Positieve zin: We are going to eat at a restaurant 
Negatieve zin: I am not going to visit him
Vraagzin: Are you going to see your parents in Paris?

Slide 5 - Tekstslide

Future: present continuous
Vorm: to be + werkwoord + -ing
Wanneer? afspraak/plannen met getroffen voorbereidingen
Positieve zin: Next month I'm traveling to Japan with my friends
Negatieve zin: We are not eating out next week
Vraagzin: Are you leaving Georgia next year?

Slide 6 - Tekstslide

Future: simple present
Wanneer? Bij vaste tijden > roosters, vertrek etc.
Positieve zin: My plane leaves at 5 pm
Negatieve zin: My plane doesn't/does not leave at 5 pm
Vraagzin: Does my plane leave at 5 pm?

Slide 7 - Tekstslide

Future
Future

Slide 8 - Tekstslide

Maybe I .... go home. Or maybe not. I don't know yet.
A
am going to
B
will

Slide 9 - Quizvraag

Look at the clouds! It ...... rain!
A
is going to
B
will

Slide 10 - Quizvraag

Will / Going to ?

Jack ....(visit) a museum tomorrow morning.
A
will visit
B
visits
C
is going to visit
D
visited

Slide 11 - Quizvraag

Will / going to ?

I think this shop...(go) out of business soon!
A
goes
B
will go
C
is going
D
went

Slide 12 - Quizvraag

Will / Going to

Of course I....(help) you with moving out!
A
am going to help
B
help
C
helped
D
will help

Slide 13 - Quizvraag

Will / Going to?

I ...(call) you tonight. I promise.
A
am going to call
B
will call
C
call

Slide 14 - Quizvraag

Part 4: future met will

Wanneer gebruik je de future met will?
A
Als je een voorspelling maakt zonder bewijs.
B
Als je het hebt over alles in de toekomst.
C
Als je iets aanbiedt, bij beloftes, aankondigingen en besluiten.
D
Als je een voorspelling maakt met bewijs.

Slide 15 - Quizvraag

Part 3: Future met going to

Wat is de regel van de future met going to?
A
going to + ww
B
vervoeging going to + ww
C
am/are/is + going to + ww
D
do + going to + ww

Slide 16 - Quizvraag

 Afgesproken en geregeld, ze weet dat je komt.
Jij bent dat van plan, zij weet nog van niks.
Je zegt dat je dat gaat doen, neutraal.
I am visiting my aunt tomorrow.  
I am going to visit my aunt tomorrow.
I will visit my aunt tomorrow.

Slide 17 - Sleepvraag

Future:
Ik gebruik 'will' bij een voorspelling.........
A
met bewijs ( zeker )
B
zonder bewijs (onzeker)

Slide 18 - Quizvraag

Welke vorm van de future is correct hier?
A
The train is leaving at 8.15 a.m.
B
The train leaves at 8:15 a.m.
C
The train is going to leave at 8.15 a.m.
D
The train will leave at 8:15 a.m.

Slide 19 - Quizvraag

Cars ____ (fly) in the future.
A
are flying
B
will fly
C
will flying
D
are going to fly

Slide 20 - Quizvraag

Future: My bus ___ at three o'clock.
A
will leave
B
is going to leave
C
is leaving
D
leaves

Slide 21 - Quizvraag

(future).

Paul's sister ... a baby.
A
will have
B
is going to have
C
will has

Slide 22 - Quizvraag

Future:
.........we ......open the door for you?
A
shall....open
B
will.....open
C
do....open
D
are.....opening

Slide 23 - Quizvraag

FUTURE Which sentence fits best?
A
I think it will rain in a couple of minutes.
B
It looks as if it is going to rain soon.
C
It is raining in 5 minutes.
D
It rains every day.

Slide 24 - Quizvraag

Get to work
Inkijken toets
Maken opdr. 1 t/m 6

Slide 25 - Tekstslide