Door voor of achter een woord een voor- of achtervoegsel te plakken, krijg je een nieuw woord. Dat woord noemen we een afleiding. Neem het woord Rommel.
Rommel = grondwoord
grondwoord + achtervoegsel of + voorvoegsel = afleiding
Rommel (grondwoord)+tje (achtervoegsel) Rommeltje is een nieuw woord en dat is een afleiding
on (voorvoegsel)+ weer (grondwoord)onweer onweer is het nieuwe woord en is dus een afleiding
Zorg dat je weet hoe je afleiding van plaatsnamen schrijft.
Bijvoorbeeld Rotterdam-Rotterdamse haven
Slide 2 - Tekstslide
Grammatica 3.7
Zinsontleden! Je kunt zinnen ontleden en de volgende zinsdelen benoemen:
- PV (persoonsvorm)
-WG (werkwoordelijk gezegde)
- O (Onderwerp)
LV (Lijdend voorwerp)
MV (Meewerkend voorwerp)
Slide 3 - Tekstslide
Hoe oefen je dit?
- Test jezelf
- Versterk Jezelf
- Oefeningen in het boek
- Bekijk de ppt en de lesson-up hierover
- Leer de theorie in het boek
Slide 4 - Tekstslide
Wat is in deze zin het werkwoordelijk gezegde? Op youtube is de nieuwste hit van Harry Styles te zien
A
Is
B
Is zien
C
Is te zien
Slide 5 - Quizvraag
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
Slide 6 - Open vraag
Welke vraag moet je stellen om het meewerkend voorwerp te vinden bij onderstaande zin? Voor haar verjaardag heb ik mijn buurvrouw nieuwe theeglazen gegeven. Wat is het meewerkend voorwerp?
Slide 7 - Open vraag
Benoem van deze zin het WG, O, LV en MV Deze leerlingen hebben de antwoorden aan de docent gegeven. WG= O= LV= MV=
Slide 8 - Open vraag
Maak een zin met daarin een persoonsvorm, een werkwoordelijk gezegde met twee werkwoorden, een onderwerp, een lijdend voorwerp en een meewerkend voorwerp.
Slide 9 - Open vraag
Spelling 3.8
spelling voltooid deelwoord
dicteewoorden
Slide 10 - Tekstslide
Drie dingen die je moet kunnen
1. spelling voltooid deelwoorden sterke en zwakke werkwoorden
2. weten hoe je voltooid deelwoorden van werkwoorden met ge, ve, be, ont, schrijft.
3. weten hoe je een voltooid deelwoord van een splitsbaar ww schrijft.
Slide 11 - Tekstslide
Belangrijk is dat je de persoonsvorm en het voltooid deelwoord herkent.
1. Vannacht heb (PV) ik een nachtmerrie gehad (VD).
2. Dit wordt (PV) altijd bepaald (VD)door het bestuur van de school.
3. Hij bepaalt (PV) dit het liefste zelf.
Slide 12 - Tekstslide
Op grond van hun kleding worden veel mensen zomaar veroordeeld.
Benoem de pv en het voltooid deelwoord
Slide 13 - Open vraag
Hem is schade (toebrengen). Schrijf het voltooid deelwoord op.
Slide 14 - Open vraag
Maak een zin met het voltooid deelwoord van het ww opstellen
Slide 15 - Open vraag
Hoofdletters....wanneer gebruik je die?
Leer de leerstof in je boek (blz. 236)
Slide 16 - Tekstslide
Verbeter onderstaande zin (hoofdletters): 1000 Exemplaren worden er verloot van het boek lampje van Annet schaap.
Slide 17 - Open vraag
Dictee....vier woorden
Slide 18 - Open vraag
Kijk nu je eigen toets na voor het onderdeel Grammatica!