Steden en staten

Leerdoel 1
Hoe in Europa weer een landbouwstedelijke 
samenleving ontstond.
1 / 54
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 54 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Leerdoel 1
Hoe in Europa weer een landbouwstedelijke 
samenleving ontstond.

Slide 1 - Tekstslide

Door uitbreiding van landbouwgrond en verbeterde technieken kwamen er grotere opbrengsten in de landbouw.

Wat de boeren niet zelf nodig hadden werd verkocht op de markt. 

Steeds meer handelaren en ambachtslieden gingen bij deze markten wonen. Hierdoor groeiden vele marktplaatsen uit tot steden.

Slide 2 - Tekstslide

Het ontstaan en de groei van steden heet verstedelijking

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoel 2
Hoe de economie zich ontwikkelde.

Slide 4 - Tekstslide

Er kwam in de steden steeds meer aanbod (spullen die mensen willen verkopen) en vraag (wat mensen willen kopen).

Er werd daarbij weer geld gebruikt en banken werden daardoor steeds belangrijker. Daar konden handelaren geld op een rekening bewaren, of lenen tegen rente.


Slide 5 - Tekstslide

Leerdoel 3
Hoe ambachtslieden en handelaren samenwerkten.

Slide 6 - Tekstslide

Gilde
Een vereniging van mensen met hetzelfde ambacht heet een gilde.
Elke ambacht had zijn eigen gilde

Slide 7 - Tekstslide

Gilde
Elke gilde bepaalden de prijzen en controlleerde de kwaliteit. 

Een gilde zorgde goed voor zieke of bejaarde collega's.

Slide 8 - Tekstslide

Ongeveer 200 handelssteden in Noord-Europa  werkten samen: de Hanze

Zij spraken af onderling geen tol te heffen en zo de internationale (buitenlandse) handel te vergroten.

Slide 9 - Tekstslide

Hoe heet een vereniging van mensen met hetzelfde beroep?
A
club
B
ambacht
C
gilde
D
raad

Slide 10 - Quizvraag

Wat was een gevolg van grotere oogsten in de landbouw?
A
Meer nieuwe landbouwgrond
B
Betere ploegen
C
Betere landbouw methodes
D
Meer handel

Slide 11 - Quizvraag

Wat was een oorzaak van grotere oogsten in de landbouw?
A
Meer handel
B
Meer landbouwgrond
C
Meer markten
D
Meer steden

Slide 12 - Quizvraag

Juist of onjuist?
In de late middeleeuwen werd er voor het eerst gebruik gemaakt van een nieuwe soort ploeg
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quizvraag

Juist of onjuist?
In de late middeleeuwen werden er steeds meer bomen geplant en moerassen aangelegd
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quizvraag

Spullen die mensen of bedrijven verkopen= ........

Slide 15 - Open vraag

Het handelsverbond tussen 200 Europese steden: de .........

Slide 16 - Open vraag

Het ontstaan en de groei van steden: ...........

Slide 17 - Open vraag

Welk woord kan weg?
Geldwisselaar – bank – ruilen – rente

Slide 18 - Open vraag

4.2 
Zelfstandige burgers

Slide 19 - Tekstslide

Leerdoel 1
Hoe steden stadsrechten kregen.

Slide 20 - Tekstslide

Graaf Floris V werd door andere edelen in 1296 gevangen genomen en vermoord. Ze vonden hem te machtig worden.


Slide 21 - Tekstslide

Edelen gaven vele plaatsen stadsrechten. 

Hierna mocht een stad zelf recht spreken, wetten maken, belasting heffen en een stadsmuur bouwen.

Beverwijk kreeg in 1298 stadsrechten.


Slide 22 - Tekstslide

Leerdoel 2
Hoe burgers hun stad bestuurden

Slide 23 - Tekstslide

Horige boeren konden in de stad vrijheid krijgen. Zij verhuisden dus vaak naar de stad. 

Uiteindelijk kregen boeren ook meer vrijheid van hun heer. Horigheid verdween daardoor in de late middeleeuwen.

Slide 24 - Tekstslide

De burgers van een stad (altijd mannen) vormden samen de burgerij.

De macht in een stad lag in handen van rijke burgers.

Burgermeesters waren de hoogste bestuurders van een stad.

De schepen (rechter) mocht recht spreken.

Slide 25 - Tekstslide

Leerdoel 3
Hoe steden zelfstandiger werden en lage edelen macht verloren

Slide 26 - Tekstslide

Hoge edelen kregen veel geld voor het geven van stadsrechten. Zij huurden met dat geld ambtenaren en soldaten in en hadden de lage edelen niet meer nodig. 
De lage edelen verloren hierdoor veel invloed.


Uiteindelijk werden steden veel zelfstandiger ten opzichte van de edelen.

Slide 27 - Tekstslide

Welke hedendaagse landen behoorden tot de Nederlanden?

Slide 28 - Open vraag

Wat is een andere benaming voor de Nederlanden?

Slide 29 - Open vraag

Wat zijn stadsrechten?

Slide 30 - Open vraag

Wie gaf de stadsrechten aan de stedelingen?
A
De burgemeester
B
De paus
C
De vorst of hoge edelman
D
De schepenen

Slide 31 - Quizvraag

Er waren drie voorwaarden om burger te worden. Welke van de onderstaande hoort er niet bij.
A
Eén jaar en één dag in de stad wonen
B
Man zijn
C
Gelovig zijn
D
Werken en belasting betalen

Slide 32 - Quizvraag

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving:

groep van aanzienlijke burgers die het stadsbestuur adviseerde en controleerde
A
Vroedschap
B
Burgemeesters
C
Schepenen
D
Gilde

Slide 33 - Quizvraag

4.3
De machtige kerk

Slide 34 - Tekstslide

Leerdoel 1
Waardoor de kerk de macht had in de samenleving

Slide 35 - Tekstslide

De mensen in de middeleeuwen vonden het leven na de dood belangrijker dan het leven op aarde.

Om in de hemel te komen deden christenen aan liefdadigheid (hulp aan de armen) of gingen op  bedevaart (reis om te bidden op een heilige plek).

De kerk speelde in dit alles een belangrijke rol en was daardoor heel machtig.

Slide 36 - Tekstslide

Leerdoel 2
Hoe christenen optraden tegen mensen die zich niet gedroegen zoals de kerk wilde.

Slide 37 - Tekstslide

Christenen met afwijkende ideeën over het geloof werden ketters genoemd. Ketters werden vaak op de brandstapel gegooid.

Ook mensen die werden verdacht van hekserij konden zo aan hun einde komen.



Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Video

Vaak in de middeleeuwen was veel antisemitisme (jodenhaat). 

Na een grote pestepidemie kregen de joden de schuld en ontstonden er veel pogroms (geweldadige uitbarstingen van jodenhaat).

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Video

Leerdoel 3
Hoe kruistochten ontstonden en welke gevolgen deze hadden.

Slide 42 - Tekstslide

In 1095 riep de paus op christenen uit heel Europa om Jeruzalem te bevreiden van moslims. Iedere deelnemer zou naar de hemel gaan.
Bij deze eerste kruistocht werd in 1099 Jeruzalem veroverd, maar in 1187 werd Jeruzalem weer door moslims ingenomen.
Er zouden meerdere kruistochten worden georganiseerd over een tijd van twee eeuwen.
Er was naast veel geweld ook toenemende handel tussen de Arabieren en de Europeanen.

Slide 43 - Tekstslide

Waarde
Norm
Iets wat je normaal vindt
Iets wat je belangrijk vind

Slide 44 - Sleepvraag

Welke plek ging je na de dood naartoe als je een paar slechte dingen had gedaan (zondes)?
A
Hemel
B
Hel
C
Vagevuur
D
Limbo

Slide 45 - Quizvraag

Wie kregen de schuld van de pest?
A
Joden
B
Heksen
C
God
D
De paus

Slide 46 - Quizvraag

Wat betekend antisemitisme?

Slide 47 - Open vraag

Welk jaartal was de eerste kruistocht?
A
1095
B
1096
C
1097
D
1098

Slide 48 - Quizvraag

Waarom gingen mensen op kruistocht?

Slide 49 - Open vraag

4.4
De macht van vorsten

Slide 50 - Tekstslide

Leerdoel 1
Hoe (Engelse, Franse en Bourgondische) vorsten machtiger werden.

Slide 51 - Tekstslide

Koningen werden rijker en gingen daardoor ambtenaren en eigen soldaten inhuren. 
Ze hadden de hulp van leenmannen (de adel) niet meer nodig bij het besturen van het land. 
De koningen gingen nu hun hele koninkrijk besturen vanuit 1 plek. Dit noemen we centralisatie.

Deze centralisatie begon ook in de Nederlanden plaats te vinden (hierover in het volgende hfst meer)

Slide 52 - Tekstslide

Leerdoel 2
Hoe vorsten samenwerkten met de 3 standen

Slide 53 - Tekstslide

De 3e stand (burgers) wilden net als de 1e- (geestelijken) en 2e stand (adel) inspraak in het bestuur.

De vorsten gingen daarom vergaderingen met de 3 standen organiseren. Zo kreeg de 3e stand steeds meer invloed.

In Engeland heette zo'n vergadering het parlement en in de Nederlanden de Staten Generaal.

Slide 54 - Tekstslide