In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 25 min
Onderdelen in deze les
Symmetrie en correct begrenzen
NN7 - Formuleren §7 - 3H
Slide 1 - Tekstslide
Wat je gaat leren
Je leert zinnen symmetrisch formuleren.
Je leert zinnen correct begrenzen.
Slide 2 - Tekstslide
Bekijk de volgende zin:
– Esmee kijkt uit naar het weekend, vanwege een feestje en een belangrijke sportwedstrijd.
Slide 3 - Tekstslide
Bekijk de volgende zin:
– Esmee kijkt uit naar het weekend, vanwege een feestje en een belangrijke sportwedstrijd.
Als twee woorden, woordgroepen of zinnen die bij elkaar horen, allebei in een zin staan, moeten ze dezelfde vorm hebben. Dat heet symmetrie. In de voorbeeldzin gaat het om twee woordgroepen: een feestje en een belangrijke sportwedstrijd.
Slide 4 - Tekstslide
In de volgende zinnen ontbreekt de symmetrie (het *-teken betekent ‘ongrammaticale zin’):
– * Niet alleen in het zuiden vieren ze carnaval: ook in het noorden viert men dit feest.
Slide 5 - Tekstslide
In de volgende zinnen ontbreekt de symmetrie (het *-teken betekent ‘ongrammaticale zin’):
– * Niet alleen in het zuiden vieren ze carnaval: ook in het noorden viert men dit feest.
In het eerste deel van de zin staat het persoonlijk voornaamwoord ze. Om de zin symmetrisch te maken, moet je in het tweede deel van de zin hetzelfde persoonlijke voornaamwoord gebruiken: men moet ze worden.
Slide 6 - Tekstslide
– * Een puber schijnt veel te appen, maar volwassenen kunnen er ook wat van.
Slide 7 - Tekstslide
– * Een puber schijnt veel te appen, maar volwassenen kunnen er ook wat van.
In het eerste deel van de zin staat het enkelvoudig onderwerp Een puber. Om de zin symmetrisch te maken, moet je in het tweede deel van de zin ook een enkelvoudig onderwerp gebruiken: volwassenen kunnen moet een volwassene kan worden.
Slide 8 - Tekstslide
– * Miros leest dat boek voor zijn mondeling en omdat het bij zijn profielwerkstuk past.
Slide 9 - Tekstslide
– * Miros leest dat boek voor zijn mondeling en omdat het bij zijn profielwerkstuk past.
In het eerste deel van de zin staat de woordgroep voor zijn mondeling. Om de zin symmetrisch te maken, moet je de bijzin in het tweede deel van de zin in een woordgroep veranderen: omdat het bij zijn profielwerkstuk past moet voor zijn profielwerkstuk worden.
Slide 10 - Tekstslide
– * Mijn moeder zei dat ik op tijd thuis moest zijn en ik moest mijn kamer opruimen.
Slide 11 - Tekstslide
– * Mijn moeder zei dat ik op tijd thuis moest zijn en ik moest mijn kamer opruimen.
In het eerste deel van de zin staat een bijzin. Om de zin symmetrisch te maken, moet je de hoofdzin in het tweede deel van de zin in een bijzin veranderen: ik moest mijn kamer opruimen moet dat ik mijn kamer moest opruimen worden.
Slide 12 - Tekstslide
– * Juul zit op een koor voor de gezelligheid en om zich te ontspannen.
Slide 13 - Tekstslide
– * Juul zit op een koor voor de gezelligheid en om zich te ontspannen.
In het eerste deel van de zin staat de woordgroep voor de gezelligheid. Om de zin symmetrisch te maken, moet de beknopte bijzin in het tweede deel ook een woordgroep worden: om zich te ontspannen moet voor de ontspanning worden.
Slide 14 - Tekstslide
Het begrenzen van zinnen kan op twee manieren verkeerd gaan:
Een bijzin wordt als losse zin gepresenteerd (losstaand zinsdeel):
– Op de spelletjesavond speelden we Weerwolven.* Waardoor het heel laat werd.
Het moet zijn: … Weerwolven, waardoor …
Slide 15 - Tekstslide
Het begrenzen van zinnen kan op twee manieren verkeerd gaan:
Twee zelfstandige zinnen (hoofdzinnen) worden ten onrechte ‘aan elkaar geplakt’ (zinnen ten onrechte samenvoegen): – * In het weekend is er een familiereünie, iedereen is welkom met of zonder partner. Het moet zijn: … familiereünie; iedereen … of … familiereünie en iedereen .... Je kunt hoofdzinnen wel samenvoegen, maar dan moet je een puntkomma of een nevenschikkend voegwoord (en, maar, of, want, dus) gebruiken.
Slide 16 - Tekstslide
apps.noordhoff.nl
Slide 17 - Link
Ter voorbereiding op de toets moeten de leerlingen het boek lezen, de vragen maken en schrijven zij een samenvatting.
A
Deze zin is symmetrisch
B
Deze zin is niet symmetrisch
Slide 18 - Quizvraag
Hoewel men op verkiezingsdagen vaker stemt als de zon schijnt, heeft men zich dit jaar tijdens de regen ook van zijn beste kant laten zien.
A
Deze zin is symmetrisch
B
Deze zin is niet symmetrisch
Slide 19 - Quizvraag
Een groep buurtbewoners heeft samen het speeltuintje opgeknapt en ze hebben ook het plantsoentje ernaast netjes aangeharkt.
A
Deze zin is symmetrisch
B
Deze zin is niet symmetrisch
Slide 20 - Quizvraag
Om een appeltaart te bakken, moet je appels schillen, deeg kneden en rozijnen wellen.
A
Deze zin is symmetrisch
B
Deze zin is niet symmetrisch
Slide 21 - Quizvraag
Hockeyers staan erom bekend flink te kunnen feesten, maar een voetballer kan er ook wat van.
A
Deze zin is symmetrisch
B
Deze zin is niet symmetrisch
Slide 22 - Quizvraag
Lastig onderwerp...!
Ga nu zelf oefenen met de opdrachten die ik heb klaargezet in de digitale planning.