6.2 De Gouden Eeuw

De Gouden Eeuw
paragraaf 6.2

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

De Gouden Eeuw
paragraaf 6.2

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

Slide 1 - Tekstslide

Geef minimaal twee oorzaken voor het ontstaan van een bloeiende economie in de 17e eeuw in Nederland.

Slide 2 - Open vraag

In 1585 veroverde het Spaanse leger Antwerpen. De inname van deze
stad had gunstige gevolgen voor de ontwikkeling van de Republiek.
Noem een gevolg van de inname van Antwerpen die bijdroegen aan
de economische bloei van de Republiek.

Slide 3 - Open vraag

In de eerste jaren van de VOC wordt er veel verlies gemaakt. De Staten-Generaal ondersteunen de VOC met geld om deze verliezen te dekken.
a. Geef een oorzaak voor de hoge kosten in de eerste jaren van de VOC
b. Geef een politieke reden waarom de Staten-Generaal deze kosten wél maakt.

Slide 4 - Open vraag

6.2 De Gouden Eeuw
Leerdoelen
Aan het einde van deze paragraaf weet je:
  • Welke staatkundige situatie er was in de Republiek
  • Hoe in Nederland een bloeiende economie ontstond
  • Hoe de Nederlandse cultuur tot bloei kwam

Kenmerkend aspect: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek


Slide 5 - Tekstslide

De bijzondere plaats van de Republiek: economisch

De Republiek was het rijkste land in Europa en het handelscentrum van de wereld.
Oorzaken:
  1. Val van Antwerpen
  2. Oprichting VOC
  3. Oprichting WIC
  4. Moedernegotie

Slide 6 - Tekstslide

De Gouden Eeuw
paragraaf 6.2

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

Slide 7 - Tekstslide

De gegevens links passen bij de Gouden Eeuw.
Licht dit toe, door uit deze vier gegevens:
- één gegeven te kiezen en daarmee aan te geven wat de bijzondere plaats in staatkundig opzicht was en
- één ander gegeven te kiezen en daarmee de bloei in cultureel opzicht van de Republiek zichtbaar te maken.

Slide 8 - Open vraag

Op 17 augustus 1585 ondertekende de burgemeester van Antwerpen een document waarmee hij de stad overgaf aan de Spaanse bevelhebber die de stad veertien maanden had belegerd. Een historicus merkte daarover op:
"Je kunt dit document de geboorteakte van de Gouden Eeuw (van de Republiek) noemen."
Ondersteun deze uitspraak

Slide 9 - Open vraag

6.2 De Gouden Eeuw
Leerdoelen
Aan het einde van deze paragraaf weet je:
  • Welke staatkundige situatie er was in de Republiek
  • Hoe in Nederland een bloeiende economie ontstond
  • Hoe de Nederlandse cultuur tot bloei kwam

Kenmerkend aspect: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek


Slide 10 - Tekstslide

De bijzondere plaats van de Republiek: staatkundig

= politiek, bestuurlijk opzicht

Nederland was een republiek, terwijl in de rest van Europa alleenheersende (=absolute) vorsten aan de macht waren. 

Slide 11 - Tekstslide

De bijzondere plaats van de Republiek: staatkundig
In 1588 werd de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden gesticht. 
De macht lag bij:
  • De gewestelijke staten
  • De Staten-Generaal besproken zaken op landelijk niveau
  • De stadhouder: de legerleider
  • De raadspensionaris: politiek leider van de S-G, hoogste regent

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

De bijzondere plaats van de Republiek: cultureel
De Republiek vormde het hart van de kunst en
cultuur en had een tolerante houding. Er was 
namelijk gewetensvrijheid. 
= je mag wel geloven wat je wilt, maar dat niet 
altijd uiten. 
Dit trok veel veel wetenschappers, filosofen en
kunstenaars uit het buitenland aan.  
Benedictus de Spinoza, Portugese filosoof

Slide 15 - Tekstslide

Het einde van de Gouden Eeuw
1672: het Rampjaar

De Republiek werd van vier kanten aangevallen, na twee zeeoorlogen met Engeland. 
Door de vele oorlogen verloor de Republiek haar hegemonie.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Zoek een schilderij dat volgens jou de culturele bloei van de Republiek in de 17e eeuw symboliseert

Slide 19 - Open vraag

De anatomische les van dr. Tulp, Rembrandt van Rijn, 1632
  1. Bij welk onderdeel van het KA hoort dit schilderij?
  2. Waarom had dit schilderij alleen in de Republiek gemaakt kunnen zijn?

Slide 20 - Tekstslide

Verwerkingsvraag
In 1629 schildert Adam Willaerts op bestelling van het stadsbestuur van Dordrecht dit stadsgezicht. Het stadsbestuur laat het schilderij ophangen in de raadzaal van het stadhuis. Hierbij passen twee beweringen:

  1. Je kunt met dit schilderij de bloei van de Republiek op twee verschillende terreinen illustreren.
  2. Het stadsbestuur wil met het ophangen van dit schilderij in het stadhuis een politieke boodschap uitdragen.

Noem (bij 1), telkens met een verwijzing naar de bron, beide verschillende terreinen en noem (bij 2) de politieke boodschap die het stadsbestuur wil uitdragen.

Het schilderij is zeven meter breed. Op de voorgrond zijn onder andere vissersboten te zien, vlotten met hout uit Duitsland, vrachtschepen en twee jachten die het Dordtse stapelrecht op de handel in ijzererts controleren.

Slide 21 - Tekstslide

  1. Je kunt met dit schilderij de bloei van de Republiek op twee verschillende terreinen illustreren.
  2. Het stadsbestuur wil met het ophangen van dit schilderij in het stadhuis een politieke boodschap uitdragen.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

'Gouden' Eeuw?
Lees op je laptop twee artikelen:

https://decorrespondent.nl/7418/nederland-was-voor-even-de-grootste-slavenhandelaar-ter-wereld/ad62ca6a-6476-0495-0269-3891cf19c964

https://www.nd.nl/nieuws/nederland/519512/-de-term-gouden-eeuw-hoeft-niet-te-verdwijnen-als-je-het-complete-verhaal-vertelt-


Denk daarna na over wat jij zelf vindt. Moet dit kunnen? Waarom wel of niet?

Slide 24 - Tekstslide

Hoe sta jij in dit debat?

Slide 25 - Open vraag


A

Slide 26 - Quizvraag