Grammatica herhalen 2.7, 3.7 en 5.7

Welkom!
Leg alvast klaar:
  • je leerwerkboek A
  • je leerwerkboek B op pagina 64
  • je schrift en etui
Les 1
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 29 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
Leg alvast klaar:
  • je leerwerkboek A
  • je leerwerkboek B op pagina 64
  • je schrift en etui
Les 1

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Startopdracht / controle weektaak
  • Herhalen 2.7 en 3.7
  • Werkmoment
  • Vooruitblik

Slide 2 - Tekstslide

Startopdracht, theorie 144 / 220-222
Het boek ____ ik gisteren heb gelezen, was erg spannend.
De jongen _____ naast mij woont, is mijn beste vriend.
De leraar aan  ____ we altijd om hulp vragen, is erg geduldig.
Ik weet niet  ____ hij bedoelt, maar het klinkt interessant.
                                                        Iemand heeft zijn jas hier laten liggen.
                                      Het antwoord op de moeilijke vraag wist niemand.
                                                     Iedereen was blij met het goede nieuws.
                                   Ik heb iets lekkers voor ons allemaal meegenomen.
Noteer het weggelaten woord.
Noteer het ovn

Slide 3 - Tekstslide

Startopdracht
Het boek dat ik gisteren heb gelezen, was erg spannend.
De jongen die naast mij woont, is mijn beste vriend.
De leraar aan  wie we altijd om hulp vragen, is erg geduldig.
Ik weet niet wat hij bedoelt, maar het klinkt interessant.
                                                        Iemand heeft zijn jas hier laten liggen.
                                      Het antwoord op de moeilijke vraag wist niemand.
                                                     Iedereen was blij met het goede nieuws.
                                   Ik heb iets lekkers voor ons allemaal meegenomen.

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen 2.7 en 3.7
Na deze paragrafen:
  • weet je wat enkelvoudig en samengesteld is;
  • weet je wat een nevenschikking is;
  • weet je wat een onderschikking is;
  • weet je wat een beknopte bijzin is;
  • weet je wanneer die goed of fout aansluit.

Slide 5 - Tekstslide

Nevenschikking (p. 144)
De poes miauwt.
Ze heeft honger.
                                           maar
  • De poes miauwt, want ze heeft honger.
                                            dus
Twee hoofdzinnen aan elkaar => nevenschikking

Samengestelde zin 2 of meer pv's

Slide 6 - Tekstslide

Onderschikking (p. 220)
Voegwoord hoort bij de bijzin.
Persoonsvorm van bijzin staat achteraan de bijzin.



Omdat hij jarig is, trakteert hij zijn vrienden op een hamburger.
                 BZ                                                                HZ
Hoofdzin:
* o en pv naast elkaar
* er kan niets tussen


Bijzin:
* o en pv niet naast elkaar
* OF er kan 'niet' tussen

Slide 7 - Tekstslide

Volgorde samengestelde zin
Er is altijd minimaal 1 hoofdzin.

hoofdzin -  voegwoord - hoofdzin NEVENSCHIKKING
hoofdzin -  voegwoord - bijzin ONDERSCHIKKING
voegwoord - bijzin,  - hoofdzin ONDERSCHIKKING
beknopte bijzin - hoofdzin ONDERSCHIKKING
 

Tip!
want, maar, en, dus, of

Slide 8 - Tekstslide

Onderschikking DAT/OF (p. 221)

Ik denk dat ik dit weekend ga wandelen.
Ik hoop dat deze uitleg duidelijk is.
Hij vroeg of deze oefeningen de weektaak zijn.

Slide 9 - Tekstslide

Beknopte bijzin (p. 222)
Beknopt: bijzin zonder onderwerp en persoonsvorm. 

  1. (om) te + infinitief: Zij probeert onder de plu te schuilen.
  2. TD: Schuilend onder de plu pakte ze haar sleutel.
  3. VD: Uitgeput na een lange werkdag fietste ze naar huis.

Slide 10 - Tekstslide

Werkmoment
Oefeningen in de studiewijzer bij toets.

  • Maak in je schrift: A1, A2, B, C.
  • Kijk daarna na. Welke vragen heb je?

Slide 11 - Tekstslide

Vooruitblik

Volgende les:
herhalen 5.7 samentrekking

Slide 12 - Tekstslide

Welkom!
Leg alvast klaar:
  • je leerwerkboek A / B
  • je schrift en etui
Les 2

Slide 13 - Tekstslide

Planning
  • Bespreken 4.8 oefening 7
  • Bespreken oefenen A1
  • Herhalen samentrekking
  • Werkmoment
  • Vooruitblik

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 7 (4.8/B-boek p. 65)
Je ziet steeds meer reclames die een verhaal vertellen.
   zag                                                               vertelden

Je ziet steeds meer reclames.
Reclames vertellen een verhaal.

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht 7 (4.8/B-boek p. 65)
Je ziet steeds meer reclames die een verhaal vertellen.

Wat is het btv? dat/die/wie/wat/waar
Wat is het antecedent? woord/woorden eerder in de zin

Die verwijst naar: meer reclames.

Slide 16 - Tekstslide

Nog een paar
Het product staat niet op de voorgrond, wat niet elke kijker opvalt.
                                       Wat valt niet elke kijker op? 

Met Kerst dekt ze de tafel, waarop een gourmetstel staat.
                                       Waarop staat een gourmetstel?

Plus wil de realiteit laten zien waar kinderen mee te maken hebben.
                                           Waar hebben kinderen mee te maken?

Slide 17 - Tekstslide

Oefening A1 zin 4/5
voegwoord, neven/onderschikkend, volgorde

Ik vraag me af of je me met dit werkstuk zou kunnen helpen.
Ga je morgenavond naar de bioscoop of blijf je thuis?
Mijn vader vermoedt dat hij een ingelaste vergadering heeft.

Slide 18 - Tekstslide

Samentrekking (p.152 b-boek)
Alleen correct als het weggelaten deel:
  1. dezelfde betekenis heeft; (bank => zitten/geld brengen)
  2. dezelfde vorm heeft; (meervoud/enkelvoud)
  3. dezelfde grammaticale functie heeft. 
                                         (bijv. o of lv / hww of zww)

Slide 19 - Tekstslide

Even oefenen: maak korter
Een brief begint met 'Geachte mevrouw, meneer,' en 
een brief sluit af met 'Met vriendelijke groet'.



Slide 20 - Tekstslide

Even oefenen: maak korter
Een brief begint met 'Geachte mevrouw, meneer,' en sluit af met 'Met vriendelijke groet'.

Een brief is weggelaten.
Beide onderwerp van de zin,
zelfde betekenis en zelfde vorm (ev).



Slide 21 - Tekstslide

Even oefenen: klopt deze samentrekking?


Mijn broer is aardig en zie ik een keer per maand.

Slide 22 - Tekstslide

Even oefenen: klopt deze samentrekking?

Mijn broer is aardig en zie ik een keer per maand.
Zin 1: mijn broer is onderwerp
Zin: 2 mijn broer is lijdend voorwerp

Mijn broer is aardig en hem zie ik een keer per maand.

Slide 23 - Tekstslide

Werkmoment
Oefeningen in de studiewijzer bij toets.

  • Maak in je schrift: A1, A2, B, C, D en E
  • Kijk daarna na. Welke vragen heb je?

Slide 24 - Tekstslide

Vooruitblik

Leesles: 
  • opdrachten afmaken/nakijken
  • werken aan fictietaak

Slide 25 - Tekstslide

Welkom!
Leg alvast klaar:
  • je leesboek
Les 3

Slide 26 - Tekstslide

timer
30:00
Lees / werk aan je fictietaak

Slide 27 - Tekstslide

Werkmoment
Maak je weektaak af. Kijk na. Vragen?

Werk aan je fictietaak.

Slide 28 - Tekstslide

Vooruitblik volgende week

Les 1: Huiswerkcontrole. A1 t/m E

Les 2: uitslapen van het schoolfeest

Les 3: Inleveren fictie

Maandag 7 april toets!!

Slide 29 - Tekstslide