39-1,2,3: Tekstverbanden en signaalwoorden

Welkom!
Leg het huiswerk (opdracht 4 van blz. 18 en 19) open neer, zodat ik het kan bekijken.

Laat de iPad in je tas.
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
Leg het huiswerk (opdracht 4 van blz. 18 en 19) open neer, zodat ik het kan bekijken.

Laat de iPad in je tas.

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
1. De eerste 20 minuten lezen (ongeveer).

2. Uitleg theorie.

Slide 2 - Tekstslide

Lezen
Lezen in je leesboek.

Niet lezen=na schooltijd de leestijd inhalen.

Slide 3 - Tekstslide

Blz. 21: 
Tekstverbanden en signaalwoorden
Aan het eind van de les kun je tekstverbanden herkennen aan de hand van signaalwoorden.

Slide 4 - Tekstslide

Tekstverbanden
Tussen woorden, zinnen en alinea's bestaat een verband. Dit noemen we een tekstverband.
Zonder tekstverbanden is je tekst niet 'stevig'.

Slide 5 - Tekstslide

Tekstverbanden
Lees de theorie op blz. 21 bestuderend door. Dus:
onderstrepen, markeren en belangrijke dingen erbij schrijven, zodat je het goed snapt.

Slide 6 - Tekstslide

Tegenstellend verband
laat tegenovergestelde zaken zien.

Slide 7 - Tekstslide

Tegenstellend verband
aan de ene kant … aan de andere kant, (daar staat) tegenover, daarentegen, echter, hoewel, maar, ofschoon, ondanks dat, toch

Hoewel de Tweede Kamer hier nog over moet debatteren, lijkt er een meerderheid voor dit wetsvoorstel te zijn.

Slide 8 - Tekstslide

Chronologisch verband
geeft de gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde aan.
Gisteren zijn we eerst naar de supermarkt gegaan om boodschappen te doen. 

Slide 9 - Tekstslide

Chronologisch verband 
Signaalwoorden

daarna, dan, eens, eerst, inmiddels, intussen, later, nadat, nu, ooit, terwijl, toen, uiteindelijk, vervolgens, voordat, vroeger
Voorbeeld

Toen we terugkwamen van vakantie, bleek dat er was ingebroken

Slide 10 - Tekstslide

Opsommend verband
worden bepaalde zaken achter elkaar beschreven.

Slide 11 - Tekstslide

Opsommend verband
bovendien, daarnaast, en, niet alleen ... (maar) ook, om te beginnen, ook (nog), ten eerste, ten tweede, ten slotte, verder, vervolgens

Ik vind dat we hier goed naar moeten kijken. Ten eerste heeft het invloed op de sfeer in de klas. Bovendien zorgt het voor veel onrust. 

Slide 12 - Tekstslide

Toelichtend verband
wordt extra informatie bij een onderwerp gegeven, vaak in de vorm van een voorbeeld.

Slide 13 - Tekstslide

Toelichtend verband
als, bijvoorbeeld, denk (maar) aan, neem nou, zo, zoals


Dat hebben we in het verleden al eerder gezien. Denk maar aan 9/11. 


Slide 14 - Tekstslide

Wij hebben allemaal werk bij het bedrijf.
Toch vrezen wij voor onze banen.
Welk tekstverband is het?
A
Chronologisch
B
Samenvattend
C
Tegenstellend
D
Opsommend

Slide 15 - Quizvraag

Als voorbeeld wil ik u het volgende laten zien.
Welk tekstverband is dit?
A
Toelichtend
B
Opsommend
C
Tegenstellend
D
Chronologisch

Slide 16 - Quizvraag

Maken/huiswerk
Blz. 22: opdracht 1 en 2.

Slide 17 - Tekstslide

Les 2 dinsdag

Slide 18 - Tekstslide

Welkom!
De eerste 20 minuten verder met het huiswerk:

Blz. 22 opdracht 1 en 2.

Laat de iPad in je tas.

Daarna 20 minuten lezen.

Slide 19 - Tekstslide

Maken/huiswerk voor donderdag
Blz. 22: opdracht 1 en 2.

Slide 20 - Tekstslide

Maandag 

Slide 21 - Tekstslide

Welkom!


Leg jouw huiswerk alvast open neer, dat was blz. 22 opdracht 1 en 2.

Laat de iPad in je tas.

Slide 22 - Tekstslide

Maken/huiswerk
Blz. 24 en 25: opdracht 4

Klaar? Online methode:
Cursus 1 Meer dan lezen:
§4 Tekstverbanden en signaalwoorden

Slide 23 - Tekstslide