gedrag

Bewust en een reflex
1. Bewuste reactie: impulsen van
Zintuig --> ruggenmerg --> hersenen (bewustwording)--> ruggenmerg --> naar spieren & klieren (bewuste reactie).

2. Een reflex(boog): een vaste, snelle, onbewuste reactie op een een bepaalde prikkel.
zintuig --> ruggenmerg --> spieren & klieren ( onbewuste reactie)

Afb. 7
De reflexboog
Bij een reflex wordt de weg naar de hersenen eerst overgeslagen. Daardoor is de reactie sneller. Dit is een onbewuste reactie.
1 / 11
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 11 slides, with text slides.

Items in this lesson

Bewust en een reflex
1. Bewuste reactie: impulsen van
Zintuig --> ruggenmerg --> hersenen (bewustwording)--> ruggenmerg --> naar spieren & klieren (bewuste reactie).

2. Een reflex(boog): een vaste, snelle, onbewuste reactie op een een bepaalde prikkel.
zintuig --> ruggenmerg --> spieren & klieren ( onbewuste reactie)

Afb. 7
De reflexboog
Bij een reflex wordt de weg naar de hersenen eerst overgeslagen. Daardoor is de reactie sneller. Dit is een onbewuste reactie.

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Gedrag
bs 5

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Doelen van de paragraaf
Je kunt uitleggen wat gedrag is
Je kunt uitleggen waardoor gedrag wordt bepaald
Je kunt het verschil benoemen tussen observatie en interpretatie van gedrag

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Gedrag
  • Alles wat mensen en dieren doen is gedrag.
    Bijv. Lachen, slapen, eten, dansen, schreeuwen enz.

  • Gedrag bestaat uit handelingen.  Alle handelingen samen= gedragsketen

Slide 4 - Slide

Gedrag is in essentie alles wat dieren en mensen doen. Of het nu dansen is, schreeuwen, eten of slapen. Dit is allemaal gedrag.

En gedrag bestaat uit verschillende handelingen. Denk aan eten, je moet het vinden, voorbereiden op eten en afruimen als je klaar bent.
Prikkels
  • Informatie over een verandering uit je lichaam komt=  inwendige prikkel.
  • Informatie is over een verandering buiten je lichaam= uitwendige prikkel.
De reactie die opgeroepen wordt, noem je de respons

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Motivatie
Respons: reactie op een prikkel.
  • Inwendige prikkels: een prikkel die in het lichaam ontstaat
  • Uitwendige prikkels: een prikkel van buiten het lichaam.
  • De reactie die opgeroepen wordt, noem je de respons. 

Motivatie: de bereidheid tot het verrichten van bepaald gedrag.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Aangeboren gedrag
  • Vanaf de geboorte 
  • Aangeboren gedrag, vergroot de kans om te overleven

  •  Voorbeeld: reflexen (als op een prikkel altijd meteen dezelfde reactie volgt)

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Sociaal gedrag
Sociaal gedrag is gedrag van soortgenoten naar elkaar
Mensen en dieren hebben sociaal gedrag.

Een prikkel of handeling bij sociaal gedrag heet een signaal.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Waarden en normen

  • Waarden zijn wat we belangrijk vinden.
  • Normen zijn de regels voor ons gedrag die daarbij horen.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Interpretatie
De betekenis van het gedrag

Hond kwispelt staart (observatie)
=
Hond is blij
(interpretatie)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Maken
Opdracht 1, 2, 3, 4, 6, 7

Slide 11 - Slide

This item has no instructions