samenvatting 4.1, 4.2 4.3 en 4.4

Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.2 Atomen en moleculen
timer
15:00
1 / 46
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 2

This lesson contains 46 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.2 Atomen en moleculen
timer
15:00

Slide 1 - Slide

Stoffen verhitten

Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.1 Stoffen veranderen

Slide 2 - Slide

Reactieverschijnselen
Bij een chemische reactie veranderen stoffen.
Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.1 Stoffen veranderen

Slide 3 - Slide

Reactieverschijnselen
Reactieverschijnselen zijn verschijnselen die je kunt waarnemen bij een chemische reactie
Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.1 Stoffen veranderen
7 reactieverschijnselen
Er zijn zeven reactieverschijnselen: 
1. Verandering van kleur;
2. Verandering van geur;
3. Verandering van smaak;
4. Warmte;
5. Rook;
6. Vlammen;
7. Licht.

Slide 4 - Slide

Stoffen verhitten
Wat is mijn beginstof?
Wat is mijn product

Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.1 Stoffen veranderen

Slide 5 - Slide

Reactieschema

Beginstoffen → reactieproducten  

Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.1 Stoffen veranderen

Slide 6 - Slide

Ontleding
één beginstof --> twee of meer reactieproducten


Verbranding
brandstof + zuurstof --> verbrandingsproducten 

Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.1 Stoffen veranderen

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Organische stoffen
Organische stoffen zijn stoffen die uit koolstof en uit waterstof bestaan: C en H

Reactieschema ontleden:
Organische stof (s) --> koolstof (s) + water (l) + witte rook (g)
Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.1 Stoffen veranderen

Slide 9 - Slide

Lesdoelen

Als het goed is kan ik nu: 
- Het verschil benoemen tussen een ontleden en een verbranding
- Benoemen waaruit organische stoffen bestaan
- zeven reactieverschijnselen benoemen
Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.1 Stoffen veranderen

Slide 10 - Slide

4.2
1: Uitleg 4.2




Slide 11 - Slide

Wat zijn atomen?
Atomen zijn de bouwstenen van alles wat je om je heen ziet. 

Er zijn ruim 100 atoomsoorten


Dit zijn de elementen
(je moet er 32 kennen)

Slide 12 - Slide

Atoomsoorten en symbolen

Slide 13 - Slide

Verbindingen


Bijvoorbeeld water: water is een combinatie van waterstof en zuurstof.

Slide 14 - Slide

Verbindingen

Bijvoorbeeld water: water is een combinatie van waterstof en zuurstof. 
H2O

Slide 15 - Slide

Naamgeving
Als stoffen alleen bestaan uit niet-metalen dan noemen we dit moleculaire stoffen

Bijvoorbeeld:
water -> H2O

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Herhaling: het deeltjesmodel
Het deeltjesmodel gaat uit van drie punten.

1: Alle stoffen bestaan uit moleculen
2: Elke stof heeft zijn eigen soort moleculen
3: Elk molecuul is opgebouwd uit nog kleinere deeltjes: atomen

Slide 18 - Slide

Inzoomen

Slide 19 - Slide

Verschil
Reactieschema is in woorden!

 
Reactievergelijking is in formuletaal! 

Slide 20 - Slide

Coëfficiënt          en              index

Slide 21 - Slide

Tabel leren! 

Slide 22 - Slide

4.3

Slide 23 - Slide

Reactievergelijking kloppend maken
tijdens reactie:
beginstoffen veranderen --> ontstaan nieuwe reactieproducten

De atomen worden opnieuw gerankschikt en er worden dus nieuwe stoffen gemaakt.

  1. alle deeltjes voor de reactie zijn nog steeds aanwezig na de reactie
  2. wet van behoud van massa
  3. de massa voor de pijl is even groot als de massa na de pijl

Slide 24 - Slide

Reactievergelijking kloppend maken
Reactievergelijking kloppend maken? Evenveel deeltjes zijn van alle atomen voor de pijl als na de pijl

je gaat atomen tellen!
              CH4   +    O            -->                    CO2 + H2O
Voor de pijl:                                                          na de pijl:
1 C                                                                      1 C
4 H                                                                     2 H
2 O                                                                     3 O  ( 2x bij CO2 en 1x bij H2O)

Slide 25 - Slide

reactievergelijkingen kloppend maken
- voor en na de pijl evenveel deeltjes? Het coëfficiënt veranderen.

de index mag je nooit veranderen
dan krijg je namelijk een hele andere stof!

Slide 26 - Slide

Reactievergelijking kloppend maken
voor de pijl en na de pijl zijn niet even veel atomen aanwezig
              CH4 + O2             -->                    CO2 + H2O
Voor de pijl:                                                          na de pijl:
1 C                                                                      1 C
4 H                                                                     2 H
2 O                                                                     3 O  ( 2x bij CO2 en 1x bij H2O)

Aantal C klopt
Om H kloppend te maken zet je een 2 voor de H2O
Het hele molecuul H2O moet je dan vermenigvuldigen met 2

Slide 27 - Slide

Reactievergelijkingen kloppend maken
voor de pijl en na de pijl zijn niet even veel atomen aanwezig
              CH4 + O2             -->                    CO2 + 2H2O
Voor de pijl:                                                          na de pijl:
1 C                                                                      1 C
4 H                                                                     2 4 H
2 O                                                                     3 4 O  ( 2x bij CO2 en 2x bij 2H2O)

Aantal C klopt
Aantal H klopt nu ook
Nu moet alleen de O nog kloppend worden gemaakt. Dit doe je door een 2 voor de O2 te zetten. Je moet nu O2 vermenigvuldigen met 2

Slide 28 - Slide

Reactievergelijkingen kloppend maken
voor de pijl en na de pijl zijn niet even veel atomen aanwezig
              CH4 + 2O2             -->                    CO2 + 2H2O
Voor de pijl:                                                          na de pijl:
   1 C                                                                         1 C
   4 H                                                                     2 4 H
2 4 O                                                                     3 4 O  ( 2x bij CO2 en 2x bij 2H2O)

Aantal C klopt
Aantal H klopt nu ook
Aantal O klopt nu ook
reactievergelijking is kloppend gemaakt

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Video

Het ontstaan van ammonia

Slide 31 - Slide

Het ontstaan van ammonia

Slide 32 - Slide

Het ontstaan van ammonia

Slide 33 - Slide

4.4

Slide 34 - Slide

Molecuulformule
4 C2H6O

Wat zie je hier? 
Indexgetal van C is 2 dus: in 1 molecuul zitten 2 koolstofatomen
Je hebt 4 moleculen dus: 4 * 2 = 8 koolstofatomen

Slide 35 - Slide

Molecuulformule
4 C2H6O

Wat zie je hier? 
Indexgetal van H is 6 dus: in 1 molecuul zitten 6 waterstofatomen
Je hebt 4 moleculen dus: 4 * 6 = 24 waterstofatomen

Slide 36 - Slide

Molecuulformule
4 C2H6O

Wat zie je hier? 
Indexgetal van O is 1 dus: in 1 molecuul zit 1 zuurstofatoom
Je hebt 4 moleculen dus: 4 * 1 = 4 zuurstofatomen

Slide 37 - Slide

Molecuulformule
4 C2H6O

Wat zie je hier? 
Koolstofatomen: 8
Waterstofatomen: 24
Zuurstofatomen: 4

Slide 38 - Slide

Wat is een ontledingsreactie?
voor de pijl één stof
na de pijl twee of meer stoffen

Slide 39 - Slide

Ontleden
Voor het ontleden van stoffen is energie nodig.

Je kunt stoffen ontleden door middel van:
- elektrische stroom; elektrolyse
- warmte; thermolyse
- licht; fotolyse

Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.4 Stoffen veranderen door ontleden

Slide 40 - Slide

Ontleden door elektrische stroom

Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.4 Stoffen veranderen door ontleden

Slide 41 - Slide

Slide 42 - Video

Ontleden door warmte

Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.4 Stoffen veranderen door ontleden

Slide 43 - Slide

Ontleden door licht

Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.4 Stoffen veranderen door ontleden

Slide 44 - Slide

Slide 45 - Link

Ontleedbare stoffen en niet-ontleedbare stoffen

Hoofdstuk 4. Nieuwe stoffen maken
4.4 Stoffen veranderen door ontleden

Slide 46 - Slide