5. Pre- en postoperatieve zorgen

5. Pre- en postoperatieve zorgen
1 / 59
next
Slide 1: Slide
Verpleegkunde theorie 2Hoger onderwijs

This lesson contains 59 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

5. Pre- en postoperatieve zorgen

Slide 1 - Slide

Inhoud
  1. Inleiding
  2. Pre-operatieve voorbereiding
  3. Soorten anesthesie
  4. Postoperatieve zorgen
  5. Meest voorkomende postoperatieve complicaties

Slide 2 - Slide

Wat is volgens jou de rol van een vroedvrouw bij een keizersnede
Assisteren aan de operatietafel
'Omloop' = alles klaarzetten en voorbereiden
Niets, je wacht tot de baby geboren is om die aan te nemen
Alle vorige antwoorden
Afhankelijk van het ziekenhuis

Slide 3 - Poll

1. Inleiding
CASUS: Een zwangere vrouw wordt op 39w binnengebracht voor een spoedsectio. Wat moet er gebeuren qua voorbereiding?

Brainstorm hierover in groepjes van 2-3.
timer
5:00

Slide 4 - Slide

1. Inleiding
Geplande vs ongeplande chirurgie (spoedopname)

Slide 5 - Slide

1. Inleiding
Doel chirurgie 

Diagnostisch: MAAR grote impact  grote onzekerheid (Resultaat? Consequenties?)
bv: biopsie, laparascopie
verschillende types en implicaties => zie cursus
(vb niet vanbuiten kennen)
Therapeutisch: borstamputatie of hysterectomie => aandacht beleving: symbolische waarde verlies vrouwelijkheid en vruchtbaarheid (zelfs zwaar indien geen kinderwens meer)

Slide 6 - Slide

1. Inleiding
Taak van de vroedvrouw bij chirurgie
  • Afhankelijk van ziekenhuis
bv Aansluiten aspiratiemateriaal
Op- en afzetten van machines
Controle en vervanging infuus
Assistentie aan anesthesist

Slide 7 - Slide

2. Pre-operatieve voorbereiding



  1. Verwijderde voorbereiding (geplande ingreep)
  2.  Pre-operatieve zorgen/OZ (dag voor/van ingreep)

Slide 8 - Slide

Verwijderde voorbereiding
  1. Uitleg rond ingreep 

  • Bij geplande ingreep op voorhand gebeurd, op moment dat beslist wordt voor ingreep op consultatie
  • Vaak ook met informatiefolder of website
  • Info over risico's, complicaties, technieken, ...
  • Informed consent!

Slide 9 - Slide

Verwijderde voorbereiding
2. Raadpleging anesthesie

  • DOEL= grondige analyse van de gezondheid van de patiënt door anesthesist
  • Tractusanamnese,       meestal aan de hand van een vragenlijst 
           Daarbij is het heel belangrijk allergieën en geneesmiddelengebruik na te gaan
  • Lichamelijk onderzoek en vitale parameters
  • Obv bovenstaande wordt een risicoscore berekend (ASA-classificatie)
           Klasse 1 tot 5
           Obv deze keuze geeft anesthesist al dan niet fiat voor operatie


= zeer uitgebreide anamnese die systematisch de verschillende organen afgaat
ASA 1: perfect gezonde patiënt
ASA 5: zeer zieke patiënt waarvan overlijden wordt verwacht binnen 24u

Slide 10 - Slide

Verwijderde voorbereiding
2. Raadpleging anesthesie
  • ECG
            - Niet routinematig
            - Opsporen myocardinfarct
            - Vanaf bepaalde leeftijd, bij ritme- of geleidingsstoornissen, bij gekende             hartaandoeningen of nemen bepaalde medicatie (neuroleptica, antiaritmica)
  • Radiografie (Rx) van thorax
             - Bij rokers, hoge leeftijd, overgewicht, langdurige anesthesie
3. Tijdje voor ingreep:
  • Concrete afspraken (opnamedatum, -uur, nodige documenten, eventuele voorbereidingen,...)        


Slide 11 - Slide

Pre-operatieve zorgen
  • Inschrijven in  ziekenhuis
  • Opnamegesprek:
        Welkom heten
         Identificatie 
         Reden opname
         Medische voorgeschiedenis (zwanger)
         Geneesmiddelengebruik + laatste inname
          Allergieën
          Bijzonderheden voeding/dieet?
          Leefgewoonten
          Gewicht

Slide 12 - Slide

Pre-operatieve zorgen
  • Opnamegesprek:
           Vitale parameters
            Naam/telefoonnummer contactpersoon
            Speciale aandachtspunten
           Inschatten emotionele toestand patiënt
           Informatie geven en vragen beantwoorden

Slide 13 - Slide

Pre-operatieve zorgen
  • Bloedname indien niet gebeurd
         
BIJNA ALTIJD afgenomen: 

  1. Completformule/preops
  2. Bloedgroep en Rhesusfactor (indien niet gekend)
  3. Kruisproef
          
               

         

Complet=
  • WBC
  • RBC
  • BP
  • Hb
  • Hct

Slide 14 - Slide

Pre-operatieve zorgen
  • Bloedname indien niet gebeurd
         
REGELMATIG afgenomen: 

  1. Stollingstesten (PTT/INR, APTT, fibrinogeen)
  2. Glycemie
  3. Ionogram (Na, K, …)
  4. Leverfunctiemerkers (ALT/GPT, AST/GOT, gamma-GT, alkalische fosfatasen) 
  5. Nierfunctiemerkers (ureum, creatinine, urinezuur)
          
               

         

PTT-INR en APTT (hoelang het duurt vooraleer een stolsel zich vormt in reageerbuisje (zonder vs. mét toevoeging stollingsactivator)
((Activated)Partial Thromboplastine Time)

INR= International Normalized Ratio = internationale maat voor stolbaarheid van het bloed

Fibrinogeen (stollingseiwit in plasma – deel van stollingscascade)


Levertesten (ALT, AST, gamma-GT, alkalische fosfatasen): zijn leverenzymen, komen vooral voor in levercellen, maar bij leverschade (beschadigde levercellen) komen deze enzymen vrij in het bloed (hoge waarde = slechte leverfunctie)

Nierfunctietesten (ureum, creatinine): zijn afvalstoffen eiwit- en spierstofwisseling (zie eerder – les urine), normaal uitscheiden door nieren, maar bij slechte nierfunctie kunnen deze hoog zijn in bloed (hoge waarde = slechte nierfunctie)

Slide 15 - Slide

Pre-operatieve zorgen
  • Bloedname indien niet gebeurd
         
MINDER VAAK afgenomen: 

  1. CRP (C-reactief proteïne)
  2. Leverfunctiemerkers (LDH, amylase, lipase)
          
               

         

LDH = lactaathydrogenase
Enzym dat in verschillende lichaamsweefsels voorkomt (hart, lever, nier, RBC, spier, hersenen, long)
Zorgt voor energieproductie cellen (en blijft normaal in cellen)
Weefselschade? (vb. leverstoornis, hemolyse, longembool) => verhoogd in bloed
Amylase/lipase:
Spijsverteringsenzymen aangemaakt door pancreas/alvleesklier (blijven normaal in maagdarmstelsel)Pancreasstoornis? => verhoogd in bloed

Slide 16 - Slide

Pre-operatieve zorgen
  • Parametercontrole
            - T°
            - Pols
            - Bloeddruk
            - Ademhaling
            - SatO2

  • Darmvoorbereiding
          -   Voorschrift arts
          -   Verloskunde: evt. klein lavement


          
               

         

Slide 17 - Slide

Pre-operatieve zorgen
  • Hygiënische zorgen
            Controle properheid patiënt
            Operatiehemdje en -muts aandoen
            Verwijderen lichaamsvreemd materiaal:
                     Make-up/Valse nagels en nagellak (vingers en tenen)
                    Juwelen/piercings
                    Kunstgebit
                     Lenzen
                    Onderbroek (evt. vervangen door netbroekje)
           Trimmen ruime operatiestreek (chirurgische clipper)
           Navel reinigen en ontvetten (laparascopische ingrepen)



          
               

         

Slide 18 - Slide

Pre-operatieve zorgen
  • Hygiënische zorgen
            Controle properheid patiënt
            Operatiehemdje en -muts aandoen
            Verwijderen lichaamsvreemd materiaal:
                     Make-up/Valse nagels en nagellak (vingers en tenen)
                    Juwelen/piercings
                    Kunstgebit
                     Lenzen
                    Onderbroek (evt. vervangen door netbroekje)
           Trimmen ruime operatiestreek (chirurgische clipper)
           Navel reinigen en ontvetten (laparascopische ingrepen)



          
               

         

Slide 19 - Slide

Pre-operatieve zorgen
  • Infuus plaatsen
  •  Blaaslediging (afhankelijk van type ingreep verblijfskatheter of spontane mictie vlak voor vertrek naar OK)
  • Indien zwanger >26w: foetale bewaking
  • Evt TED-kousen
  • Waardevolle voorwerpen veilig opbergen
  • Evt MRSA-screening
  • Premedicatie (op voorschrift arts)
  • Administratieve taken/controles
  • Psychologische ondersteuning

Slide 20 - Slide

Premedicatie
  • =Voor het operatief gebeuren en/of de anesthesie
  •  Doel premedicatie:
               - Angst verminderen 
               - Pijnbestrijding 
               - Amnesie tot stand brengen
               - Remmen speekselproductie
               - Voorkomen ongewenste bijwerkingen
               - Verhogen pH maaginhoud (preventie Mendelsohn syndroom)
Angst: bij een gestegen adrenalinemie zal tachycardie optreden waardoor er gedurende de ingreep meer anesthetica moeten toegediend worden, met hierdoor een verhoogde kans op vagale reacties en aritmieën

Pijn & angstreacties: beleven van pijn = vasoconstrictie (vb. niet handig bij plaatsen perifeer infuus)
Speeksel: zowel de intubatie als bij de masker(inhalatie)anesthesie wordt bemoeilijkt door teveel speeksel

Ongewenste bijwerkingen: bradycardie en braken
Mendelsohn syndroom (=regurgitatie van de zure maaginhoud m.a.g. een chemische pneumonie- hoge mortaliteit!)

Slide 21 - Slide

Soorten premedicatie
ANXIOLYTICUM: houdt adrenaline level laag 
  • Benzodiazepines (bv Diazepam, Dormicum)

AMNESIE
  • Benzodiazepines (bv Diazepam, Dormicum)

PIJNBESTRIJDING
  • Morfinomimetica (bv Pethidine, Dipidolor)


Slide 22 - Slide

Soorten premedicatie
REMMEN SPEEKSELPRODUCTIE: teveel speeksel kan AH-wegen obstrueren
  • Parasympaticolytica (bv Atropine)

VOORKOMEN BRADYCARDIE EN BRAKEN
  • Anti-emetica (bv Litican, Primperan)

PH MAAG VERHOGEN + VERMINDEREN MAAGSECRETIE
  • Histamine antagonisten (bv Zantac, Tagamet)

Slide 23 - Slide

Administratieve taken/controles
  • Volledig invullen operatiechecklist
  • Nuchter vanaf middernacht?
  • Informed consent (normaal arts + reeds gebeurd)
  • Controle OZ-resultaten (normaal arts)
  • Bij vertrek naar de operatiezaal meegeven:
               - Volledig ingevulde checklist
               - Bloedgroepkaart
               - Dossier 
               - Bijlagen dossier (vb. RX foto’s, …)
Niet eten, niet drinken (aspiratiepneumonie)
Niet roken (vertraagt wondgenezing + vernauwt bloedvaten)
  • Volledige informering (diagnose, doel, risico’s, complicaties, alternatieven)
  • Patiënt moet aangeven dit begrepen te hebben
  • Expliciete toestemming voor ingreep (handtekening i.g.v. geplande ingreep)

Slide 24 - Slide

Psychologische ondersteuning
  • BELANGRIJK!
  • Neem tijd voor de patiënt én voor de familie:
  • Benader de patiënt persoonlijk (vb. afscheid nemen bij vertrek, bemoedigende woorden spreken, uitleg wat en waarom je wat doet, …) 
  • Oog voor angst, schaamte, onzekerheid, …
              - Angst: begrip opbrengen, geruststellen, uitleg geven, …
              - Schaamte: oog voor privacy, besef dat niet alles vanzelfsprekend is voor patiënt (vb. lavement, trimmen operatiestreek, …)
              - Onzekerheid: maximaal wegnemen door uitleg
  • Tijdens operatie: ook aandacht voor wachtende familie

Slide 25 - Slide

Uitleg rond ingreep
Raadpleging anesthesie
Inschrijving ziekenhuis
Opnamegesprek
Bloedafname
Parametercontrole
Darmvoorbereiding
Hygiënische zorgen
Infuus
Blaaslediging
Foetale bewaking
Premedicatie
Administratieve taken/controles
Psychologische ondersteuning
Enkel bij geplande ingrepen
Ook bij spoedchirurgie

Slide 26 - Drag question

Urgente situatie
  • Afhankelijk van urgentiegraad (indeling)
  • Beperkt tot hoogst noodzakelijke, soms op OK 
  • ALTIJD:
         Uitleg/psychologische ondersteuning
         Vitale parameters
         Belangste items opnamegesprek/tractusanamnese (identificatie, allergiën, medische voorgeschiedenis, …)
        Bloedafname: pre-ops, kruisproef, bloedgroep, Rhesus
        Hygiënische zorgen: operatiehemdje, scheren, verwijderen lichaamsvreemd materiaal)
        Infuus, blaaskatheter
        Foetale bewaking

Toch nog veel taken/zorgen/onderzoeken
Belang samenwerking/taakverdeling!
Creatief zijn (bijv. “onderweg” naar OK)

Slide 27 - Slide

3. Soorten anesthesie
  • Algemene anesthesie
  • Epidurale anesthesie
  • Spinale anesthesie (rachi)
  • CSE (combined spinal and epidural)
  • Lokale verdoving 


Anesthesie = ongevoelig voor pijn

Slide 28 - Slide

Algemene anesthesie
  • Patiënt wordt in gecontroleerde coma gebracht + gezorgd voor analgesie 
  • Combinatie van medicatie (IV of inhalatie):
          - Hypnotica (bewusteloos maken)
          - Spierverslappers
          - Analgetica (pijnstilling)
  • Hierdoor vallen bepaalde functies weg:
         - AH
         - Hoest– en slikreflex (kokhalsreflex: later/bij diepe narcose)
  
Taak vroedvrouw (algemene aandachtspunten)
  • Pre-operatieve controle (juiste patiënt, juiste operatie?)
  • Patiënt informeren
  • Patiënt in juiste houding installeren
  • Rugligging
  • Armen in hoek van 90° met het lichaam
  • Hulp bieden aan anesthesist (hulp bij cricoïddruk, electrodes voor ECG, BD-manchet, saturatiemeter aanleggen)
  • Bij zwangere >26w. controle FHT

Slide 29 - Slide

Epidurale anesthesie
  • Lokaal anestheticum wordt in de epidurale ruimte gespoten via ingebrachte katheter die ter plaatse mag blijven en dus langdurig werkzaam kan zijn (dura mater niet doorprikt) 
  

Slide 30 - Slide

Epidurale anesthesie
Verloskundige indicaties:
  • Pijnbestrijding tijdens de arbeid (en vaginale partus)  op vraag van de parturiënte
  • Verdoving bij sectio:
          - Indien mogelijk (bewust meemaken geboorte)
          - Niet-urgent vs. urgent (Tijd speelt belangrijk rol aangezien plaatsing katheter tijd neemt!)

Bijverdoving mogelijk bij reeds geplaatste katheter


  

Slide 31 - Slide

Epidurale anesthesie
  • Anesthesist
  • Huid rondom prikplaats (L2-L5) plaatselijk verdoofd (bijv. Xylocaïne)
  • Aanprikken rug met Tuhoy naald (stompe punt, licht naar boven gebogen)
  • Op zoek gaan naar epidurale ruimte (via “Loss of resistance” spuit)
  •  Katheter inbrengen (doorheen naald)
  • Correcte positionering katheter (markering)
  • Fixeren katheter 
Stompe naald: om schade aan zenuwstelsel te voorkomen
= spuit die weerstand verliest eens de naald een ruimte bereikt waar er geen weerstand meer is zoals de epidurale ruimte (zo weet de anesthesist dat hij op de juiste plaats terecht gekomen is)

Slide 32 - Slide

Epidurale anesthesie
  • Evt. al 1ste dosis verdoving
  • Verbinden katheter met ingestelde PCA-pomp (anesthesist)
  • Self control system (CAVE bijduwen net voor uitdrijving)
  • Verwijderen in vroeg PP (hygiënische zorgen)
patient controlled anesthesia

Slide 33 - Slide

Epidurale anesthesie
Taak vroedvrouw
Voorbereiding
Tijdens plaatsing
Na plaatsing
Controles vooraf
Assistentie anesthesist
Comfortabel installeren
Blaaslediging
Patiënt begeleiden
BD, Sat O2 en FHT controleren
Informed consent
Uitleg PCA
Correct positioneren
Tijdige blaaslediging
Oog voor efficiënte pijnbestrijding
  • Bloedstolling (BP: >100 miljard/liter bloed)
  • Allergieën (vb. ontsmettingsstof)
  • Bij patiënte in arbeid: vaginaal touché
  • Parameters (referentiewaarden)

  • Bolle rug (ruimte tussen wervels)
  • Ontspannen houding
Voorbeelden:
Rechtzittend (met gebogen rug)
Zijligging (links met opgetrokken benen)

  • Materiaal vooraf steriel op steriele tafel klaarleggen
  • Helpen met steriel aankleden anesthesist
  • Ontsmettingsmiddel in steriele godet gieten
  • Lokaal anestheticum en fysiologisch water aanreiken
  • Helpen met fixatie (verband aanbrengen)

BD en SAT: 
  • Eerste 15 min: elke 3-5min
  • Nadien (bij normale waarden): om de 10-15min
FHT: continu

Slide 34 - Slide

Epidurale anesthesie
Mogelijke complicaties


1. Epiduraal hematoom/bloeding

  •  Bloeding tussen dura mater en wervelkolom
  • Wanneer bloedvat per ongeluk geraakt wordt
  • Controle bloedstolling vooraf (trombocyten minstens 100miljard (100 x 109)/l)
  • Geen Fraxiparine/Clexane 6-12u voor plaatsing/na verwijderen epidurale katheter


Wanneer dit gebeurt, ontstaat meestal een kleine bloeding, waar mensen behalve rugpijn vaak weinig last van hebben. Wanneer dit kind of volwassene een bloedstollingsstoornis of vaatmalformatie heeft, zonder dat dit bekend is kan een grotere bloeding ontstaan.

Slide 35 - Slide

Epidurale anesthesie
Mogelijke complicaties
2. Duraal lek
  •  Perforatie van dura mater waardoor hersenvocht weglekt
  • Zorgt voor heel hevige hoofdpijn die erger wordt bij rechtopzitten en rechtstaan, en beter bij neerliggen (=post-punctionele hoofdpijn)
  • Behandeling: bloedpatch          => vaak meteen verbetering


ongeveer 20ml bloed afnemen van de patiënt en inspuiten in aanprikplaats van EA. Zo stolt het bloed rondom het lek en verlies je geen hersenvocht meer

Slide 36 - Slide

Epidurale anesthesie
Mogelijke complicaties
3. Te hoog opstijgende verdoving
  • BD-val en ademhalingsmoeilijkheden
  • Nauwkeurige controle BD, SatO2 en AH
  • Zeer frequente controle tijdens eerste 15 min. na plaatsing

4. Infectie met gevaar voor meningitis
  • Steriel werken!
  • Anesthesist + VRVR!

Slide 37 - Slide

Spinale anesthesie
  • = Rachi
  • Lokaal anestheticum in de spinale ruimte gespoten via zeer fijne naald (dura mater wél doorprikt)

Verschil in werkzaamheid met epidurale katheter:
  • Geen katheter=> eenmalige toediening 
=> minder geschikt voor langdurige verdoving
  • Werk zeer snel (sneller dan epidurale)


Slide 38 - Slide

Spinale anesthesie
Verloop plaatsing:
  • Anesthesist
  • Huid rondom prikplaats (L2-L5) plaatselijk verdoofd (bijv. Xylocaïne)
  • Aanprikken rug (spinale naald)
  • Op zoek gaan naar epidurale ruimte (via “Loss of resistance” spuit)
  • Doorprikken dura mater
  • Verdoving inspuiten (spinaal)
  • Naald verwijderen

Aandachtspunten en complicaties: idem epidurale anesthesie

Slide 39 - Slide

CSE (combined spinal and epidural anesthesia)
  • Waarom?  
  • Hoe? 
  • Indicaties, complicaties, aandachtspunten (taken VRVR): idem epidurale + spinale anesthesie


Werkt snel (spinaal) Én langdurig (epidurale katheter mogelijk)

  • Voorbereiding: idem epidurale + spinale anesthesie
  • Tuohy naald in epidurale ruimte geprikt
  • Door epidurale naald wordt spinale naald geschoven (doorprikken dura mater => in spinale ruimte)
  • In spinale ruimte: een weinig verdoving gespoten
  • Spinale naald verwijderd uit epidurale naald
  • Katheter in epidurale naald geschoven tot in epidurale ruimte (via deze: continue verdoving)
  • Vervolg: idem epidurale anesthesie

Slide 40 - Slide

Lokale verdoving



  • Lokaal anestheticum wordt ingespoten t.h.v. de plaats waar anesthesie nodig is 
  • Maximum van 20ml
 

Slide 41 - Slide

4. Postoperatieve zorgen
METEEN POST-OP
1. Ophalen patiënt van recovery 
2. Infuus 
3. Vitale en fysieke parameters opvolgen
4. Drainages controleren 
5. Verbanden controleren
6. Comfort patiënt
7. NPO behouden
8. Antwoorden op vragen patiënt
9. Bel en nachtkastje binnen handbereik + verwittigen familie
10. Administratieve taken 
Briefing:
  • VPK OK
  • A.d.h.v. anesthesiefiche
  • Samenvatting operatief en post-operatief verloop
Dossier mee naar de afdeling
Patiënt informeren dat we terug naar kamer gaan

(welke vloeistof, druppelsnelheid, hoeveel vocht nog in infuuszak, insteekpunt van de katheter controleren, …)

pijn, misselijkheid, huidskleur, …
maag, blaas, redon
Dossier anesthesie lezen
Invullen patiëntendossier
  • Gegevens anesthesiefiche overnemen
  • Medicatieplanning noteren
  • Resultaten uitgevoerde controles/observaties op patiënt
Plannen zorgen volgende dag(en)

Slide 42 - Slide

4. Postoperatieve zorgen
VOLGENDE DAGEN POST-OP
1. Parameters 
2. Verzorging 
3. Medicatie 
4. Vochthuishouding
5. Urinair stelsel 
6. Gastro-intestinaal stelsel 
  • Tragere GI functies (maaglediging/peristaltiek)
  • Pas eten/drinken bij darmrommelingen of flatus
  • Bij afwezigheid van flatus na 2-3d. post-op : controle met stethoscoop (rommelingen?)
  • Bij opgezette buik: Zijligging + plaatsen rectale sonde voor flatus

t° kan eerste 2d. wat verhoogd zijn (stressreactie)
> 37,2°C na 2d.  vaak teken van infectie

Hulp toilet (i.f.v. zelfzorg)
Wondzorg
Pijn (uitleg + pijnstilling!)
Hulp bij eerste opstaan
Postpartumzorgen indien sectio

meest voorkomend:
  • Pijnstilling (IV, IM, PO, suppo)
                 Paracetamol (vb. Perfusalgan)
                 NSAID (vb. Taradyl, Ibuprofen, …)
  • Anti-emeticum bij misselijkheid/braken (IV, IM of suppo)
  • Antibiotica i.f.v. noodzaak (soort ingreep, verloop ingreep, infectie)
  • Heparine SC tot ontslag (langer op indicatie – vb. niet goed mobiel)

Vochttoediening volgens protocol
Bij stress (vb. pijn)  vochtretentie (door hormonen)
Evt. vochtbalans

  • Eerste 24u verlaagde diurese (door stress, lang nuchter geweest en medicatie)
  • Na 48 uur: normalisatie diurese
  • Bij sectio: verhoogde diurese (door fysiologische veranderingen postpartaal)
  • Na verwijderen sonde: binnen 6u plassen!

Slide 43 - Slide

4. Postoperatieve zorgen
Voorbeeld voedingsschema post-op sectio met EA


Slide 44 - Slide

4. Postoperatieve zorgen
Voorbeeld voedingsschema post-op sectio met AA


Slide 45 - Slide

4. Postoperatieve zorgen
Ontslag uit het ziekenhuis

  • Informeren patiënt (best op papier)
  • Afspraak voor postoperatieve raadpleging/OZ
  • Thuiszorg regelen indien nodig (vroedvrouw, kraamzorg, sociale dienst)
  • Kan iemand patiënt komen ophalen?
  • Nodige papieren in orde? (werk, voorschriften, verzekering, brief huisarts, …)


nazorg, medicatie, voeding, toegelaten/verboden fysieke activiteiten, wanneer arts consulteren, …

Slide 46 - Slide

5. Post-operatieve complicaties


  • Nausea/braken
  •  Hikken
  • Infecties
  • Bloeding/hypovolemische shock
  • Trombose en trombo-embolie
  • Urineretentie
  • Littekenuterus

Slide 47 - Slide

Nausea/braken
Oorzaak
Onduidelijk. Vrouwen en niet-rokers hebben hier meer last van, maar sterk afhankelijk van gebruikte anesthesie
Acties
  • Preventief: uitstel eten en drinken, plaatsen maagsonde bij langdurige anesthesie
  • Curatief: Diep AH door neus, anti-emetica, mondtoilet na braken
  • Bij langdurig braken: maagsonde

Slide 48 - Slide

Hikken
Oorzaak
irritatie v.d. nervus phrenicus na abdominale chirurgie (= middenrifszenuw)
Acties
  • Hinderend verband wegnemen/losser maken
  • Maagsonde verwijderen (op voorschrift arts)
  • Anti-spasmoticum toedienen (op voorschrift arts)

! Post-operatief kan dit erg pijnlijk zijn ! 

Slide 49 - Slide

Infecties
Mogelijke infectieplaatsen
  • Thv de wonde
  • Thv het insteekpunt van de infuuskatheter
  • Thv de blaas na blaassondage
Observaties
  • Controle parameters (t°, pols, AH)
  • Bloedname: WBC/CRP
  • Klinisch: infectiespecifiek: zie betreffende lessen

Slide 50 - Slide

Infecties
Acties
PREVENTIEF
  • Antisepsis
  • Zorgen voor voldoende calorie-inname

CURATIEF
  • In opdracht van arts
  • Cultuur nemen
  • Antibiotica toedienen

Slide 51 - Slide

Bloeding/hypovolemische shock
Symptomen
Welke?
Observaties
  • Controle parameters (BD, P, AH, SatO2)
  • Bloedname: Hct, Hb, stolling


Hypotensie, tachycardie, verlaagde SatO2, tachypnee, zweten

Slide 52 - Slide

Bloeding/hypovolemische shock
Acties
  • Regelmatige controle van:
- Bloedverlies, wondverbanden en drainages
- Vitale parameters
- Diurese + vochtbalans
  • Arts verwittigen
  • Handelen op voorschrift arts:
- Drukverband aanbrengen
- Toedienen: Aangepaste infuusvloeistoffen (plasma expanders), O2, bloed(derivaten) & anti-hemorragica: Exacyl, vitamine K (stolt)
- Klaarmaken voor heringreep

Slide 53 - Slide

Trombose & trombo-embolie
TROMBOSE
Symptomen
  • Warmte, roodheid, zwelling, pijn t.h.v. trombose
  • Zwaartegevoel in benen
  • Glanzende huid
  • Koorts
= klonter in veneuze systeem
Incidentie
40% van de postchirurgische patiënten

Verloopt vaak subklinisch (lost vanzelf weer op)
MAAR…
Als klonter loskomt gaat die via vene naar rechterharthelft en naar long => trombo-embolie (longembool)

Slide 54 - Slide

Trombose & trombo-embolie
TROMBO-EMBOLIE
Symptomen
  • Pijn in de borst
  • Tachypnee
  • Ademnood
  • Onrust en agitatie
= Klonter via vene naar rechterharthelft en naar long = trombo-embolie (longembool):
Afsluiting longslagader waardoor het aangeleverde bloed aan de long niet of slechts deels van O2 kan worden voorzien

Slide 55 - Slide

Trombose & trombo-embolie
Post-op verhoogde stollingsneiging door:
  • Verhoogde concentraties stresshormonen
  • Verminderde mobilisatie
Acties
Preventi
Curatief
Mobilisatie
Arts verwittigen
TED-kousen
Trombose behandelen (hepariniseren, immobilisatie, analgetica)
Heparine
Indien longembolie: O2 & reanimatie zo nodig
Voldoende vochttoediening

Slide 56 - Slide

Urineretentie
Wat? 
Acties
PREVENTIEF: patiënt laten plassen voor vertrek naar OK
CURATIEF:
  • Patiënt laten opkomen om te plassen
  • Patiënt tijd geven om te plassen
  • Eenmalig sonderen (voorschrift arts)
  • Andere tips: zie les urinewegstelsel
= patiënt kan urineblaas niet spontaan ledigen door tijdelijke sfincterstoornis

Slide 57 - Slide

Littekenuterus
= uterus met litteken tgv sectio
Impact op volgende zws, meer risico op:
  • Placenta praevia 
  • Placenta accreta, increta, percreta 
  • Uterusruptuur 
= voorliggende placenta
Placenta accreta: ingegroeid in bovenste laag myometrium
Placenta increta: diep ingegroeid in myometrium
Placenta percreta: ingegroeid doorheen myometrium
= letterlijk scheuren van baarmoeder t.h.v. litteken (door druk door contracties)
= zeer acuut! Onm. ingrijpen vereist!

Slide 58 - Slide

Littekenuterus
Beleid
vaginaal bevallen mag met litteken uterus maar extra alert zijn op ruptuur!
  • Niet induceren, voorzichtige optimalisatie
  • Waakinfuus in arbeid
  • Tekens uterusruptuur in arbeid:
          - Pijn (t.h.v. litteken)
          - Stilvallen contracties
          - Uterus contractuur
          - Verslechteren FHT

Slide 59 - Slide