Argumenteren les 3

Hoofdstuk 2: argumenteren
(les 3)



Toets inzien
Nakijken opdracht 3
Uitleg argumentatiestructuren
Oefenen argumentatiestructuren
1 / 18
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 18 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Hoofdstuk 2: argumenteren
(les 3)



Toets inzien
Nakijken opdracht 3
Uitleg argumentatiestructuren
Oefenen argumentatiestructuren

Slide 1 - Slide

Argumenteren 1. Standpunt en argument
Kernwoorden:
  • Standpunten (impliciet en expliciet) en argumenten
  • tegenargument en weerlegging
  • Feitelijke en waarderende argumenten

    We kijken opdracht 3 na

Slide 2 - Slide

Argumenteren 2 argumentatiestructuren

Slide 3 - Slide

Argumenteren 2 argumentatiestructuren

Slide 4 - Slide

Argumenteren: standpunt en argumentatie
Enkelvoudige en meervoudige argumentatie

  • Dus: om een standpunt te onderbouwen, heb je argumenten nodig… 
  • … en deze argumenten zijn feitelijk (controleerbaar) of waarderend (gebaseerd op smaak). 
  • Wat is beter: één argument? Of meer?
  •   Eén argument: enkelvoudige argumentatie
  •   Meer argumenten: meervoudige argumentatie
   



Slide 5 - Slide

Lezen: Argumentatiestructuren blz. 68, 69
  1. Meervoudige of enkelvoudige argumentatie
  2. Onderschikkende of nevenschikkende argumentatie

  3. (nevenschikkend met) afhankelijke of onafhankelijke argumenten

1                       2                     3

Slide 6 - Slide

Deze les, blz. 192, 193
Argumenteren 6.2

Slide 7 - Slide

Controleer je blokkenschema altijd
Standpunt
argument
want 
dus
We zijn dinsdagmiddag eerder uit, want de docenten hebben een studiemiddag.

Slide 8 - Slide

Controleer je blokkenschema altijd
(onafhankelijk: is het argument los ook logisch?)
Standpunt
argument
want 
dus
Ik heb weinig tijd om te koken en we hebben nog veel tomaten over, dus we eten vandaag spaghetti.
argument
en, ook,
bovendien
(opsommend signaalwoord)

Slide 9 - Slide

Controleer je blokkenschema altijd
(afhankelijk: zijn de argumenten alleen samen logisch?)
Standpunt
argument
want 
dus
Josefien komt vandaag mee-eten en Josefien houdt erg van Italiaans eten, dus we eten vandaag spaghetti.
argument
en, ook,
bovendien
(opsommend signaalwoord)

Slide 10 - Slide

Oefening
Teken het blokkenschema bij de volgende redenatie:

Alcohol zou verboden moeten worden, want het is slecht voor de gezondheid. Alcohol verhoogt namelijk de kans op zeven soorten kanker.

Slide 11 - Slide

Oefening
Teken het blokkenschema bij de volgende redenatie:

Mijn band is lek en ik kan niet zelf mijn band plakken, daarom moet ik naar de fietsenmaker.

Slide 12 - Slide

Oefening
Teken het blokkenschema bij de volgende redenatie:

Ik ben alvast aan het leren, want we hebben veel toetsen in de toetsweek, bovendien wil ik graag alle informatie in mijn langetermijngeheugen opslaan, daarvoor is herhaling van de stof cruciaal.

Slide 13 - Slide

Zelfstandig werken
Lezen tekst 1 Maak opdracht 1 blz. 69
Teken de schema's uit en controleer ze: van boven naar beneden moet je er 'want' tussen kunnen zetten, van beneden naar boven 'dus'. 
Maak daarna opdracht 2, blz. 70/71


Slide 14 - Slide

Nakijken opdracht 1
Opdracht 1
  • 1 Kern van een goed antwoord: Het verbod op vleesreclame van de gemeente Haarlem is betuttelend/gaat wel erg ver. / De gemeente Haarlem heeft met het verbod op vleesreclame de verkeerde keuze gemaakt om een discussie over vleesconsumptie los te maken.
  • 2 Verdomhoekje: de plek waar de klappen vallen. Als je in het verdomhoekje zit, krijg je veel kritiek. De vleessector heeft dus veel kritiek gekregen.


Slide 15 - Slide

Nakijken opdracht 1
3. 


Slide 16 - Slide

Nakijken opdracht 1

Slide 17 - Slide

Nakijken opdracht 1

Slide 18 - Slide