ICF

ICF
International Classification of Functioning, Disability and Health
1 / 21
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1-3

This lesson contains 21 slides, with text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

ICF
International Classification of Functioning, Disability and Health

Slide 1 - Slide

Planning periode
Week 4 (10 maart) ICF + diagnoses stellen
Week 5 (17 maart) ontwikkeldag, geen les en opdrachten tenzij je achterloopt als groep
Week 6 (24 maart) Doelen stellen, Interventies plannen, uitleg T2 opdracht
Week 7 (31 maart) Afwezig ivm reis Estland (Nanette of alternatief programma
Week 8 (7 april) Oefenen T2 verslag en casuistiek 
Week 9 (14 april) beoordeling van opdrachten

Slide 2 - Slide

Planning
Bespreken oefenopdracht (klassikaal)
ICF intro
Portfolio vragen met ICF model
Portfolio vragen met PES formulering
Verwerkingsvragen module 3 hoofdstuk 2
Stellingen

Slide 3 - Slide

Oefenopdracht O1

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Video

ICF
De ICF is een classificatie waarmee het mogelijk is het functioneren van de mens en de eventuele problemen die mensen daarbij ervaren te beschrijven. Bovendien kunnen de factoren die op dat functioneren van invloed zijn ook worden vastgelegd. 

Slide 7 - Slide

Waarde van ICF
Mensen kunnen fysieke en psychische problemen ervaren die het dagelijks leven beïnvloeden. Factoren als pijn, beperkingen in mobiliteit en omgevingsfactoren kunnen ertoe leiden dat deze mensen niet meer goed voor zichzelf kunnen zorgen of hun dagelijks werk niet meer kunnen uitoefenen. Met de ICF kunnen zorgverleners aangeven wat het probleem is en waar de zorg of behandeling zich op richt.

Slide 8 - Slide

Waarde van ICF
Zorgverleners gebruiken de ICF bij onder andere chronisch zieken, ouderen, mensen met een blijvende of tijdelijke stoornis, beperking of participatieprobleem. Een voorbeeld hiervan is het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) dat de ICF gebruikt om in kaart te brengen voor welk hulpmiddel of voor welke vorm van zorg een patiënt in aanmerking komt.​ 

Slide 9 - Slide

Waarde van ICF
Daarnaast gebruiken bijvoorbeeld artsen in verpleeghuizen en paramedici de ICF voor het formuleren van verpleegkundige en paramedische diagnosen en behandeldoelen. Met de ICF kan zowel het probleem (negatief ) als het wel aanwezige functioneren (positief ) worden beschreven. De ICF biedt een standaardtaal en een schema voor de beschrijving van iemands functioneren vanuit drie verschillende perspectieven:

Slide 10 - Slide

3 perspectieven
  1.  De mens als organisme: voor het beschrijven van de functies, anatomische eigenschappen en stoornissen van onderdelen van het lichaam. Bijvoorbeeld: vermindering van het denkvermogen en het geheugen.

Slide 11 - Slide

3 perspectieven
2. Het menselijk handelen: voor het beschrijven van wat iemand doet of (nog) zelf kan doen, welke activiteiten iemand uitvoert en welke beperkingen hierin zijn. Bijvoorbeeld of iemand nog zelfstandig kan schoonmaken.

Slide 12 - Slide

3 perspectieven
3. Participatie: voor het beschrijven of iemand mee kan doen aan het maatschappelijk leven op alle terreinen, zijn of haar daadwerkelijke participatie en eventuele problemen hierin. Bijvoorbeeld: het deelnemen aan het verkeer.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Slide 19 - Video

Verpleegproblemen
Bekijk schema bijlage 1

Slide 20 - Slide

Huiswerk
Zie studiehandleiding

Slide 21 - Slide