Spaans 6 april 2021 herhaling werkwoorden/persoonlijk gesprekje

La clase de U1 de español
martes, 6 de abril de 2021

El objetivo de la clase es reflexionar sobre el test de español

1 / 29
next
Slide 1: Slide
SpaansWOStudiejaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

La clase de U1 de español
martes, 6 de abril de 2021

El objetivo de la clase es reflexionar sobre el test de español

Slide 1 - Slide

Hoy en clase
Evalueren formatieve toets Spaans
herhalen regelmatige werkwoorden
De lesvoorbereiding voor vandaag
Een filmpje kijken 
een persoonlijk gesprekje in het Spaans
Evaluatie 
De lesvoorbereiding voor volgende week

Slide 2 - Slide

Wat vind je van je cijfer van je formatieve toets Spaans?
timer
0:30

Slide 3 - Open question

Waar ligt het aan dat je dat cijfer hebt behaald?
timer
0:30

Slide 4 - Open question

Wat zou je nu anders doen?
timer
0:30

Slide 5 - Open question

Leer jij wekelijks voor Spaans de vocabulaire en grammatica? Waarom wel waarom niet?
timer
0:30

Slide 6 - Open question

Welke tip zou jij mij geven zodat je steeds je huiswerk bij kan houden?
timer
0:30

Slide 7 - Open question

Zou het helpen als je een toets grammatica en vocabulaire krijgt die meetelt voor je overgang?
timer
0:30

Slide 8 - Open question

timer
1:00
Welke 3 soorten regelmatige werkwoorden heeft het Spaans?
Schrijf bij elk werkwoord een voorbeeld

Slide 9 - Mind map

Slide 10 - Slide

Wat begrijp je nog niet van het vervoegen van de regelmatige werkwoorden in het Spaans?
timer
1:00

Slide 11 - Open question

Escribe zonder nadruk
1. vivir (ellos)
2. cantar (tú)
3. comer (él)
4. abrir (nosotros)
5. leer (vosotros)

Slide 12 - Open question

Vertaal naar het Nederlands:
1. soy
2. tenemos
3. habláis
4. escriben

Slide 13 - Open question

Welk woord is niet vrouwelijk?
A
problema
B
casa
C
estación
D
nacionalidad

Slide 14 - Quiz

Welk lidwoord wordt niet in het Spaans gebruikt?
A
le
B
el
C
un
D
una

Slide 15 - Quiz

Welke regel geldt voor het bijvoeglijk naamwoord in het Spaans?
A
Het komt altijd voor het zelfstandig naamwoord.
B
Het heeft altijd een vorm.
C
Het staat altijd in het meervoud.
D
Het verandert mee met het zelstandig naamwoord.

Slide 16 - Quiz

Welk werkwoord is in de jij vervoegd?
A
escuchan
B
hablo
C
vive
D
cantas

Slide 17 - Quiz

8

Slide 18 - Video

Hablar en español
Thuis: bel een klasgenootje op en voer een gesprekje met hem/haar. Begroet elkaar en stel vragen zoals hoe het gaat, naam, leeftijd, woonplaats, etc.
School: ga met een klasgenoot in het Spaans praten. Stel aan elkaar vragen over hoe het gaat, leeftijd, naam, familie, woonplaats, etc. wat je allemaal nog weet...
timer
2:00

Slide 19 - Slide

timer
1:00
Noem drie dingen die je hebt geleerd uit deze les.

Slide 20 - Mind map

La preparación para martes 13 de abril
leren heel goed de regelmatige werkwoorden ar/er/ir
Zorg ervoor dat je de uitgangen weet (dus welk persoon het in het Nederlands is)
Leer daarbij ook de persoonlijke voornaamwoorden spa-ned, ned-spa
Leer de persoonlijke zinnetjes spa-ned, ned-spa heel goed
Leer de vocabulaire uiterlijk spa-ned, ned-spa heel goed.

Slide 21 - Slide

00:21
Wat betekent cómo te llamas in het Spaans?

Slide 22 - Open question

00:29
Hoe voelt het meisje zich?

Slide 23 - Open question

00:35
Hoe oud is het meisje?

Slide 24 - Open question

00:44
Wat is het Spaanse woord voor pen?

Slide 25 - Open question

00:55
Welk nummer heeft Sonia?

Slide 26 - Open question

01:35
Hoe zeg je in het Spaans goedemorgen?

Slide 27 - Open question

01:53
Hoe oud is Sonia?
En welk werkwoord wordt gebruikt in het Spaans als je het hebt over leeftijd?

Slide 28 - Open question

01:55
Is Sonia sportief? Waarom?

Slide 29 - Open question