Instructie:
Maak groepjes van vier leerlingen.
Trek om de beurt een situatiekaartje.
1. Beeld de situatie uit. De andere groepsleden raden welke emotie er wordt nagespeeld.
2. Beantwoord de volgende vragen in je groep over deze situatie. Beeld je in dat je zelf in deze situatie zit.
Fysiologische component: Wat gebeurt er in je lichaam?
Cognitieve component: Welke gedachten komen in je op? Hoe beoordeel je de situatie? Wat voel je?
Gedragscomponent: Hoe reageer je? Welke gezichtsuitdrukking of lichaamstaal toon je?