H6 P6 - Box 1 en 3

Belasting
Je kent box 1 en box 3
1 / 12
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 12 slides, with text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Belasting
Je kent box 1 en box 3

Slide 1 - Slide

Box 1
Belasting op inkomen

'De mensen met de breedste schouders, dragen de zwaarste lasten'

Slide 2 - Slide

4 schijven met verschillende %

Slide 3 - Slide

Stel, je inkomen is bruto €45.000


Deel 1 valt in schijf 1,
Deel 2 in schijf 2
Laatste deel in schijf 3. 
Totale belasting = €16.800

Slide 4 - Slide

Progressief
Progressief belastingsysteem: Hoe hoger je inkomen, hoe meer % belasting.

Slide 5 - Slide

Stappenplan
1) Bereken belastbaar inkomen: bruto inkomen - aftrekposten
2) Bereken met het bedrag van stap 1 hoeveel € er in de schijven valt.
3) Het bedrag aan belasting uit de schijven - heffingskortingen = te betalen belasting

4) Netto inkomen = Bruto inkomen (1) - Belasting (3)

Slide 6 - Slide

Rekenvoorbeeld
Iemand heeft een bruto inkomen van €95.000 met €10.000 aan aftrekposten. Daarnaast recht op algemene heffingskorting van €3000. Bereken de te betalen belasting
Stap 1: Bereken belastbaar (bruto - aftrekposten)
Stap 2: Reken de schijven uit
Stap 3: Verlaag uitkomst stap 2 met heffingskortingen

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Box 3
Belasting op je vermogen.

Je betaalt belasting op het rendement van je spaargeld/beleggingen. 
 

Slide 9 - Slide


Rekenvoorbeeld
Stel, je spaart €100.000. Dan zegt de belastingdienst dat je hierover 3% rendement hebt gekregen (fictief rendement). Er geldt een drempel van €25.000. De belasting is 30% over je rendement. 
Stap 1: 
Belastbaar deel: €100.000 - €25.000 = €75.000

Stap 2:
3% van €75.000 = €2.250

Stap 3: 
30% van 2.250 = €675

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Opdrachten oefenen
Paragraaf 6, vraag 1 t/m 4

Slide 12 - Slide